Cultuur

Interview

Interview

Fotografie Lars van den Brink

‘Ik zwicht niet voor mijn oranjegevoel’

Jos Streppel

Bescherm onze multinationals, roepen politici en bedrijfsleven nu PostNL, Unilever en Akzo overnamedoelwit zijn geworden. Oud-topman Jos Streppel voelt er niets voor om de dijken op te trekken. „Vijandige overnames moeten kunnen in Nederland.”

Jos Streppel (67) weet hoe het is om een overnamegevecht te voeren tegen een agressieve belager. De voormalige financieel topman van Aegon (1998-2009) was president-commissaris van KPN toen de Mexicaanse telecom-miljardair Carlos Slim een paar jaar geleden een belang nam van bijna 30 procent, vastbesloten om het hele bedrijf over te nemen. „Dan gaat de adrenaline stromen”, zegt Streppel in het souterrain van zijn huis in Gouda, dat als werkkamer is ingericht.

Hij verlangt er niet naar terug, beseft Streppel, wanneer hij ziet hoe AkzoNobel, net als KPN toen, moet vechten om een overname af te wenden. „Het is een uitputtingsslag voor bestuurders en de president-commissaris”, zegt hij. Ondanks twee verhogingen van het bod weigert Akzo in gesprek te gaan met zijn Amerikaanse belager PPG. „Dat is hun goed recht”, vindt Streppel. Over de zaak zelf heeft hij „niet echt een mening. Ze zullen ongetwijfeld goede redenen hebben voor hun verzet.”

Steeds meer aandeelhouders denken daar anders over. Maandag moet Akzo zich verantwoorden tegenover een groep beleggers onder leiding van het Amerikaanse hedgefonds Elliott, die via de Ondernemingskamer een stemming wil afdwingen over de positie van president-commissaris Antony Burgmans. Een vijandige overname dreigt – een schrikbeeld voor werknemers en politici.

AkzoNobel ontbeert daarbij de luxe die het KPN van Streppel wél had, en waar het telecombedrijf zijn huidige zelfstandigheid aan heeft te danken: een stichting die een overname een jaar lang kan blokkeren. En dat geldt voor veel meer Nederlandse multinationals. Denk aan Unilever en PostNL, die in de voorbije maanden ook al doelwit werden van jagende branchegenoten.

Vandaar de steeds luider klinkende roep uit bedrijfsleven en politiek om maatregelen die de uitverkoop van Nederlandse, beursgenoteerde ondernemingen kunnen voorkomen. Geef bestuur en commissarissen een jaar bedenktijd bij een vijandig bod, zegt bijvoorbeeld een groep topbestuurders onder leiding van voormalig ING-topman Jan Hommen.

Nationalistische sentimenten

Streppel is met zijn KPN-verleden een natuurlijke bondgenoot van deze lobby. Als íemand het belang van bescherming op waarde kan schatten, is hij het wel. Toch waarschuwt juist Streppel ervoor dat nationalistische sentimenten het debat gaan bepalen. „De politieke wind is gedraaid”, stelt hij vast. „Iedereen die wil dat we de beschermingsmuren optrekken, kan nu zijn vinger opsteken. Maar ik geloof niet dat we die kant op moeten.”

De machtsverdeling tussen bedrijfstop en aandeelhouders, waar deze discussie uiteindelijk over gaat, is een kwestie waar Streppel zich intensief mee heeft beziggehouden. Niet alleen in zijn tijd bij KPN. Als topman van Aegon had hij te maken met de eigen aandeelhouders, terwijl de verzekeraar zelf ook een grote belegger in anderen was. Tussen 2009 en 2013 was Streppel bovendien voorzitter van de commissie die de code-Tabaksblat bewaakt, die toeziet op goed ondernemingsbestuur én op de verhouding tussen bedrijfstop en aandeelhouders.

Nu AkzoNobel onder vuur ligt, is er veel discussie over vijandige overnames. Moeten die kunnen in Nederland?

„Natuurlijk. Anders moet je niet naar de beurs gaan. Als je daarvoor kiest, verplaats je een stuk van de macht naar de aandeelhouders, zo simpel is het. Als je dat niet wilt, heb je op de beurs niets te zoeken.”

Zijn Nederlandse bedrijven te weinig beschermd?

