Column

Milaan is nog ver

Zijn naaste belager Nairo Quintana gleed hard onderuit in een afdaling. Er zijn genoeg wielrenners die profiteren van andermans ellende. Waarom wachten op je concurrent? Maar zodra Tom Dumoulin van de val hoorde, maakte hij een bezwerend gebaar naar zijn collega’s. Het tempo zakte en Quintana kon weer aansluiten.

Dumoulin, naderhand: „Wel zo netjes.”

Zeker netjes. Sportief ook.

Van een rozetruidrager mag je zo’n geste verwachten. De leiderstrui van de Ronde van Italië geeft status. Je bent opeens baas en blikvanger.

De rustige houding van Dumoulin is opvallend in een koers vol stress. Geen paniek. Vluchtpogingen van concurrenten worden geëlimineerd door rekenwerk in de bovenkamer. Dumoulin en zijn ploeg weten waar hun lichamelijke grenzen liggen; ze hebben de cijfers van trainingen en testen in het hoofd.

Na zware etappes komt Dumoulin nooit helemaal gebroken over de finish. Er verschijnt vlot een glimlach rond de mondhoeken, vervolgens rolt er een zelfverzekerd verhaal over zijn lippen.

Wielrennen in een grote ronde vraagt om stalen zenuwen en Dumoulin bezit ze.

Zie hem gestroomlijnd zitten op zijn fiets. Zie hem in het zicht van de finish van de bergetappe naar Oropa met een gebalde vuist als winnaar over de finish komen. Dumoulin is tempobeul, klimmer, tijdrijder, charmeur, rekenaar en hartstochtelijk coureur in één.

Met gevoel voor historie liet hij zich in het dorpje Castellania in zijn leiderstrui fotograferen voor het eremonument van Serse en Fausto Coppi; overleden fietsbroers uit een ver verleden. Ze worden zo vaak als mogelijk tot leven gewekt.

In Italië kent roem geen einddatum. Vraag het levende legendes als Merckx en Gimondi en denk aan wielerdoden als Scarponi en Pantani.

De roze truien van Fausto Coppi hangen ingelijst achter glas; ze werden destijds gemaakt van kriebelwol en de hals heeft knoopjes. De roze trui anno 2017 is gemaakt van aërodynamische microvezels, heeft een moderne rits en ligt in cellofaan klaar voor de winnaar.

Dumoulin moet de komende week vooral koersen in het hier en nu. Er is geen tijd voor sentimentele dromen tijdens het rijden van bochten op de Stelvio. Het gaat tot aan de slotdag om concentratie op de weg, om slimme tactiek, om goed eten en slapen.

Vorig jaar zei ik in de laatste week van de Giro Steven Kruijswijk in de roze trui gedag vlak voor de start, in de namiddag was hij rood van de schaafwonden en had hij de Giro zo goed als verloren.

Nu ben ik in Nederland en kijk op televisie naar het roze om de schouders van een ogenschijnlijk onklopbare coureur. Tom Dumoulin kijkt nuchter vooruit en zegt – vrij naar Zoetemelk – in 1980 Nederlands laatste winnaar van een grote ronde: „Milaan is nog ver.”