Column

Krijgen burgers waar voor hun geld?

Ik weet wel dat het land besturen een grootse en meeslepende bezigheid is. Logisch, je bent politicus en je wilt wat. De noden lenigen, de problemen oplossen, de economie helpen, het klimaat redden, het onderwijs weer voor iedereen maken, de zorg weer menselijk, de ondernemer weer vrij, de werknemer weer beschermd, de natuur weer mooi, het vlees weer eerlijk. Afijn, ik sla een beetje door, u begrijpt wat ik bedoel.

Ik heb niks tegen groots en meeslepend, maar ik hou ongelooflijk veel van de zeurderige boekhoudersvraag: wat is er precies van dat groots en meeslepend besturen terecht gekomen? En daarom hou ik van de Rekenkamer en van de Haagse traditie Woensdag Gehaktdag, waarop de Rekenkamer de uitgaven en het beleid van de overheid doorlicht. Niet om onze politieke bestuurders pinnig te gaan zitten afrekenen, maar om ervan te leren. Want als je weet welk beleid wel en niet werkt, worden wij daar allemaal beter van.

De overheid in Nederland gaf het immense bedrag van 223,5 miljard euro uit in 2016 en in het jaar daarvoor 231,7 miljard euro. Of die uitgaven nuttig zijn besteed, is toch een zeer wezenlijke vraag?

En daar begint toch wel de frustratie. Want de Rekenkamer maakt elke Gehaktdag weer onvermoeibaar hetzelfde punt, afgelopen woensdag aldus geformuleerd: „Maar het meest opvallende anno 2017 is de beperkte informatie over de effectiviteit van beleid. Dat geldt voor vrijwel alle departementen en hun beleidsterreinen. Wat zijn nu de échte maatschappelijke resultaten voor burgers en bedrijven? Krijgen burgers waar voor hun geld? Het blijkt nog steeds erg moeilijk daarover uitspraken te doen. Dat opent de weg naar zowel ongefundeerde kritiek als niet-onderbouwde verdediging van keuzes, kortom ‘fact-free politics’.”

Lees onze analyse van Gehaktdag 2017: Personeel is zwakke plek van overheid

Toen Rekenkamervoorzitter Arno Visser woensdag de nieuwe Tweede Kamer toesprak, maakte hij er een stichtelijk lesje van: „Of belastinggeld, goed georganiseerd, op de juiste plek aangekomen, het beoogd maatschappelijk resultaat bereikt. Dat wilt u weten.” Zeker, ik ook.

De Rekenkamer gaf woensdag twee aansprekende voorbeelden van beleid waarover het in het duister tast. Allereerst passend onderwijs, oftewel de extra ondersteuning van kinderen met bijvoorbeeld leer- en gedragsproblemen. De overheid geeft er 2,4 miljard euro per jaar aan uit, maar of het bij de juiste kinderen terechtkomt? Of het helpt? De Rekenkamer weet het niet, de overheid dus ook niet. Terwijl de Tweede Kamer specifiek heeft gevraagd daar zicht op te houden.

Ander voorbeeld van de Rekenkamer deze week: de sectorplannen voor de zorg. Met die sectorplannen wil de overheid zorgmedewerkers aan (ander) werk helpen. Of de 100 miljoen euro die de overheid er maximaal aan besteedt daarin slaagt? „Onduidelijk,” zegt de Rekenkamer. De gegevens die er wel zijn lijken erop te wijzen dat de resultaten „ver achterblijven” bij de doelstelling.

Dit voorbeeld is een klassieker onder economen. Die zouden ontzettend graag die voortdurende help-werkloze-mensen-aan-een baan-plannen echt doorlichten. Door ermee te experimenteren als dokters doen: de ene groep krijgt de hulp wel, de andere groep niet. Niet alleen gebeurt dat nauwelijks, ik heb de indruk dat onze politieke bestuurders het vaak niet willen weten. Terwijl er een wereld mee te winnen is.

Ik voorspel u dat we de komende jaren miljarden gaan uitgeven aan het verduurzamen en groener maken van ons land en economie. Mag ik met klem verzoeken vooraf direct te bedenken hoe we gaan meten of al die miljarden dat doel dichterbij brengen?

Marike Stellinga is econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie.