Gek op de zee, al werd hij er ziek van

Erik van Beest (1962-2017) had een sterke drang naar vrijheid. Hij reisde als dierenarts graag mee op vrachtschepen en in veewagons.

Dierenarts Erik van Beest. „Hij nam je net zo makkelijk mee naar een schnitzeltent als naar een sterrenrestaurant.”

‘Een echte man heeft een kettingzaag, ik heb er zeven.’ Gevleugelde woorden van Erik van Beest, dierenarts ter zee en in den vreemde, die 18 april overleed. Hij werd 54 jaar, maar het leek alsof hij naast zeven zagen ook zeven levens bezat: Hij wist overal het avontuur te vinden. „De ene week bevond hij zich in Hamburg, om grasmatten te leggen in het HSV-stadion, de volgende week hielp hij in Nice mee met een verhuizing of zocht hij in Engeland naar brocante voor het veilinghuis waar hij werkte”, vertelt studievriend Michiel Brus.

Toen Brus in 1986 in Utrecht aan de studie diergeneeskunde begon, was Van Beest al drie jaar bezig. „Hij deed twee jaar over de eerste twee jaar, twee jaar over de laatste twee en veertien jaar over het tussendeel.” Onderwijl deed hij klussen met zijn bedrijf Van Beest Total Supplies (het omzagen van bomen was een van zijn specialiteiten), zong hij bij de veterinaire studentenzangvereniging en speelde hij bij de veterinaire kegelvereniging Duim In ’t Gat.

Zo raakte hij bevriend met mede-kegelaar Henno Dallenga en diens vriendin Ingrid Vink. „Zo’n zeven jaar geleden is Erik naar Limburg verhuisd, naar Merselo. Maar soms kwam hij spontaan nog even buurten bij ons in Appingedam”, vertelt Vink. „Bracht-ie een oude schoolplaat mee met de anatomie van een konijn, omdat hij wist dat ik van konijnen hield. ‘Korte bezoekjes zijn deftig’, zei hij dan. Dus na een kwartier vertrok hij weer.”

Zulke vriendschappen onderhield Van Beest door het hele land. Hij kende veel mensen, maar liet zich niet vastleggen. Een van zijn vrienden was de in 2013 overleden Texelse schipper en strandjutter Sil Boon – Van Beest voer soms mee op zijn boot De Vriendschap. Brus: „Hij was gek op de zee, als je bij hem in het studentenhuis de trap op kwam lag daar een grote scheepstros. En hij werkte zelfs een tijd als een soort parlevinker. Dan ging hij in een bootje naar booreilanden om zijn waar te verkopen. Zodra de trossen losgingen kreeg hij last van zeeziekte. Maar zijn vrijheidsdrang was groter dan zijn misselijkheid.”

Die vrijheidsdrang was de weerslag van een streng gereformeerde opvoeding in de Alblasserwaard. Daar werd Van Beest geboren in een gezin met twee broers en één zus. Na de middelbare school vertrok hij naar Wageningen. Brus: „Toen hij vervolgens weer tijdelijk thuis ging wonen merkte hij dat het niet meer ging.”

Bourgondiër

Van Beest was een Bourgondiër. Hij reed in zijn rode Landrover regelmatig naar de Elzas, samen met Brus, om wijn in te kopen. Langdurige relaties had hij zelden. Brus: „Als zijn vriendinnen over relatieproblemen wilden praten dan verwees hij ze naar iemand anders door. De enige vrouw die tot het eind bij hem bleef was zijn hond: Henkie. Net zo’n vrijbuiter als haar baas. Een paar jaar geleden lag ze eens midden op de weg te zonnen, toen het leger aan kwam rijden. Henkie verroerde geen poot, dus uiteindelijk moest de hele kolonne omrijden. Prachtig vond Erik dat.”

In 2001 studeerde hij af. Daarna ging hij aan de slag als veearts – op veetransporten naar onder andere Marokko en Rusland. Mee op vrachtschepen en in veewagons. Brus: „Typisch zo’n baan die geen enkele dierenarts wil. Maar hij vond het prachtig. Erik paste in geen enkel hokje. Hij nam je net zo makkelijk mee naar een schnitzeltent als naar een sterrenrestaurant.”

In 2009 ging hij aan de slag bij de Limburgse brancardiersvereniging, die zieken naar Lourdes begeleidt. Brus: „Op Mariasafari, noemde hij dat.” Op de verenigingswebsite staat: „Met zijn broek besmeurd met koeienmest stouwde hij de rolstoelen in de pakwagen op elkaar.”

In 2014 en 2015 moest Van Beest verstek laten gaan. Eerst vanwege een teenamputatie, daarna vanwege een vingeramputatie. Het gevolg van diabetes. Brus: „Hij wilde zich niet door de ziekte in een keurslijf laten stoppen. Maar suikerziekte tast je bloedvaten aan; dat is waarschijnlijk ook de reden dat zijn hart er uiteindelijk mee ophield.”

De uitvaart was in zijn achtertuin. De zelfgetimmerde kist stond op het onderstel van een Landrover, Henkie scharrelde rond en buren en vrienden haalden zijn oneliners aan: ‘Het leven is als een botsauto – na een tijdje zijn de muntjes op.’

Zijn as wordt uitgestrooid op de plekken waar hij graag was: in Limburg, in de Elzas, op Texel, op zee. Brus: „Zo krijgt hij toch het zeemansgraf dat hij graag wilde.”