Deurgaans ‘waarheid’, geen fiksie of versinsel nie

Archief Brevier

De Zuid-Afrikaanse schrijver Karel Schoeman is in eigen land geprezen en gelauwerd, en vertaald in het Engels, Duits en Frans. Ten onrechte verscheen er weinig van hem in het Nederlands.

Schoeman werd geboren in een dorpje in de provincie Vrijstaat. Eerst leek hij zijn leven in dienst te willen stellen van de katholieke kerk, maar het liep anders. Hij studeerde taalkunde aan de universiteit van Vrijstaat, en werd na vele omzwervingen bibliothecaris van de Zuid-Afrikaanse Bibliotheek in Kaapstad.

Zijn schrijverscarrière begon in 1965 met de roman Veldslag. Vele romans en historische werken volgden, waaronder biografieën van vooral Afrikaners in de Nederlandse periode, die in moeizame omstandigheden voortploeterden. Het zijn verhalende, op gedegen onderzoek steunende werken, waarin hij in een karige maar beeldende taal het harde bestaan van de bewoners van de Kaapkolonie beschrijft. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de onderklasse, naar arme boeren, soldaten, slaven en naar de inheemse bevolking, de khoi. In Kinders van die Kompanjie uit 2006 beschrijft hij 34 17de-eeuwse levens. Alles is, zo schreef hij in het voorwoord, gebaseerd op ‘historiese navorsing en is deurgaans ‘waarheid’, geen fiksie of versinsel nie’.

Schoeman ontving in binnen- en buitenland meer dan twintig literaire prijzen. In eigen land kreeg hij driemaal de Hertzog Prijs. In 2015 ontving hij de N.P. van Wyk Louwprijs voor de bevordering van de Afrikaanse cultuur en geschiedenis. In 2104 werd hij genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor literatuur.

Na zijn pensionering trok hij zich terug in zijn geboortedorp Trompsburg; de laatste jaren woonde hij in een tehuis in Bloemfontein.

Schoeman schuwde de publiciteit, maar in zijn brieven aan andere onderzoekers betoonde hij zich hulpvaardig. Hij bleef op afstand, maar tussen de regels las je dat er iets hunkerde naar nader contact. Hij woonde zijn leven lang alleen. Op 1 mei overleed hij in Bloemfontein, nadat hij, zoals hij in een brief aan zijn advocaat vijf dagen voor zijn dood had meegedeeld, voedsel en drank had geweigerd. Met de openbaar gemaakte brief wilde hij de discussie over euthanasiewetgeving in Zuid-Afrika op gang brengen. Hij liet het manuscript na van een laatste roman die in september zal verschijnen.