Cultuur

Interview

Foto: ANP / Robin van Lonkhuijsen

Trainer Peter Bosz van Ajax tijdens de training ter voorbereiding op de Europa League finale tegen Manchester United.

Gedreven trainer met een zachte kant

Peter Bosz, verkozen tot beste coach van de eredivisie, staat woensdag met Ajax in de Europacupfinale. De een vindt hem een lieverd, de ander een vervelende man, maar niemand twijfelt aan zijn extreme passie voor voetbal.

Wát een lieverd, karakteriseert een volgster hem vertederend op het vlog BeautyNezz. Wat een vervelende man, moppert een voetbalverslaggever. Bovengemiddeld denker over voetbal, zegt een voormalige clubvoorzitter. Geen branieschopper, gewoon een nette jongen, herinnert een jeugdvriend. Hij praat als een meester in de rechten, schrijft een krant. Hij heeft een hekel aan schijtbakken, typeert een collega-trainer. Een Feyenoord-speler in zijn hoofd, een Ajax-trainer in zijn hart, kenschetst een vriend. Wil de echte Peter Bosz opstaan?

Een veelzijdig mens dus, de 53-jarige trainer die Ajax met oogstrelend voetbal na 22 jaar opnieuw naar een Europacupfinale leidde. Maar vooral een man met één gemene deler: een extreme passie voor voetbal. Wie je ook over Bosz spreekt, van Almelo tot Arnhem, van Doetinchem tot Esbjerg of van Apeldoorn tot Tel Aviv, iedereen benadrukt dat hij voetbal beleeft als een religie. Een karakter, die Bosz, maar wel een karakter aan wie Nederlanders de restauratie van hun verlepte, nationale sporttrots, het dwingende aanvallende voetbal, te danken hebben. Bosz is in het nationale voetbal zo ongeveer de nieuwe boeddha.

Met een zachte kant, die Bosz toonde nog voor hij één stap op het trainingsveld van Ajax had gezet, ver voordat zijn zegeningen werden bejubeld en hij nog door bozige aura’s werd belaagd. Een jaar terug was het heersende gevoel onder fans: wat moet die Feyenoord-vlegel bij Ajax? Zelfs die harde kern zou zachtaardiger hebben gereageerd bij het zien van de Q&A van het vloggende nichtje Joy met oom Peter op YouTube. Zij positioneerde Bosz, vanuit haar zoetige Apeldoornse tienerslaapkamer, als een zachtmoedig, aaibaar mens. Een slimme zet van de nieuwe trainer zich in zo’n softe setting te presenteren, waar hij en passant onthult dat vanille veruit zijn favoriete ijssmaak is en hij op Curaçao het ultieme vakantiegevoel beleeft.

Lieve, grappige oom

Maar toch, Bosz geeft op YouTube ook iets van zijn ware aard prijs, als zijn nichtje, de dochter van zus Patricia, vraagt waarom hij op televisie altijd zo streng overkomt, terwijl zij hem als een lieve, grappige oom kent. Bosz’ verklaring: „Als ik mezelf terugzie, denk ik vaak: wat een nare man. Komt doordat ik heel geconcentreerd ben. Dan trekken mijn wenkbrauwen samen en voor je het weet staat daar een chagrijnige kerel. Maar gelukkig weet jij dat het niet zo is.” En Joy ontfutselt haar oom nog iets: dat hij wel coach móest worden. In de Bosz-logica: „Ik wil in alles wat ik doe de beste zijn. Als voetballer voelde ik dat ik nooit écht goed zou worden. Daarom heb ik me voorgenomen als trainer wel de beste te worden.”

