Rood? Word dan maar geen accountant

Persoonlijkheidstesten

Een kleurenmodel om jou te helpen bij het kiezen van een baan en bedrijven te helpen bij het selecteren van de beste kandidaten voor een sollicitatieprocedure. Heeft dat zin?

Illustratie Tomas Schats

Carrièrecoach en testanalist David Pezaro (59) heeft niets met het gedachtengoed van Carl Jung. Dat moet je de Zwitserse psychiater zelf niet kwalijk nemen, de man leefde ruim honderd jaar geleden. Maar zijn opvatting dat mensen kunnen worden ingedeeld in archetypes, een soort psychologische oermodellen, vindt Pezaro volstrekt achterhaald. „Ik vind het onethisch om mensen in zo’n hokje te duwen.”

Toch worden sommige persoonlijkheidstesten volledig op die archetypes gebaseerd. Goede voorbeelden zijn modellen als MBTI, Insights Discovery en DISC. Maak je zo’n test, dan krijg je een label: jij bent groen, of: jij bent een ‘drietje’.

ToekomstNavigatie, het HR-bureau dat Pezaro in 2016 samen met ontwikkelingspsycholoog Anne-Marie Kayser (32) oprichtte, wil af van die rigide hokjes. Het bedrijf ondersteunt particulieren bij het kiezen van de juiste baan of studie, en bedrijven bij het selecteren van de juiste kandidaat voor een bepaalde functie. Dit gebeurt zonder „oppervlakkige testen en gestandaardiseerde computerantwoorden”, is te lezen op de website. Maar hoe komt het bedrijf dan wel tot inzichten?

Denkrichtingen

Wat ToekomstNavigatie om te beginnen niet doet, zegt Pezaro, is „even snel wat testen”. Het volledige pakket, de ‘full navigator’ genoemd, bestaat uit vier verschillende testen. HBDI (Herrmann Brain Dominance Instrument), een test die je denkvoorkeuren weergeeft, is de basis. De andere testen zijn Sosie, een persoonlijkheidstest, Watson-Glaser, dat onderzoekt of iemand kritisch-analytisch kan redeneren, en MCT: een cognitietest.

In het onderzoek wordt onder meer gevraagd welke bijvoeglijk naamwoorden wel en niet bij de deelnemer passen: ruimtelijk, creatief en analytisch bijvoorbeeld. Daarbij wordt gekeken naar waar iemand meer of minder goed in is: conceptualiseren, innoveren, problemen oplossen, enzovoorts.

Het resultaat is een weergave van denkvoorkeuren, verdeeld over vier mogelijke opties: blauw (analytisch, rationeel, cijfers), geel (toekomstgericht, innovatief), groen (gericht op procedures en organisatie) en rood (emotioneel, creatief). Iemand kan bijvoorbeeld overwegend rationeel denken en van regels houden – het klassieke managersprofiel. Maar iemand kan ook hoog scoren op emotie en weinig bezig zijn met plannen en organiseren: de kunstenaar.

Maar wacht even: er zouden toch geen hokjes zijn? Volgens Pezaro gaat het bij HBDI niet zozeer om het plaatsen van persoonlijkheden in hokjes, maar laten de uitslagen slechts zien welke manier van denken je gemakkelijker afgaat. „Deze test zegt niet: ‘Jij bént niet rationeel, want je scoort laag in de analytische categorie.’ Deze test zegt: ‘Analytisch denken kost je meer moeite dan denken vanuit je gevoel.’ Met andere woorden: je kunt best een belastingaangifte invullen, maar moet waarschijnlijk geen accountant worden.”

Overigens houden MBTI en DISC, de persoonlijkheidstesten waar ToekomstNavigatie zich tegen afzet, een vergelijkbare slag om de arm: beide gaan uit van „voorkeursneigingen in gedrag”. Het verschil is dat deze testen een type meegeven, zoals „de pleitbezorger” of „type ISTJ: introversion, sensing, thinking, judging”.

Geen wetenschappelijk bewijs

Toch is niet iedereen overtuigd van de HBDI-test. De Belg Patrick Vermeren, ooit zelf bedrijfscoach en inmiddels een vermaard criticus van de industrie van persoonlijkheidstesten, omschrijft ook HBDI als „kwakkeldenken”. Vermeren schreef het boek De HR-ballon en runt de website Evidencebasedhrm.be, een initiatief dat door verschillende Nederlandse en Belgische wetenschappers wordt ondersteund.

