Ruben Östlund pakt hypocriete kunstwereld aan in ‘The Square’

Filmfestival Cannes

De Zweed Ruben Ostland is bekend van zijn familiedrama in de sneeuw Turist. In Cannes presenteert hij The Square, zijn bijtend satire op de kunstwereld. Al is de film wel wat te lang.

Menig bezoeker van Cannes zal iets van zichzelf herkennen in de wereld van The Square, de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund (bekend van Turist). De film gaat over een man die de mond vol heeft van het onrecht in de wereld en zijn hoge idealen, maar die ondertussen een comfortabel leven leidt, als gearriveerd en verzadigd onderdeel van de middenklasse. The Square ontleedt de kleine, alledaagse hypocrisie van de champagnesocialist – daar lopen er in Cannes ook wel een paar van rond.

Hoofdpersoon Christian (Claes Bang) is, zoals hij zelf niet nalaat te vermelden, „een soort van publieke figuur”. Hij is hoofdconservator van een groot museum voor eigentijdse kunst in Stockholm. De man is een meester in het bewerken van donors en sponsoren en spreekt vloeiend het hermetische dialect van de kunstwereld. Christian is druk bezig met het nieuwe kunstproject The Square: een conceptueel kunstwerk dat bestaat uit een verlichte rechthoek op de grond waarbinnen de mensen die erop staan beloven elkaar met gelijkwaardigheid, liefde en respect te behandelen.

Christian heeft alleen iets te veel ego en eigendunk om zelf naar die mooie woorden te leven. Tijdens een borrel van het museum kan hij het niet laten om journaliste Anne (Elisabeth Moss uit Mad Men) te versieren, ook al weet hij dat er alleen maar narigheid van komt. Dat leidt tot een onovertroffen bedscène waarin Östlund met een gebruikte condoom evenveel absurde spanning weet te genereren, als op de beste momenten van zijn meesterlijke Turist.

Viral

In Turist legde hij het moderne gezinsleven op de snijtafel. Een Zweeds modelgezin moest in die film verder zien te leven met elkaar, nadat de vader er als een haas vandoor ging, toen een lawine zijn gezin leek te bedreigen. In The Square gooit Östlund zijn net breder uit en pakt hij een hele maatschappelijke klasse aan.

Als zijn portefeuille en telefoon op straat zijn gerold, begint Christian een onbesuisde actie om zijn spullen terug te krijgen. Dat zet zijn leven op zijn kop, zodat hij net te weinig aandacht heeft voor de twee ingehuurde millenials die het museum zichtbaarder moeten maken op sociale media. Ze zetten daartoe een video in elkaar, die volgens hen viral zal gaan – met nogal grote consequenties voor de maatschappelijke positie van Christian.

Östlunds satire op de kunstwereld is vaak raak, al kun je de vraag stellen of zijn doelwit al die inspanning echt waard is. De soms holle pretenties van de kunstwereld mogen ergerlijk zijn, erg belangrijk zijn ze niet. Veel interessanter wordt het als Christian zijn museum uitgaat: als hij in de weer is met zijn twee dochters, die de helft van de tijd bij hun moeder wonen, of terechtkomt in een achterstandswijk van Stockholm, om zijn mobiel te traceren.

Andersom kan ook: tijdens een galadiner in het museum komt de wereld het museum binnen. De dinergasten krijgen van performancekunstenaar Oleg (Terry Notary), die een ultrarealistische aap uitbeeldt, iets meer dierlijke agressie voorgeschoteld dan ze kunnen verstouwen.

Dichtbij

Over die scène zal nog lang worden nagepraat in Cannes, over de film als geheel misschien minder. The Square is echt te lang (bijna 2,5 uur) en huppelt van scènes die zeer geslaagd zijn naar tamelijk flauwe.

Östlund neemt met The Square een wereld op de hak waar hij als prominent filmregisseur zelf onvermijdelijk deel uitmaakt. Sterker nog: het kunstproject in de film is gebaseerd op een werk, eveneens The Square getiteld, dat hij zelf in 2015 heeft gemaakt voor het Zweedse designmuseum Vandalorum. Östlund zoekt zijn satire dicht bij huis. Juist dat maakt hem zo’n scherp observator.

Films over het maken van films zijn meestal niet zo bijster interessant. Maar van Östlund zou je zo’n film toch graag willen zien. Hij zou als weinig anderen de absurde kanten van zijn bestaan als filmmaker onder een vergrootglas kunnen leggen. Hopelijk beschouwt hij zijn huidige verblijf in Cannes ook als studiemateriaal voor zo’n toekomstige film.