Lees ook ‘Ik wil niet spelen met een speler zoals ik was’, een eerder interview met Bosz

Vrijdag beleefde Bosz vooralsnog zijn finest hour toen hij door collega’s werd verkozen tot de beste eredivisietrainer en als stoffelijke waardering de Rinus Michels Award krijgt uitgereikt. Hoe toepasselijk, want naast Johan Cruijff is Michels zijn grote inspirator. Als speler van de Nederlandse voetbalselectie tijdens het EK van 1992 in Zweden spoedde de gulzige Bosz zich na elke wedstrijdbespreking van bondscoach Michels naar zijn kamer om aantekeningen te maken. Kennis die hem later van pas kon komen. Toen al een gretige student. Hij bezocht als Feyenoorder ook trainingen van Louis van Gaal bij het succesvollere Ajax. Zo schreef Bosz talrijke schriftjes vol en slurpte hij een schat aan informatie op.

Meester-schilders

„Bah, wat een clichés”, walgt Ted van Leeuwen van zijn woorden als hij Bosz „gedreven, innovatief, gewoon een toptrainer” noemt. „Maar het is wel waar”, zegt zijn vriend en soulmate vanuit de Deense havenstad Esbjerg, waar Van Leeuwen technisch directeur van de gelijknamige FB is. „Een club die voor Bosz kiest, kiest voor een concept met een rijpingsproces. Je moet geduld hebben. Daarom kiest Bosz voor vaste mensen in zijn staf, zoals Hendrie Krüzen. Dan verspilt hij tegenover zijn assistenten geen energie en tijd aan uitleg. Je hoort Peter nooit zeggen: we moeten winnen. Hij komt met oplossingen. Waar kan ik de tegenstander pijn doen? Waar zitten de zwakke punten? De speelwijze, dáár gaat het hem om. Dan komt het resultaat vanzelf. Net als bij meester-schilders. We reisden samen veel door Europa om naar voetbal te kijken en er maar over te lullen, urenlang. Neem Alexandre Lacazette. Kende Peter goed. Had-ie al in de jeugd van Olympique Lyon zien spelen.”

Hoe professioneel Bosz zijn trainerschap uitoefende, of dat nu was als beginneling bij de amateurs van AGOVV of later bij de profs van Heracles of Vitesse, met verslaggevers leefde hij menigmaal op gespannen voet. Luister naar Raymond Willemsen, De Graafschap-watcher voor De Gelderlander/AD en Gerard Borgman die Bosz voor diezelfde krant tweeënhalf jaar bij Vitesse volgde. Beiden hebben respect voor zijn werk en kwalificeren hem als een toptrainer, maar als mens geven ze minder hoog van Bosz op. Borgman: „Hij was geen fan van mij. We verschilden nog weleens van mening. Ik vind dat de spelers bepalend zijn, niet de tactiek. Daar dacht Bosz anders over. Hij heeft goed werk geleverd bij Vitesse, maar geen prijs gewonnen, zo is het wel.”

En al helemaal niet bij De Graafschap, de enige club waarmee Bosz degradeerde. Dat was pijnlijk, weet Willemsen. „Bij zijn komst in 2002 dacht ik: wat een aardige man. Maar toen de resultaten uitbleven werd hij steeds vervelender en moest ik me steeds vaker melden op zijn kantoortje, een ‘bunker’ onder een sporthal op het trainingscomplex in Veldhoek, om zijn preken over mijn kritische verslagen aan te horen. We gaven hem niet de tijd, was zijn verweer. Onzin, want ik bezocht elke training en zag hoe hij werkte. Hij heeft met De Graafschap gewoon slecht gepresteerd en is keihard gedegradeerd.”

