De Ierse zwarte panter van Kampong

Hockey

De laatste keer dat hockeyclub Kampong kampioen van Nederland werd, stond Tom van ’t Hek linksbuiten. Dat was in 1985. Drie jaar later werd David Harte geboren, de Ier die woensdagavond, liggend op de grond zijn rechterarm tot het uiterste strekte, met stick en al. Een kwart seconde later wilde Rotterdam-speler Oliver Polkamp het beslissende tikje geven, om tot zijn ontzetting te ontdekken dat de bal die zo veilig aan zijn stick leek te kleven weg was. Het ding rolde de cirkel uit. Daarmee had Kampong-keeper Harte de shoot-out beslist: de blauwhemden staken hun armen in de lucht. Nog maar één overwinning (bij voorkeur zaterdag, anders volgt zondag een beslissingsduel) en de Utrechters hebben hun eerste kampioenschap in 32 jaar binnen – al zijn de wegen van de God van de Sport (zeker inzake langverwachte kampioenschappen) natuurlijk ondoorgrondelijk.

Voor David Harte zou de titel maar een mijlpaaltje in een reeks van vele zijn. Zijn voorlopige hoogtepunt was de kwalificatie voor Rio 2016 met de Ierse ploeg. Ze moesten fundraisen om de tickets te betalen – het was dan ook de eerste keer sinds 1948. Harte is ook al gekozen tot beste keeper ter wereld. Terecht: hoewel het menselijkerwijs onmogelijk is om zo’n piepklein balletje uit zo’n groot doel te houden, voltrekt dat wonder zich bij Harte keer op keer, in een stijl waarvan de sierlijkheid hevig contrasteert met de blokken aan zijn armen en benen. De oudste Utrechters hebben het al gezien. David Harte zweeft door zijn doelgebied als de legendarische Frans de Munck: een zwarte panter in een hockeypantser.