Column

Krankzinnige scenario’s uit de binnenwereld van de formatie

Deze week: bericht uit de binnenkamers van een stroperige formatie.

Ofwel: sluimerende wanhoop en speculaties over krankzinnige scenario’s.

Het zijn rare dagen in Den Haag. Ze zeggen dat de geschiedenis zich nooit herhaalt. Maar deze week merkte ik dat één van de spectaculairste episodes uit de historie van kabinetsformaties in twee kandidaat-regeringspartijen over de tong gaat.

Zelf trok ik woensdag de biografie van oud-formateur Jaap Burger (PvdA; 1904-1986) uit de kast. Hoofdstuk vijf van Een leven lang dwars (1986) schetst de ‘macabere schoonheid’ waarmee je onwillige partijen tot kabinetsdeelname kunt dwingen.

Burger, een pure machtspoliticus, forceerde in 1973 dat twee voorlopers van het CDA – KVP en AR – het kabinet-Den Uyl gingen steunen omdat hij twee christendemocraten, buiten hun partij om, wist te verleiden het ministerschap onder Den Uyl te aanvaarden.

Verplaatst naar 2017: een formateur van VVD-huize, laten we zeggen Mark Rutte, haalt in de slotfase van een langslepende formatie twee PvdA-prominenten over een ministerschap te aanvaarden, Diederik Samsom voor Klimaat en Energie, en Jeroen Dijsselbloem voor Financiën.

Nadat partijleider Lodewijk Asscher maanden deelname aan Rutte III bleef weigeren, gaat hij alsnog overstag.

Je kunt denken: hersengymnastiek voor verveelde formatievolgers. Maar toen ik het opwierp bij betrokkenen bij de formatie, merkte ik dus dat in twee partijen hetzelfde idee al circuleerde.

Het betekent niet dat dit zal gebeuren. Het illustreert eerder de wanhoop die sluimert: achter de poses van fractievoorzitters die clichéteksten uitspreken, gaat de vrees schuil dat deze formatie ook totaal kan mislukken.

Zo vertaalt de fragmentatie van het land zich in dreigende stagnatie van het bestuur: we zijn zo gesteld op onszelf dat we ons in steeds kleinere kringetjes van gelijkgestemden begeven, en andere groepen steeds gemakkelijker buitensluiten.

De SP wil niet praten met de VVD en de PVV. Alle grote partijen niet met de PVV. D66 liever niet met de ChristenUnie. De PvdA liever met niemand. Het CDA liever niet met de linkse partijen.

Het is, per partij, logisch en verklaarbaar. Tegelijk hebben partijen in de campagne dat identiteitspolitieke denken van hun kiezers zelf gestimuleerd.

Het versterkte niet alleen de groei van fracties die alleen bestaan dankzij de minipolitiek van alleen het eigen gelijk – Denk, Partij voor de Dieren, 50Plus, etc.

Het verkleint ook, en daar gaat het hier om, de ruimte voor traditionelere partijen om na de verkiezingen tegen de voorkeuren van de eigen achterban in te gaan.

Daarbij vergemakkelijkt het de uitvergroting van tegenstellingen. Sommige media probeerden de laatste tijd GroenLinks te definiëren als oud-communistische extremisten die de gewone man willen overladen met klimaatbelastingen.

Zeker heeft GroenLinks elementen van gewelddadig extremisme gehad – ik publiceerde er ooit zelf over. Maar daar kun je die partij allang niet meer mee definiëren.

Het moderne GroenLinks steunde onder Rutte I de politietrainingsmissie in Afghanistan. Het tekende – met VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – het Lenteakkoord van 2012, een topzwaar bezuinigingsprogramma dat nodig was toen de PVV Rutte I ten val bracht.

Toch houd je in de achterbannen van VVD en CDA mensen die Klaver zien als wolf in schaapskleren. Zoals je in de VVD-achterban bij de vorming van Rutte II, in 2012, mensen had die meenden dat samenwerking met de PvdA Rutte tot marxist transformeerde. Verlangen naar onzin.

In werkelijkheid openbaarde de mislukte formatiepoging van VVD, CDA en D66 met GroenLinks hoe klein de mentale afstand tussen partijleiders nog is.

Typerend was wat ze maandag deden toen hun poging vastliep: ze lieten op voorstel van Rutte saté aanrukken om te bespreken hoe ze de breuk aan de media zouden toelichten.

