Verenman

Een kleine, gezette man van middelbare leeftijd sjokt over de Kade. In zijn kleurige, gehaakte mutsje steken een paar grote duivenveren. Hij houdt een kartonnen doos voor zich uit en loopt dierenwinkel de Rimboe binnen.

Pikachu de papegaai zit zoals gewoonlijk op zijn tak terwijl de jonge hulpjes Nassr en Wail achter de toonbank vogelzaad staan af te wegen. Bij de etalage begint de Verenman een onderhandelingspraatje met Esdra. Even later komt deze met een antieke groene vogelkooi in zijn armen met daarin drie opgezette vogeltjes naar de toonbank en zet hem neer.

„Vij euro voor betaald”, zegt Esdra, terwijl hij heel voorzichtig een van de vogeltjes uit het kooitje haalt. Het beestje zit met ijzerdraad bevestigd aan een lichtgele gedroogde distel. Het is een distelvink: een ander woord voor ‘puttertje’ volgens Esdra.

Hij bekijkt de distel van alle kanten en vertelt verder. „Deze vogeltjes zijn beschermd, die mag je helemaal niet meer vangen in Europa. Ze vliegen nog wel rond. Die man had het kooitje op straat gevonden.”

Doorgaans heeft het puttertje een roodachtig kopje, maar dit exemplaar is oud en stoffig geworden, vervolgt Esdra, die veel van vogels lijkt te weten. Hij draait de disteltak nog eens om en toont dat het beestje gelabeld is; om zijn rechterpootje zit een ijzeren bandje met een nummer erop. „Dat betekent dat we hem mogen houden.”

De Verenman zwerft op straat en loopt als morgenster in de vroege ochtend langs het vuilnis, op zoek naar bruikbare schatten. Als hij denkt iets gevonden te hebben dat in de dierenwinkel past, stapt hij binnen. In het kooitje zitten nog twee vogeltjes, bevestigd aan een uitgebleekt stuk boomstronk. Het zijn geen puttertjes, maar wat dan wel moet Esdra nog opzoeken.

„Dit is echt uniek, mooi voor in de etalage misschien.”

De Verenman is Marokkaan en een bekende figuur in de buurt. Op de drukke hoek van de ‘s Gravendijkwal en 1ste Middellandstraat richt hij regelmatig voor de deur van het ‘Internationale Kipcafetaria De Koolmees’ een huiskamer in. Met een tafeltje, een tuinstoel, een ouwe tv, een schemerlamp en een bakkie soep of kippetje van De Koolmees. Totdat de politie de boel opruimt. Een tijdje later zit hij er weer, in een nieuw interieur. En als je hem een euro geeft wil hij wel een dier nadoen. „Bèêèh, miauw miauw, roekoeroekoe…”, midden in zijn tijdelijke huiskamer.