Hedgefonds Elliott: gevreesd door Akzo, geliefd bij beleggers

Overnamestrijd

Deze maandag staat Akzo tegenover Elliott in de rechtszaal. Wie is die partij die het verfconcern in handen drijft van PPG?

Het activistische hedgefonds Elliott, in 1977 opgericht door jurist Paul Elliott Singer, is berucht om het gemak en het uithoudingsvermogen waarmee het procedeert. Foto Patrick T. Fallon/Bloomberg

Bijna schuchter staat Wiktor Sliwinski achter de microfoon op de aandeelhoudersvergadering van AkzoNobel, eind april. De afgevaardigde van Elliott Management, een Amerikaans hedgefonds dat een belang heeft in Akzo van ruim 3 procent, wil weten wat vrijwel alle aandeelhouders in de zaal zich afvragen: of en waarom het verfbedrijf volhardt in zijn weigering te onderhandelen met belager PPG. Maar president-commissaris Antony Burgmans is duidelijk geweest: het verhoogde bod van PPG komt vandaag niet aan de orde. Met „ík ben de voorzitter!” wijst Burgmans Sliwinski terecht, als een schoolmeester die duidelijk maakt dat er grenzen zijn aan zijn geduld.

Elliott heeft aan geduld geen gebrek, net zo min als aan vechtlust. Zo timide als Sliwinski overkwam op de aandeelhoudersvergadering van Akzo, zo venijnig zijn de methodes waarmee het hedgefonds probeert zijn doelen te bereiken.

Deze maandag staat Elliott tegenover AkzoNobel in de Ondernemingskamer. De aandeelhouder wil het verfbedrijf via de rechter dwingen tot onderhandelingen met zijn branchegenoot uit Pittsburgh. De eis: toestemming voor een aandeelhoudersvergadering met als enige agendapunt het vertrek van president-commissaris Antony Burgmans, volgens Elliott de belangrijkste blokkade voor onderhandelingen tussen AkzoNobel en PPG. Akzo wees een verzoek daartoe vorige maand af.

Gehaat en gevreesd

Het Nederlandse verfconcern verdedigt deze maandag niets minder dan zijn toekomst als zelfstandig bedrijf. Voor Elliott is dit soort rechtszaken business as usual. Het activistische hedgefonds, in 1977 opgericht door de New Yorkse jurist Paul Elliott Singer, is berucht om het gemak en het uithoudingsvermogen waarmee het procedeert. Zelfs als de tegenstander een land is.

Ruim tien jaar voerde Elliott rechtszaken tegen Argentinië nadat het land in 2001 failliet was gegaan. Elliott had Argentijnse schuld tegen flinke kortingen opgekocht en eiste dat het volledig werd terugbetaald, ook al was de regering met andere schuldeisers gedeeltelijke kwijtschelding overeengekomen. Zes jaar geleden kreeg Elliott gelijk, nadat het een jaar eerder de Ghanese autoriteiten zo ver had gekregen beslag te leggen op een Argentijns marineschip. De strijd leverde Elliott ruim 2 miljard dollar op.

Risicovol schuldpapier was decennialang de belangrijkste belegging van Singers fonds, dat hij begon met ongeveer 1 miljoen dollar. Tegenwoordig heeft Elliott meer dan 30 miljard dollar onder beheer, 410 mensen in dienst en richt het zijn activistische strategieën steeds vaker op bedrijven. En niet de kleinste.

Zo hebben behalve Akzo ook onder meer Samsung, mijnbouwer BHP Billiton en aluminiumproducent Arconic onlangs bezoek gekregen van Elliott. Daarbij dringt het fonds doorgaans aan op een splitsing, overname of het ontslag van bestuurders of commissarissen — door te dreigen, aandeelhouders op te stoken tegen de bedrijfstop of via een rechtszaak. Meestal, net als bij Akzo, kiest Elliott voor een combinatie van die drie. Soms gaat het over de schreef. In 2014 kreeg Elliott in Frankrijk een boete van 16 miljoen euro voor handel met voorkennis.

Geen wonder dat Elliott wordt gehaat en gevreesd door overheden en in de bestuurskamers van beursgenoteerde ondernemingen. Het hedgefonds, dat interviewverzoeken routinematig afwijst, geldt als een aasgier: gericht op de korte termijn en zonder oog voor de belangen van een noodlijdend land of bedrijf.

Sterke partij met stabiele rendementen

Maar onder beleggers heeft Elliott een heel wat betere naam. Vanwege de indrukwekkende en stabiele rendementen die het fonds maakt – in de 40 jaar van zijn bestaan ging Elliott slechts twee jaar in het rood – maar vooral door zijn rol als voortrekker.

„Veel beleggingsfondsen doen dezelfde analyses als Elliott”, zegt een Nederlandse medewerker van een Angelsaksisch hedgefonds. „Maar het kost heel veel tijd, geld en inspanning om zo’n activistische campagne op te starten. Bovendien schuwen veel beleggers de publiciteit en reputatieschade die ermee samenhangen. Dan is het fijn als er een sterke partij is als Elliott die het vuile werk opknapt. Ook voor onze pensioenfondsen overigens.”

De rechtszaak tegen AkzoNobel geeft eenzelfde beeld. Zes aandeelhouders — waaronder een langetermijnbelegger als Tweedy, Browne — hebben zich bij Elliott aangesloten. En dat heeft het fonds ook nodig. Want Elliott kan nog zo agressief zijn, zonder steun van de meerderheid van de aandeelhouders krijgt het niets voor elkaar.

Bekijk ook: Een Nederlands bedrijf in buitenlandse handen, moeten we dat wel willen?