Zijn gedrevenheid is Bosz’ tweede natuur. Van jongs af aan, weten Edward Sturing en Gerrit Veeneman uit hun Apeldoornse jeugdtijd in de wijk Zuid en bij Apeldoornse Boys, waar de jongens tot hun zeventiende samen speelden: Sturing als spits, Veeneman als verdediger en Bosz, hoe kan het anders, als mid-mid. „We kwamen bij elkaar over de vloer en hielden alles bij van ons team en onze tegenstanders, statistieken, standen. Waren we uren druk mee”, zegt Veeneman, beroepshalve accountant, als recreant nog verbonden aan Apeldoornse Boys. Sturing, assistent-trainer bij Vitesse, al lang niet meer, maar de lange voetbaldagen in het Zuiderpark, aan de rand van hun volksbuurt, herinnert hij nog scherp. „Daar liep of fietste je met je kicksen naar toe en maar voetballen, voetballen en nog eens voetballen. Peter had talent, maar de mentaliteit bepaalt hoever je komt. Nou, bij Peter was al vroeg duidelijk dat hij het hoogst haalbare nastreefde. Hij leefde voor het voetbal, toen al.”

Terug naar de amateurs

Onder die donkere krullenbol van destijds ging een vastberaden geest schuil. Bosz bepaalde zelf zijn toekomst, nooit de clubs. Ook daarin is hij uitgesproken. Hij koos als zeventienjarige voor de overstap naar AGOVV, waar hij op interregionaal niveau kon spelen. Hij meldde zich bij profclub Vitesse toen hij begon aan de sportleidersopleiding CIOS in Arnhem. En Bosz verliet Vitesse toen die niet aan zijn contract-eisen wilde voldoen. Terug naar de amateurs van AGOVV, waar hij alsnog een profcontractje bij RKC verdiende en in de onderhandelingen 25.000 gulden extra afdwong om zijn resterende contractuele verplichting bij Vitesse te kunnen afkopen.

Naast een goede trainer was Bosz een gehaaide onderhandelaar die altijd het maximale uit de contractbesprekingen haalde. Een vaste eis was een clausule zodat hij voor een gelimiteerd bedrag kon verkassen of transfervrij was. Die besprekingen voerde hij doorgaans zelf; hooguit liet hij zich op afstand adviseren. Zo voetbalde Bosz zich miljonair bij de Franse club Toulon, die hij na drie jaar dankzij een gelimiteerde transfersom voor Feyenoord kon verruilen. Als enige selectielid, nadat de Franse FIOD Toulon had gegijzeld met een transferverbod wegens grootschalige belastingfraude. Vorige jaar dankte Bosz een lucratieve overstap van Vitesse naar Maccabi Tel Aviv ook aan zo’n ontbindende voorwaarde.

Bosz’ vertrek bij De Graafschap ging ook gepaard met een staaltje harde ondernemingsgeest. Hij spande een arbitragezaak aan, waaraan de toenmalige voorzitter Derk Haank een nare smaak heeft overgehouden. Die wist niet beter of zijn algemeen directeur Jacco Swart en technisch directeur Gerard Marsman hadden met Bosz beklonken dat hij bij ontslag geen afkoopsom kon claimen, ter compensatie van zijn hoge salaris. Alleen wist Bosz zich die afspraak niet te herinneren toen hij daags na de degradatie werd ontslagen. Bosz won de arbitragezaak glansrijk, De Graafschap enkele tienduizenden euro’s armer achterlatend.

Bosz heeft altijd goed voor zichzelf gezorgd. Zijn verhuizing naar de lager ingeschaalde Israëlische competitie vorig jaar was daar een pregnant voorbeeld van. Het was Bosz niet ontgaan dat Maccabi’s technisch directeur, Jordi Cruijff, trainers aantrok die nadien bij mooie clubs terechtkwamen. Óscar García belandde na Maccabi via Brighton & Hove Albion en Watford bij Red Bull Salzburg. Pako Ayestarán werd hoofdtrainer van Valencia en Paulo Sousa maakt via FC Basel nu naam bij Fiorentina.

Prettig neveneffect, wist Bosz: de contacten, uitstraling en naam van de familie Cruijff gelden wereldwijd als een warme aanbeveling. Bracht het Cruijff-label hem uiteindelijk naar Amsterdam? Het lijkt niet geheel toevallig dat Ajax Bosz uit Tel Aviv en niet uit Arnhem binnen hengelde.