Is er leven voor sociaaldemocratie in Europa?

Verkiezingen Sociaaldemocraten in Europa beraden zich op hun koers na alle klappen. Hoe moet het verder? We vragen het vier sociaaldemocratische politici uit Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Foto iStock

Wordt het een kleine of een grote nederlaag? Voor de sociaaldemocraten in West-Europa lijken er tegenwoordig maar twee verkiezingsuitslagen mogelijk. Vorige week liepen de deelstaatverkiezingen in SPD-bolwerk Noordrijn-Westfalen uit op een historisch verlies. Bovendien werden de sociaaldemocraten voor de derde keer op rij verslagen door de CDU. Twee maanden daarvoor leed de Partij van de Arbeid (PvdA) de grootse nederlaag ooit; de partij verloor 29 zetels. Dan hebben we verder nog: Labour in het Verenigd Koninkrijk en de Parti Socialiste (PS) in Frankrijk, die tijdens de presidentsverkiezingen vorige maand werd weggevaagd. Beide partijen dreigen met de parlementsverkiezingen in juni door hun liberale en conservatieve tegenstanders te worden opgegeten.

„Het is een tragisch verhaal”, zegt René Cuperus, politiek ideoloog van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA. „Er vindt een systeemcrisis plaats in West-Europa. Het is begrijpelijk dat het oude partijenstelsel het niet eeuwig uithoudt, maar ik heb hier een slecht gevoel bij. Als de sociaaldemocratische middenpartijen uiteenvallen, dan valt de samenleving uiteen. Ik zie dat nu al keihard gebeuren.”

Maar waarom de sociaaldemocraten?

Volgens Cuperus zijn er nieuwe, radicale tegenstellingen ontstaan in westerse samenlevingen die dwars door de middenpartijen heenlopen. „Het debat wordt gevoerd door mensen met extreme gedachten over Europa en immigratie”, zegt hij. „Het is honderd procent voor of honderd procent tegen. Kijk naar Frankrijk: Mácron tegen Le Pen. En in Nederland: GroenLinks en D66 tegen de PVV.”

Cuperus denkt dat Europese burgers „opgefokt raken” door de polarisatie die er plaatsvindt. Kiezers „radicaliseren zelf” en ontwikkelen „een ongenuanceerde kijk” op de wereld. „Zo drijven ze weg van middenpartijen”, legt hij uit.

Wat blijft er over?

In ieder land wordt anders gereageerd op die ontwikkeling.

In Duitsland gaat de SPD maandag haar plannen bekendmaken voor de Bondsdagverkiezingen van 24 september. De partij gaat meer nadruk leggen op veiligheid. Ook wil ze een versobering van de uitkeringen, ingevoerd onder leiding van SPD-Bondskanselier Gerhard Schröder, deels terugdraaien. Ze masseren zo hun rechterflank én hun linkerflank.

We realiseren ons niet dat we de laatste oase zijn van democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat en persvrijheid in de wereld

Het Britse Labour, waar de angst voor een nederlaag nog veel groter is, duikt verder naar links. De impopulaire leider Jeremy Corbyn wil een belastingverhoging voor rijken, Britse spoorbedrijven en waterbedrijven renationaliseren, en collegegelden afschaffen. Zijn plannen kunnen leiden tot een financieringstekort van tientallen miljarden, volgens Denktank Institute for Fiscal Studies.

En dan is er nog de Parti Socialiste in Frankrijk die zichzelf opnieuw moet gaan uitvinden.

Blijft er nog wat over van de sociaaldemocratie?

René Cuperus is bang dat West-Europese landen onder druk van de populistische partijen eindigen waar Amerika nu staat. „Wel democratisch, steeds ongelijker, met een autocratische leider die zonder miljoenen op zak niet de politiek in kan”, zegt hij. „We realiseren ons niet dat we de laatste oase zijn van democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat en persvrijheid in de wereld. Kijk hoe het autoritaire en autocratische denken overal oprukt. Zie Oost-Europa of de Balkan. Daar is niet Angela Merkel het rolmodel, maar Poetin, Orban en Erdogan”, zegt hij. „We moeten weten op welke vulkaan we aan het dansen zijn.”

