Den Haag omarmt protectionisme

Industriepolitiek Ook rechtse partijen willen Nederlandse bedrijven nu beter beschermen tegen buitenlandse overnames. Is dat snel te regelen?

Demissionair minister Henk Kamp. Foto Bart Maat/ANP

Het kabinet wil dat er een wettelijke bedenktijd komt bij overnames van Nederlandse bedrijven. Het bestuur van een onderneming zou zich maximaal een jaar moeten kunnen beraden voordat het toestemt met een overnamebod, schrijft demissionair minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dit weekend aan de Tweede Kamer. Op die manier hoopt hij Nederlandse bedrijven beter te beschermen tegen vijandige overnamepogingen.

Aanleiding voor Kamps brief is de strijd rond het Nederlandse verf- en chemieconcern Akzo Nobel, dat wordt belaagd door de Amerikaanse concurrent PPG. Eerder dit jaar wist levensmiddelengigant Unilever een vijandig bod van het Amerikaanse Kraft Heinz af te slaan. Ook KPN en PostNL moesten de afgelopen jaren alles uit de kast halen om niet tegen hun zin te worden overgenomen.

Vanuit de Tweede Kamer en de top van het Nederlandse bedrijfsleven is de afgelopen tijd veel druk op het kabinet om met beschermingsmaatregelen te komen.

Video: Een Nederlands bedrijf in buitenlandse handen, moeten we dat wel willen?

Consensus gegroeid

Aan die zorgen geeft Kamp nu gehoor, zegt hij. In de top van het bedrijfsleven is de afgelopen jaren een nieuwe consensus gegroeid: vijandige overnames van Nederlandse bedrijven door concurrenten of durfinvesteerders zijn slecht voor de werkgelegenheid en ze verzwakken de concurrentiepositie van Nederland. Bedrijven worden opgeknipt, hoofdkantoren verlaten het land.

De plannen van Kamp zijn een nieuwe stap in een politieke verschuiving die al enige tijd gaande is. Tien jaar geleden keek het kabinet nog vanaf de zijlijn toe terwijl ABN Amro werd opgekocht en opgedeeld door drie buitenlandse banken. Inmiddels vinden ook economisch rechtse partijen als VVD en CDA dat Nederland zich te weer moet stellen tegen het activistisch aandeelhouderskapitalisme. Het ‘nationale belang’ is plots geen vies woord meer.

CDA-leider Sybrand Buma pleitte tijdens de verkiezingscampagne al voor een betere bescherming vancruciale sectoren van de Nederlandse economie, zoals voedings- en staalbedrijven. VVD’er Kamp spreekt in zijn brief aan de Tweede Kamer vol warmte over het ‘Rijnlandse model’ met z’n ‘waardecreatie op lange termijn’ – niet bepaald lievelingstermen van de VVD.

Braafste jongetje van de klas

Er lijkt zo een einde te komen aan Nederland als ‘braafste jongetje van de klas’ als het om het eigen bedrijfsleven gaat. Jarenlang was de opstelling van de politiek: wij gaan er niet over, laat de vrije markt z’n werk doen. Inmiddels beweegt Nederland in de richting van EU-lidstaten als Frankrijk en Italië, die een stuk minder gene kennen bij de bescherming van eigen economische belangen.

Maar wat heeft het kabinet precies te bieden? Geen kant-en-klare wet over de bedenktijd, want die is er nog niet. Voor Akzo Nobel komen de plannen dus waarschijnlijk te laat. De volgende deadline in de strijd met PPG ligt op 1 juni.

En ook als de wet er straks ligt, zal hij eerst nog moeten worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Het zal dus nog wel even duren voordat bedrijven de gewenste bescherming hebben. Een eerder wetsvoorstel van Kamp, dat de bescherming van de Nederlandse telecomsector tegen buitenlandse overnames beoogt, is nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd.

Naast de bedenktermijn wil Kamp ook pensioenfondsen en verzekeraars overhalen meer te gaan investeren in Nederlandse bedrijven. Zij zouden die zich meer bekommeren om het nationale belang dan buitenlandse beleggers. Ook wil het kabinet dat de EU zich inspant om te zorgen dat buitenlandse staatsbedrijven minder makkelijk overnames kunnen doen in Europese landen.