Commentaar

Onderzoek naar kwestie-Keizer is ook goed voor VVD zelf

Wederom trok VVD-leider Mark Rutte het boetekleed aan. Dit keer was het op het congres van zijn partij waar hij vrijdag stil stond bij het aftreden van de in opspraak geraakte partijvoorzitter Henry Keizer. Rondom deze kwestie waren volgens hem grote communicatiefouten gemaakt waarbij hij ook zichzelf niet spaarde. Want hij had weer voor zijn beurt gesproken.

Toen de affaire enkele weken begon op te spelen was Rutte één van de eersten om zijn volledige steun uit te spreken voor de partijvoorzitter. Het illustreert Ruttes loyaliteit, maar tevens zijn gebrek aan politieke alertheid zodra het interne partijkwesties betreft. Al eerder moest hij terugtrekkende bewegingen maken toen naderhand bleek dat de zaak waardoor iemand in opspraak was gekomen niet zo klein bleek als aanvankelijk door hem voorgesteld.

In het geval van de nu vertrokken partijvoorzitter Keizer moet alles nog duidelijk worden. In zijn brief aan het hoofdbestuur van de VVD waarin hij zijn definitieve vertrek aankondigt blijft Keizer stellig volhouden dat de aantijgingen aan zijn adres onjuist zijn. De overname van een uitvaartonderneming waardoor hij negatief in de publiciteit kwam, is volgens hem correct en volgens de regels verlopen. Hij wil zich dan nu ook concentreren op „het weerleggen van de stroom van onware beschuldigingen en insinuaties die naar voren zijn gebracht”.

Keizers aftreden verliep gefaseerd. Eerst was er in zijn ogen niets aan de hand, daarna vroeg hij – zonder zijn positie als voorzitter ter discussie te stellen – toch om een onderzoek van de integriteitscommissie van de VVD, om weer enkele dagen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek tijdelijk terug te treden. En nu dan afgelopen week, de aankondiging van zijn definitieve opstappen als voorzitter omdat de partij behoefte heeft aan iemand die zich volledig kan inzetten.

De laatste verklaring van Keizer heeft iets ongemakkelijks. Hij vindt dat hij ten onrechte wordt beschuldigd maar trekt toch de ultieme consequentie door op te stappen. Juist om de zaak zo zuiver mogelijk te houden, had het meer voor de hand gelegen als Keizer was blijven vasthouden aan het opschorten van zijn activiteiten als voorzitter in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek.

Hiermee had hij meer recht gedaan aan het „tweede” integriteitsprincipe van zijn partij, zoals Rutte dat op het congres verwoordde. Dit principe komt er op neer dat de liberalen niet iemand laten vallen vanwege slechte publiciteit waarvan nog niet bewezen is dat het klopt.

Terecht moet iemand een faire kans krijgen als hij of zij in de woorden van Keizer negatief „in de schijnwerpers van de media” is komen te staan. Het onderzoek van de integriteitscommissie was daarvoor bij uitstek het instrument. Door de uitkomsten van dit onderzoek niet af te wachten, veroordeelt Keizer zichzelf.

In afwachting van een strafrechtelijke procedure heeft de integriteitscommissie de werkzaamheden opgeschort. Het is te hopen dat van dit uitstel geen afstel komt. Er blijft behoefte aan een gedegen en breed onderzoek. Daar heeft Keizer recht op, maar evenzeer de media die van onware beschuldigen zijn beticht.

Maar het is vooral de VVD zelf die hier recht op heeft. De partij zette enkele jaren geleden de eigen integriteit hoog op de agenda. Maar geen partij kreeg sindsdien zoveel te maken met integriteitskwesties. Dat moet toch te denken geven.