Hoe kunnen de sociaaldemocraten het vertrouwen van de kiezer terugwinnen? We vragen het vier sociaaldemocratische politici uit Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

De Franse Parti Socialiste, die regeerde onder leiding van Hollande, kan komende maand tijdens de parlementsverkiezingen een splinterpartij worden. „Het is ons niet gelukt om als partij mee te bewegen met de veranderingen in de samenleving”, zegt Corinne Narassiguin, oud-parlementslid en woordvoerder van de Parti Socialiste. „Als sociaaldemocraat moest je in Frankrijk goed overweg kunnen met de vakbonden en ngo’s, maar dat is nu niet meer voldoende. Door technologische veranderingen hebben mensen sneller behoefte aan meer informatie.” We moeten ze op nieuwe manier betrekken bij de politiek, zegt ze. Een concreet voorbeeld: „We moeten kiezers online consulteren over een nieuwe wet die we willen invoeren.”

Dan het Verenigd Koninkrijk. Neil Kinnock, oud-leider (1983-1992) van Labour had de taak om na het vorige extreem linkse avontuur van zijn voorganger Michael Foot, de partij naar het verkiesbare midden te bewegen. Kinnock maakt zich nu ook zorgen over de trage vernieuwingen in zijn partij. „Door de jaren heen is het ons niet gelukt te laten zien wat voor grote veranderingen er in de industriesector, en werkgelegenheid hebben plaatsgevonden als gevolg van de globalisering”, zegt hij. Inmiddels zijn volgens Kinnock de loyaliteiten van kiezers verschoven. „Ook hebben we niet goed duidelijk gemaakt dat de toegenomen ongelijkheid in inkomen, welvaart, zorg en kansen, niet alleen onrechtvaardig is, maar inefficiënt en kostbaar. Des te meer reden dus om het aan te pakken.”

In Nederland lijkt alles onderhandelbaar, ook de sociaaldemocratische waarden, zegt Paul Tang, die de PvdA-delegatie leidt in het Europees Parlement. „De kiezers denken niet meer dat ze op ons kunnen rekenen. Dat vertrouwen moeten we als allereerste weer terugwinnen.”

Maar voor sociaaldemocraten is het nu eenmaal ook makkelijker om hun kiezers teleur te stellen, zeggen de politici: er wordt meer van hen verwacht. „Een conservatieve kiezer verwacht niet van zijn partij dat er veel verandert. En een liberaal gelooft meer in zijn eigen kracht dan in die van z’n partij. Maar als je op ons stemt verwacht je dat we iets voor je doen”, zegt Tang. „We maken ons kwetsbaarder voor teleurstelling.” Kinnock en Narassiguin sluiten zich hierbij aan. „We worden gekozen wanneer het slecht gaat met het land”, zegt Narassiguin. „We moeten problemen oplossen en hervormen. Daarom komen wij er na een regeerperiode vaak niet goed uit.

‘Schulz-effect’ duurde kort

Wat de sociaaldemocraten de laatste tijd veel in het nieuws heeft gebracht zijn de perikelen rond hun leiderschap. Soms gaat het goed. In Duitsland stond de SPD er in januari in de peilingen een stuk slechter voor dan coalitiepartner CDU; 20 procent versus 32 procent van de stemmen. Nog voordat de plannen voor de verkiezingen werden bekendgemaakt, werd er een nieuwe leider gekozen: de oud voorzitter van het Europees Parlement: Martin Schulz. De partij steeg al snel in de peilingen, met tien procentpunten, en stond op een gegeven moment even hoog als CDU-CSU. Die ontwikkeling werd als snel het ‘Schulz-effect’ genoemd. Hij gaf de partij een nieuw elan.

Een paar maanden verder is de SPD nu weer zes procentpunten gezakt in de peilingen. „We staan er met Schulz als leider toch nog beter voor dan zes maanden geleden. Het was een goede keus”, zegt Malu Dreyer, voorzitter van de Duitse Bondsraad en minister-president van de deelstaat Rijnland-Palts.

