De landstitel werd een obsessie

Hockey

Kampong is voor het eerst sinds 1985 kampioen van Nederland. Het is het einde van een lange, lange weg voor ‘kinderen’ van de club.

Foto Koen Suyk/ANP

Sander de Wijn wil even uitweiden, als dat oké is. Zijn stem slaat over als hij hem verheft boven het geluid van de fans in blauw-wit die de hele linkerkant van de hoofdtribune bezetten. „32 jaar geleden. Het leeft meer bij de mensen om ons heen, iedereen van ons was nog niet geboren. Maar als je bedenkt wat er allemaal gebeurd is. Van dieptepunten – de degradatie naar de overgangsklasse, die een enkeling van ons nog heeft meegemaakt – tot de wederopstanding, alles wat we nu met z’n allen bereiken. Drie jaar op een rij een finale, twee finales winnen. En op wat voor manier dat ook gebeurt. Negen jaar geleden, toen ik hier kwam, was dat met een missie. Samen met jongens als Quirijn Caspers en Constantijn Jonker, jongens van de club, ook om de club weer in beweging te krijgen. Er waren toen op een zondag maar weinig jongeren op de club. Als je ziet wat voor homogene club we nú zijn, hoe betrokken iedereen is. Tja, wat een feest.”

Een kwartier eerder was de grootste hockeyclub van Nederland, de club van altijd ‘net niet’, de club die sinds de tijdperken van grootheden Tom van ’t Hek, Paul Litjens en André Bolhuis zo lang geen prijs kon winnen, landskampioen geworden. Kampong versloeg na de tweede zenuwslopende serie shoot-outs in drie dagen Rotterdam. Bij de tiende in de reeks maakte David Harte, het 1.96 meter lange Ierse gevaarte op goal bij de Utrechters, zich nog één keer extra lang en extra breed en bezorgde Kampong zo de eerste titel sinds 1985.

Ommekeer

Natuurlijk is die titel bijzonder door de historische lading, maar de manier waarop hij tot stand kwam, is minstens net zo indrukwekkend. Nog geen zeven weken terug leek Kampong een verloren seizoen te spelen. Voor de winterstop werd vier keer gelijkgespeeld – onder meer tegen laagvliegers Hurley en Almere – en twee keer verloren. De ommekeer kwam half maart bij, jawel, Rotterdam. Het werd 5-2, het dal was nog niet dieper geweest. „Qua houding, vechtmentaliteit. We hebben dit seizoen veel moeilijke gesprekken moeten voeren, omdat het niet liep. Die wedstrijd was het dieptepunt”, zegt coach Alexander Cox. „We hebben het toch weer op de rit gekregen. Hoe? Dat is moeilijk te omschrijven.”

Alsnog leek Kampong de play-offs te missen. Tegen regerend kampioen Oranje-Rood moest op de slotdag in elk geval een punt worden behaald. Oranje-Rood leidde met 2-1 totdat in de slotseconden Martijn Havenga met een strafbal het seizoen voor Kampong verlengde.

In de halve finale van de play-offs werd Bloemendaal, de ploeg die de meesten gezien zijn dominantie in de winterstop al voorzichtig kampioen hadden gemaakt, verrassend eenvoudig weggezet. „Ik weet niet hoe we het de laatste weken hebben gedaan, maar het was genoeg”, zegt Bjorn Kellerman. „Je zag dat alles in die laatste zeven weken op de titel gericht was, dat iedereen die prijs wilde pakken.” De Wijn: „Kennelijk moet het bij ons eerst twee voor twaalf zijn, om iets extra’s naar boven te halen. Dan worden we nóg kritischer naar elkaar, nog veeleisender. En we laten ons niet meer zo snel van de wijs brengen.”

Obsessie

Weinigen waren zaterdag zo aanstekelijk gelukkig als Jonker. Terwijl de rest van het team na de beslissende shoot-out op Harte af was gerend, ging hij roerloos op de grond liggen. Nee, hij wist ook niet meer waarom. Al zijn hele leven speelt hij bij Kampong. „Het voelt echt als een megalange reis waar nu een einde aan komt. Ik begon hier op mijn vijfde, kwam bij het eerste toen we net gedegradeerd waren [2006]. Het was echt de vraag of we terug zouden komen. Je ziet aan Klein-Zwitserland hoe moeilijk dat kan zijn. Stapje voor stapje zijn we gegroeid: promotie, linkerrijtje, na vier of vijf jaar een keer play-offs, een keer winnen in de play-offs, dan twee keer, een keer een finale, plaatsing voor de Euro Hockey League, winst in de Euro Hockey League [2016]. Maar dit is de absolute bekroning.”

Als iemand weet hoezeer de club naar de titel hunkerde, dan is hij het. „Weet je, ik heb altijd stoer gezegd in interviews dat het me niets kon schelen dat de club al sinds 1985 wachtte, maar dit is het moment om toe te geven dat het absoluut een ambitie was, misschien zelfs een obsessie.”

De titel voor Kampong is ook een bevestiging van de filosofie van de club, zegt Jonker. „We kiezen ervoor om niet elk seizoen vier, vijf buitenlandse spelers te halen, daar sta ik volledig achter. Dat doen andere clubs, met alle respect, wel. Hier is het vooral eigen jeugd.” Dat wilde ook De Wijn, sinds 2008 bij de club, benadrukken. „We zijn met bijna alleen Nederlandse spelers, spelers die al zó lang bij elkaar zijn. Als je dit dan presteert, maakt dat het nog veel intenser.”