Tienduizenden moeten zich Rotterdammer gaan voelen

Burgertop

Hoe moet Rotterdam omgaan met ‘polarisatie, wantrouwen en onrust tussen bevolkingsgroepen’?

Aboutaleb: iedereen moet zich ‘mede-eigenaar’ voelen.

Publiek bij de discussie in centrum voor democratie Lokaal, afgelopen woensdagavond. Foto Rien Zilvold

Nog ‘geen begin van een antwoord’ heeft burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) op de vraag waarom veel Turkse jongeren meer affiniteit voelen met Ankara dan met Rotterdam. Om daar achter te komen wil hij na de ramadan eind juni een ‘grootschalige bijeenkomst’ met de Turkse gemeenschap organiseren.

„Wat maakt dat een jongen van zestien jaar oud, hier geboren uit Turkse ouders en in Rotterdam opgegroeid, op zijn met een bijbaantje bij Albert Heijn bijeen gespaarde scooter en met een Turkse vlag over de schouders over de Blaak rijdt, om te demonstreren vóór Turkije en tégen Nederland? Dat is een heel relevante vraag.”

Aboutaleb uitte zijn ‘nieuwsgierigheid’ woensdag in een gesprek met Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB), georganiseerd in aanloop naar de zogeheten burgertop G1000. Onderwerp was vooral de ‘polarisatie, het wantrouwen en de onrust tussen bevolkingsgroepen’ in Rotterdam en Nederland.

Bij veel inwoners van Rotterdam leeft het idee dat de integratie mislukt is. Aboutaleb is het daar niet mee eens. „Zo algemeen zou ik dat niet willen zeggen. Wat wel aan de orde is, is dat sommige groepen een zwakke binding hebben met Nederland. Daar moeten we het over hebben.”

Dat de Turkse gemeenschap meer afgezonderd leeft dan andere, blijkt ook uit CPB-onderzoek, aldus Putters. Een eenduidige verklaring is er niet voor. Etnische groepen die minder gescheiden leven, hebben weer andere problemen, zoals een oververtegenwoordiging in de criminaliteit.

Aboutaleb, over zijn ‘eigen’ etnische groep: „In tegenstelling tot Turken willen Marokkanen er wel graag bij horen, maar doen ze het verkeerd. Ze kloppen op de deur, en als die dicht blijft, schoppen ze ertegenaan en worden ze opgepakt.” Vroeger wilde ook de Marokkaanse regering controle uitoefenen op de Nederlandse onderdanen, vergelijkbaar met Turkije nu, vertelde de burgemeester. „De Marokkanen hebben hun vingers opgestoken naar Rabat en gezegd: wij zijn autonoom, zoekt het maar uit.”

Netwerken

Aboutaleb en Putters waren het voornamelijk eens over de remedie tegen de polarisatie in de stad: scholing en werk. Putters ziet een grote groep Rotterdammers die onzeker is over werk, maar ook een grote groep jongeren die het goed doet op school. „Die groep vast te houden, is probleem van Rotterdam.”

Isolatie maakt de kans op werk niet groter, aldus Aboutaleb: „Banen worden vergeven in netwerken. Jongeren moeten in een netwerk terechtkomen. Dat kan al door vrijwilligerswerk te doen.” Ook voor nieuwe Rotterdammers is dat een opgave: „Wij hebben hier in de stad de afgelopen jaren tienduizenden mensen bij gekregen, uit Syrië, uit Afrika. Daar maak ik me best zorgen over.”

Uiteindelijke doel is dat iedereen zich ‘mede-eigenaar’ voelt van het land, van de stad, zei de burgemeester. „Dat gevoel is maximaal als je hier begraven wilt worden. Als je bereid bent om na je dood één te worden met Rotterdamse grond.”