Die focus op de leider is juist wat de PvdA heeft opgebroken, zegt Tang. „De samenhang die we als partij kwijtraakten hebben we door de jaren gecompenseerd door nieuwe personen naar voren te schuiven: Wouter Bos, Job Cohen, Diederik Samsom”, zegt hij. „We maakten de persoon belangrijker dan de inhoud, we raakten zo het vertrouwen van de kiezer in ons sociaaldemocratische verhaal kwijt.”

Het Britse Labour heeft momenteel misschien wel de minst populaire leider: Jeremy Corbyn. Hij doet het slecht bij de Britse kiezer en bij zijn collegapolitici. Hij is vooral geliefd bij de Labour-leden. „Onze leider is niet geloofwaardig”, zegt voormalig Labour-leider Neil Kinnock. „Hij spreekt slechts een klein deel van de kiezers aan, met hetzelfde oude verhaal. In een democratie moet je juist veel kiezers aanspreken. Er moeten in de partij teams zijn van capabele mensen die inhoudelijk realistisch zijn én het idealisme hebben die de partij energie geeft”, zegt Kinnock. „En ze hebben humor nodig”, voegt hij eraan toe.  

De Fransen zijn minder geduldig: „Onze partij heeft heel snel nieuw bloed nodig”, zegt Corinne Narassiguin. „Het was te lang zo in Frankrijk dat je pas na een politieke carrière van twintig jaar president kon worden”, zegt ze. „Macron heeft het goede voorbeeld gegeven en laten zien dat je op jonge leeftijd veel macht kan krijgen in het land. Nieuwe generaties moeten zich namelijk ook aangesproken voelen door de partij.”

Een nieuw verhaal?

Is daar ook een nieuw verhaal voor nodig?

„Nee”, zegt Malu Dreyer van de SPD, „de klassiek sociaaldemocratische waarden als sociale rechtvaardigheid, vrijheid en solidariteit gelden nog steeds. Wij blijven ons moderniseren, we zoeken naar antwoorden op veranderingen in de samenleving.” Een deel van de SPD-kiezers is de laatste maanden overgestapt naar de anti-immigratiepartij AfD. Dat is voor Dreyer geen reden om met haar partij een nieuw antwoord te formuleren op migratievraagstukken, zegt ze. „Het succes van rechts-populisten is voor ons geen reden om onze waarden te herzien. Ik heb in mijn deelstaat Rijnland-Palts de verkiezingen gewonnen met een kosmopolitisch programma dat tegelijkertijd ook gericht was op veiligheid. Mijn overtuiging is: wie de rechts-populisten kopieert maakt ze alleen maar sterker.”

Mijn overtuiging is: wie de rechts-populisten kopieert maakt ze alleen maar sterker

Tang van de PvdA vindt wel dat zijn partij met een nieuw en sterk migratie-verhaal moet komen: „Een eigen verhaal, waarin we de problemen erkennen en optimistische oplossingen bieden. Als we meegaan met de PVV sluiten we ons als partij uit.” Ook vindt Tang dat burgers weer gewaardeerd moeten worden wanneer ze iets belangrijks doen voor de maatschappij. „We laten te veel over aan vrijwilligers of aan de markt. Er moeten 100.000 nieuwe banen komen voor mensen die bijvoorbeeld de sportkantine beheren, als buurtwacht helpen of als conciërge op school aan de slag willen.”

Volgens Kinnock moet Labour aan kiezers blijven uitleggen wat patriottisme precies betekent: „Het betekent dat we toegewijd zijn aan het welzijn van ál onze mensen en groepen in de samenleving.”

Narassiguin vindt ook niet dat de Parti Socialiste haar waarden moet herzien. Volgens haar geloven de kiezers nog steeds in hun idealen. „Ze vinden alleen dat we er te weinig mee hebben gedaan. We moeten de idealen nu omzetten in concreet beleid dat in de huidige tijd van belang is.” De partij heeft het nog altijd over sociale ongelijkheid. „Daarom moeten we de discriminatie op de arbeidsmarkt aanpakken”, zegt ze. „Ik denk niet dat de sociaaldemocratie ooit dood kan gaan, maar de partij wel als we niet snel laten zien dat we kunnen transformeren.”