„Vergeleken met landen als Frankrijk en Amerika wel. Bedrijven in die landen hebben vaak beschermingsconstructies die een vijandige overname vrijwel onmogelijk maken. In Nederland zijn er ook bedrijven die goed zijn beschermd, zoals KPN, maar ondernemingen die dat niet hebben, kunnen daar weinig meer aan veranderen. Een nieuwe beschermingsconstructie krijg je er namelijk nooit door bij je aandeelhouders. Daarom hebben we in de corporate governance-code ook een bedenktijd opgenomen van een half jaar in geval van een vijandig bod.”

ING-topman Jan Hommen wil daar een jaar van maken en de bedrijfstop in die periode beschermen tegen ontslag.

„Er is een grens aan de mate van bescherming die een bestuur verdient. Het risico is namelijk dat je slechte bestuurders in het zadel houdt. Als bestuurders en commissarissen jarenlang onderpresteren, waardoor het bedrijf achterblijft bij de concurrentie, dan is een wisseling van de top misschien wel nodig. Beschermingsregels zijn in zo’n geval niet gezond. Daarom hebben wij de bedenkperiode beperkt tot een half jaar. Natuurlijk moet een onderneming niet overvallen kunnen worden door een belegger die pas vijf minuten aandeelhouder is, dus het principe van een beetje bedenktijd is redelijk. Maar je moet niet bij wet bedrijven gaan afgrendelen. En die kant lijkt de discussie op te gaan, uit een soort oranjegevoel. Begrijp me niet verkeerd: ik heb die oranjesentimenten ook. Maar ik zwicht er niet voor.”

U heeft makkelijk praten. KPN had een beschermingsconstructie.

„KPN is een bijzonder geval. Ongeveer 70 procent van de elektronische infrastructuur is van KPN. Die is cruciaal voor de Nederlandse economie en verkoop je dus niet zomaar aan iemand uit een ander werelddeel, of het nu een Mexicaan is of een Libanees. Als wij in Nederland glasvezel nodig hebben, maar iemand in Mexico-Stad heeft geen zin om daarin te investeren, hebben wij namelijk een groot probleem. Dat risico kun je niet lopen.”

Waar ligt de grens tussen oranjegevoel en ‘van strategisch belang’ voor Nederland?

„Er zijn niet zoveel vitale functies die extra overheidsbescherming nodig hebben. AkzoNobel? Nee. Ik wil niet oneerbiedig zijn, maar uiteindelijk heb je het gewoon over verf. PostNL? Natuurlijk niet. Pakjes rondbrengen: wat is daar in godsnaam strategisch aan? De meeste sectoren van vitaal belang zijn al deels of geheel in overheidshanden: de dijken, het spoor, het openbaar vervoer, de ziekenzorg, het onderwijs. Dat is niet voor niets.”

Er zijn niet zoveel vitale functies die extra overheidsbescherming nodig hebben. AkzoNobel? Nee.

En al die banen dan?

„Over welke banen hebben we het? Slechts 5 procent van de Unilever-banen is in Nederland. Bij Akzo is dat niet veel meer. En draai het eens om. Unilever heeft Best Foods uit de Verenigde Staten overgenomen. Net niet vijandig, maar het scheelde niet veel. Akzo heeft ICI overgenomen. Denk je dat de Britten dat leuk vonden? Hun grootste chemische bedrijf in handen van een middelgrote Nederlandse onderneming? Hier hingen we de vlag uit. Waarom mogen zij dat niet?”

Angelsaksische landen worden ook nationalistischer.

„In New York en Londen weten ze heel goed dat de financiering van het bedrijfsleven veel moeilijker en duurder wordt zonder vrije kapitaalmarkt. Dat gaat ten koste van de concurrentiepositie.”

In Nederland denken we dat Angelsaksische aandeelhouders verschillen van Nederlandse beleggers. Klopt dat?

„In Londen en New York roepen ze heel hard ‘shareholder value’, de rest interesseert ons niet. Hier is het precies andersom, maar selecteren ze de aandelen natuurlijk ook gewoon op rendement. Uiteindelijk zijn de verschillen klein. De meeste grote beleggers zijn redelijke mensen die geen enkele behoefte hebben om jouw bedrijf kapot te maken.”

Klopt het dat Amerikanen minder oog hebben voor duurzame doelen?

„Dat clichébeeld klopt lang niet altijd. De eerste maatregelen om de uitstoot van auto’s te beperken, komen bijvoorbeeld uit de VS, níet uit Europa. Het is ook maar net hoe je duurzaamheid definieert. Wat is duurzamer? De Amerikaanse landbouw die veel gebruik maakt van genetische manipulatie, of onze intensieve akkerbouw? Zeg het maar.”