Column

Alleen voor de witte vrouw?

Onlangs schreef ik een column over GeenStijl en Dumpert, met de vraag wie de vrouwenvernedering van die sites eigenlijk betaalt. Er volgde een storm, ik had alleen een lucifer aangestoken zonder dat ik wist dat er een plas benzine voor me lag. Een groot aantal adverteerders trok zich, publiekelijk of heimelijk, terug. GeenStijl reageerde door te klagen dat het allemaal stijlloos was. Grandioos.

Maar er werden ook vragen gesteld. Vooral: waarom nu? Die sites laten al jaren een spoor van vernieling achter. Waarom was ik niet boos geworden toen de werkgever van Jelmer Siljee werd gebeld? Toen Rogier Havelaar voor christenhond werd uitgemaakt? Waarom maakte ik me niet druk om kindbruidjes of eerwraak? Zelfs Ebru Umar, GeenStijl-columnist, liet me zien hoe zij was bedreigd door Erdogan-aanhangers en dat er geen journalist of minister voor haar in de bres sprong. Al dat onrecht. Waarom dit? Waarom nu? Mijn antwoord: waarom niet? Maar dat is te praktisch gedacht.

In de Washington Post tilde Flavia Dzodan de ‘waarom nu’-vraag naar een hoger niveau. Er zou een verkeerd beeld van het zogenaamd tolerante Nederland bestaan. De wereld heeft geen idee van de dagelijkse misstanden die minderheden hier meemaken. Tot zover klonk het redelijk. Maar, schreef ze, de actie tegen GeenStijl is geen uitzondering op die misstanden. „Nu witte Nederlandse vrouwen het slachtoffer worden van GeenStijl is er plotseling een grens overschreden en verdient de site een advertentieboycot.”

Jammer dat haar lezers het debat niet kunnen volgen vanwege de taalbarrière en het maar moeten aannemen. Ze kunnen niet weten dat wij het in het gezamenlijke opiniestuk uitgebreid over vrouwen van kleur en racisme hebben gehad, dat we nergens beweren dat er „plotseling” een grens was overschreden, en dat GeenStijl al talloze malen witte vrouwen had geïntimideerd zonder dat actie werd ondernomen. Dat vergat Dzodan allemaal even te noemen zodat ze haar punt kon maken dat solidariteit in Nederland alleen voor witte vrouwen beschikbaar was.

Ik hoopte dat dit splintermeninkjes zijn van obscure activistengroepjes, maar nee, andere feministen op deze manier de maat nemen is kennelijk de gewoonste zaak van de wereld. Dit was mijn eerste en hopelijk laatste ontmoeting met het zogenaamd ‘intersectioneel’ feminisme. Als je er meer over wilt weten, moet je je eigenlijk storten in het onleesbare en in zichzelf gekeerde proza van de gemiddelde vakgroep vrouwenstudies. Gelukkig vatte schrijfster Maartje Geels het op Vileine.nl kort voor me samen: „Pak je het één aan, dan moet je je ook bezighouden met het andere.” Als je het over de positie van vrouwen hebt, moet je het ook over huidskleur, beperking, opleidingsniveau, seksuele voorkeur, inkomen, leeftijd, religie en elke andere mogelijke bron van discriminatie hebben. Volgens Dzodan MOET feminisme zelfs intersectioneel zijn, anders is het bullshit.

Ofwel, als je aan de hartstichting geeft, doneer dan ook aan het kankerfonds. Loop je de Women’s March, dan niet de dag erna in bed blijven liggen als de regenboogwandeling begint. Anders is het bullshit. Boos worden omdat een collega-schrijver virtueel wordt verkracht is bullshit als die collega toevallig wit is, want dan is jouw woede niet intersectioneel genoeg. Vecht voor alles of blijf thuis.

Ik ben ervan overtuigd dat dit soort denken een belangrijke reden is dat menig moderne vrouw weigert zichzelf als feminist te bestempelen. Als feminist krijg je namelijk plotseling dit soort types, dit soort vleesgeworden goedheid, op je dak, die beoordelen of je met jouw actie wel alle mogelijke diversiteitshokjes hebt aangevinkt. Met intersectionaliteit kun je zo ongeveer elke bredere vrouwenbeweging om zeep helpen en elk initiatief in de kiem smoren.

Het is nooit puur genoeg. Zelfs als er een duidelijk bastion van haat, seksisme, racisme, intimidatie en terreur voor je neus staat, krijgt een intersectionele beweging nog steeds geen steen door de ruit, omdat de leden telkens worden afgeleid door mogelijke onzuiverheden onder de mensen die überhaupt zijn komen opdagen.

Ik heb wel weer even genoeg van het moderne feminisme gezien.

Rosanne Hertzberger is microbioloog en heeft iedere zaterdag een column in NRC