Column

Dag Dirk

Iemand zei: „Dirk Kuijt kan nu eindelijk aan het gewone leven beginnen.” Gewone leven? De ex-Feyenoordvoetballer heeft geen ander leven gekend. Of hij nu in Katwijk, op Anfield of in Turkije rondzwierf, Dirk bleef de zoon van een visserman met de ogen naar het Hogere gericht.

Hij was de blonde engel van het volk, maar wist het zelf niet. Althans, zijn immense populariteit droeg hij ogenschijnlijk mee als een slapende condition humaine.

Er is ooit getwijfeld of zijn enthousiasme en bezetenheid geen marketingtruc waren. Ook de belijdenis van zijn geloof wekte her en der achterdocht. In de twintig jaar dat ik Kuijt heb gekend, kwam ik eerder uit op naïeve kinderlijkheid dan op sluwe propaganda.

Koketterie met de kracht van zijn lichaam was er wel. In 2004 vertelde hij me over de geboorte van zijn eerste kind. „Om vier uur in de ochtend kwam het ter wereld. De volgende dag speelden we uit tegen AZ. In de tachtigste minuut kreeg ik kramp. Veel spelers zouden dan van het veld gaan. Ik trok een paar keer aan mijn been en stapte weer door. Het zal niet gebeuren dat ik door vermoeidheid en blessures het veld verlaat. Of het zou een beenbreuk moeten zijn. Mijn mentale weerbaarheid is onbegrensd.”

Lijflust tekende zijn spel. Toch was de voetballer van Feyenoord meer dan een draver. Naast kracht en geestdrift had hij ook een vista. Een enkele keer kon hij zelfs de bal met een fluwelen touch beroeren. Maar zijn handelsmerk bleef natuurlijk fysieke strijd. Altijd blijven doorgaan, zo was het al toen hij op zijn vijfde begon te voetballen bij Quick Boys.

Het amechtig blijven ploeteren tot de laatste snik irriteerde sommige commentatoren van Oranje. De overkill aan lijflustigheid vermoeide ook. Of was het de overdosis roomse blijheid van Dirk Kuijt die niet begrepen werd? Wel opvallend dat hij door Hans van Breukelen naar het professionele voetbal is gehaald. Aan de telefoon vroeg de doelman of Dirk niet voor FC Utrecht wilde spelen. De keuze voor Utrecht betekende dat er op zondag moest worden gevoetbald en dat was in het christelijke gezin van visser Kuijt niet vanzelfsprekend. Maar de keeper van Oranje aan de lijn maakte zo kort na 1988 veel indruk. God moest maar even de ogen sluiten.

Naast spits werd Dirk Kuijt een soort mascotte van Oranje. Blonde troetelbeer met blauwe ogen die een existentiële slag Hollanditis gaf aan spelers en fans van het Nederlands elftal. Holland als enkelvoudige uitgave van Das sein, een voetballer als voedstervader van nostalgie. Zoiets.

Straks gaat hij bij Feyenoord Martin van Geel assisteren om hem later op te volgen. Een verstandige keuze? Ik weet het niet. Waar moet hij met zijn bronstige lijf heen? Een kantoorbaan is haast onwezenlijk voor Kuijt. Hij bestaat nu eenmaal uit zweet, bloed en tranen. Dat ram je niet uit je lichaam met palaver en een contractje hier en een bezoekje daar. Dirk Kuijt zonder gras is als een zanger zonder stem.

Nog een schisma: Dirk voetbalde op revanche. Tegen het badinerende misprijzen van kenners in. Maar op revanche kun je geen club leiden. Hij zal wat minder christelijk en wat meer VVD’er moeten worden. Dan nog blijft de vraag of hij talentlozen wil en durft af te schieten. Een Gutmensch als Dirk Kuijt is geen man van lynchpartijen.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.