De discipline waarmee partijen weigerden elkaar de schuld te geven, was hoogst opmerkelijk. Het betekent ook, denk ik, dat we lang geen volledig inzicht hebben in wat zich precies heeft afgespeeld.

Uit achtergrondgesprekken leerde ik wel hoe informateur Edith Schippers partijen tot inbinden wilde verleiden.

Zo waren de onderhandelingen over migratie, waarop het misging, gebaseerd op een gezamenlijk stuk dat VVD en D66 voor de onderhandelaars schreven: vijfeneenhalf A4tjes bestaande uit acht beleidsblokjes.

Vier blokjes kon je in het voordeel van de VVD uitleggen, vier in het voordeel van D66. Een klassiek compromis, waar Klaver dus nee tegen zei.

Over de financiële kaders, de uitgaven tot en met 2021, was eerder gebleken dat overeenstemming mogelijk was. Maar klimaat en energie, dat CDA en GroenLinks samen moesten voorbereiden, wilde totaal niet lukken.

GroenLinks was inderdaad bereid rekeningrijden te laten vallen, zoals Klaver deze week zei, mits het CDA de eigen landbouwachterban zwaar pijn zou doen. En je wist: daar zag Buma amper ruimte voor zichzelf.

Ik begreep wel waarom Edith Schippers na de mislukking binnenskamers liet merken dat zij haar taak bij momenten ondankbaar vindt, en dóór wil: nu al kun zie je aankomen dat de dilemma’s tussen D66 en CU niet kleiner zullen zijn.

Vanaf medio volgende week zullen onderhandelingen met de CU wel beginnen – Pechtold en Segers hebben beiden een gouvernementeel georiënteerde achterban.

Maar ik zou niet weten hoe die twee elkaar vinden in het spanningsveld van een groeiend verlangen naar zelfbeschikkingsrecht van ouderen, ernstig ziek of niet, en de weerstand daartegen bij de CU. Zoals de CU altijd haar Bijbelse inspiratie zal behouden, zo kun je van Pia Dijkstra (120.000 voorkeurstemmen) amper verwachten dat zij voortaan strategisch zwijgt over dit D66-kroonjuweel.

Daar komt voor D66 het risico bij dat ze in deze coalitie met drie cultureel conservatievere partners zou werken, en de partij daarbij te maken zou krijgen met drie oppositiepartijen op links (GroenLinks, SP, PvdA): onbegonnen werk.

Dus mij zou het niet verbazen als ook een coalitie van VVD, CDA, D66 en CU mislukt, en er uiteindelijk tóch een serieuze poging met de PvdA volgt, bij voorbeeld als gedoogpartner.

Er komt iets zorgelijks bij. In de nieuwe VVD-fractie, merkte ik, gaan nu óók stemmen op voor betere bescherming van de eigen partijpolitieke identiteit. Je mag hopen dat dit verstomt, want uitgerekend in dit benepen klimaat is het dramatisch als ook de grootste partij zich terugtrekt op de eigen helft – dan is straks niemand meer bereid de eigen achterban te trotseren.

Zo openbaart deze formatie niet alleen het risico van onregeerbaarheid, ze onderstreept ook de ongedacht dramatische gevolgen van de identiteitspolitiek die de campagne domineerde.

Donderdagmorgen was ik in Woerden, in het electorale representatieve Schilderskwartier dat ik om de paar maanden bezoek: een wereld waar de Haagse opwinding vrijwel altijd ongezien blijft. Heerlijk is dat.

Deze keer hadden mensen vooral de titel van Feijenoord aan het hoofd – de formatie, och, dat zagen ze wel.

Maar in de Albert Cuypstraat trof ik Kees (72), een voormalige trucker die vertelde dat zijn vrouw tien jaar terug verlamd raakte. Ze eten sindsdien hun eigen huis op, zei hij, dus hebben zij één verlangen: „Goedkopere ziekenzorg.”

Vandaar dat Kees 15 maart stemde „op de CP van Marijnissen”: hij bedoelde de SP van Roemer. Kees had meegekregen dat ze Roemer in Den Haag smeekten aan een kabinet deel te nemen. Kees hoopte dat hij het deed. „Als ze hem zo graag willen, kan hij de ziekenzorg goedkoper maken.”

Ik zei: denk niet dat het zal gebeuren.

Kees pakte zijn fiets en liet ontredderd zijn schouders zakken: dan niet.

Dit was politiek in de lente van 2017, realiseerde ik me: partijen die de eigen identiteit zo voortreffelijk beschermden dat ze liever niet regeerden, en dus liever niets voor hun kiezers deden.