Tussen kat en mens

Het valt niet mee op het gebied van kattenhumor nog iets origineels te verzinnen, maar het echtpaar Lisa Swerling en Ralph Lazar, befaamd om hun illustraties, is dat toch met glans gelukt in hun boekje How to Be a Cat.

Ik stuitte erop in een merkwaardig zaakje in de Mageleinstraat in Gent, genaamd The Other Shop, dat gespecialiseerd is in allerlei curieuze boekjes en accessoires. Zo was er ook een boekje met de raarste citaten van Donald Trump, gelardeerd met (te) weinig cartoons. Ik heb het niet gekocht, vooral omdat de citaten nog zo vertrouwd waren dat je ze wel kon dromen.

How to Be a Cat, uitgegeven bij Chronicle Books in San Francisco, is overigens ook in Nederland verkrijgbaar. De tekeningen en begeleidende teksten van Swerling en Lazar zijn niet alleen geestig, maar ook raak: ze laten allerlei herkenbare facetten zien van het eigenaardige samenlevingsverband van mens en kat.

Katten zijn niet altijd vertederende dieren, ze kunnen ook erg lastig zijn. Ze kotsen je tapijt onder, ze miauwen je midden in de nacht uit bed, ze klauwen je stoelen open, ze zaniken om eten en ze halen uit naar kinderen, om maar een aantal gewoonten te noemen die niet bij alle, maar toch wel bij veel katten voorkomen. En nu heb ik het poepen in de tuin van de buren nog niet eens genoemd. Voor al die minder aangename kanten hebben Swerling en Lazar zoveel oog dat ik ervan overtuigd ben dat zij zelf veel ervaring met katten hebben.

Op een van hun cartoons staat een man in pyjama in de deuropening van zijn slaapkamer. Hij kijkt naar zijn kat die onbevreesd opkijkt van het braaksel dat hij net op een tapijtje in de gang heeft gedeponeerd. Bijschrift: „Het is nu eenmaal belangrijk om minstens tweemaal per maand om vier uur ’s nachts te kotsen, liefst op het tapijt.”

Treffend is hier het detail. Het is mij vaker opgevallen dat katten liever op een tapijtje dan op een kale vloer overgeven. Ook deze kat spuugde op het matje, niet op de omringende vloer. Waarom? Ik vermoed omdat ze willen voorkomen dat ze steeds natte poten krijgen bij hun wandelingen over de vloer – maar misschien schat ik hun intelligentie nu te hoog in.

Op een andere cartoon zien we een kat verzaligd genieten van de strelingen door zijn bazin. Bijschrift: „Zie het leven maar als een nooit eindigende buikstreling.”

Die streling („belly rub”) stellen niet alle katten op prijs. De buik is ook voor hen een intiem, kwetsbaar gebied, ze moeten de mens zeer vertrouwen als ze hem daar toelaten. Onze kat wilde het pas op hoge leeftijd, maar toen was er ook geen houden meer aan, alsof ze in libidineus opzicht heel wat in te halen had.

De mooiste cartoons in dit boekje zijn de simpelste. Een kat die voldaan bij zijn lege voedselbakje ligt te slapen. Bijschrift: „Eet tot je slaperig wordt en slaap tot je hongerig bent.”

Mijn favoriet is de kat die in een lange strook zonlicht ligt te slapen. Bijschrift: „Slaap de hele dag op een zonnige plek.”

Onze huiskamer vangt pas laat in de middag enig zonlicht. Alsof onze kat dat moment heeft afgewacht, schrijdt ze binnen en legt zich zorgvuldig te ruste in die smalle baan van warmte. Zo blijft ze de hoofdpersoon in de roman die God op haar lijf heeft geschreven: Altijd weer slapen.