Volgens Vermeren zijn er verschillende dingen mis met HBDI. Om te beginnen noemt hij het idee dat denkvoorkeuren te maken hebben met de manier waarop de hersenen functioneren, de zogenoemde ‘whole brain theory’ waar HBDI op gebaseerd is, volslagen onzin. Die theorie koppelt hele hersengebieden zoals de linker- en de rechterhersenhelft aan verschillende denkvoorkeuren. Dat is veel te simplistisch gedacht, meent Vemeren. HBDI-bedenker Ned Hermann beschouwde het brein inderdaad als een fysiologische kaart waarop je denkvoorkeuren kon aanwijzen. Maar dat bleek helemaal niet wetenschappelijk aantoonbaar. Inmiddels noemt HBDI het model dan ook een „metafoor voor hoe we denken”.

Die theorie koppelt hele hersengebieden zoals de linker- en de rechterhersenhelft aan verschillende denkvoorkeuren. Dat is veel te simplistisch gedacht

Daarnaast zit de test technisch niet goed in elkaar, stelt Vermeren. De consistentie ervan (meten de verschillende onderdelen hetzelfde concept?) is nooit getest en er is niet onderzocht of de resultaten hetzelfde blijven wanneer de test herhaald wordt.

Pezaro kent de kritiek. En voor een deel is hij het zelfs met Vermeren eens: „Als er trainers rondlopen die pretenderen dat HBDI een afspiegeling van het brein is, dan heeft Vermeren volkomen gelijk. Dat is niet vast te stellen.” Maar: „Als indicatie van denkrichtingen is het een uitstekende test”, stelt Pezaro desondanks.

Toch is ook dit nooit wetenschappelijk aangetoond. Stoort dat hem niet? Pezaro: „Zolang wij de test gebruiken als een indicatie en een manier om een gesprek op gang te brengen, zie ik dat niet als een probleem.” Vermeren denkt daar anders over: „Als je zo’n test als basis neemt om te bepalen of iemand in een bepaalde functie past, met het risico dat diegene daarom niet wordt aangenomen, dan vind ik dat zeker een schande.”

Geen religie

ToekomstNavigatie gebruikt niet alleen HBDI: in totaal zijn er vier testen. Als geheel geven ze een completer beeld en wordt de foutmarge kleiner, stelt Kayser. De vier testen worden thuis gemaakt, je bent er zo’n vier uur mee kwijt. Pezaro heeft daarom geen idee wie de klant is die hij in zijn rapport beschrijft. „Dat heeft iets paradoxaals: we geloven in de menselijke benadering, maar ons proces begint heel anoniem.” Toch is het de enige manier om objectief te blijven, zegt hij. „Als je iemand leert kennen voordat je zijn testresultaten analyseert, zul je altijd je eigen vooroordelen op diegene projecteren.”

Zo’n twintig procent van de klanten van ToekomstNavigatie zijn particulieren: scholieren die hulp willen bij hun studiekeuze of volwassenen die toe zijn aan een carrièreswitch. Het overige deel bestaat uit bedrijven, die de tests voor verschillende doeleinden gebruiken: bij een zogenoemde vlootschouw (een soort inventaris van het personeel) bijvoorbeeld, of bij een sollicitatieprocedure. Pezaro is degene die het rapport maakt, Kayser is verantwoordelijk voor het vervolgtraject. Blijkt de kandidaat niet te passen in de functie die hij of zij ambieert, dan geeft zij advies over een meer geschikte carrière. Pezaro: „Daar zijn we heel eerlijk in. Iemand kan binnenlopen vanwege een interne sollicitatie in het bankwezen, en naar buiten gaan met het advies om zijn droom te volgen en tuinman te worden.”

Maar als die tuinman nu tóch graag bankier wil worden? Volgens Pezaro wordt dat een lastig verhaal: denkvoorkeuren zijn op volwassen leeftijd heel hardnekkig en moeilijk af of aan te leren. „Kritisch-analytisch denken kan bijvoorbeeld worden aangeleerd. Maar iemand die vooral emotioneel denkt in een werkomgeving met alleen maar analisten plaatsen, daar wordt echt niemand gelukkig van.”

Toch bestaat ook voor die hardnekkigheid van denkvoorkeuren geen wetenschappelijk bewijs, erkent Pezaro. „Misschien is verandering mogelijk, maar met veel moeite. Waarom zou je zoiets willen?”

Iemand die vooral emotioneel denkt in een werkomgeving met alleen maar analisten plaatsen, daar wordt echt niemand gelukkig van

En hoe zit het met de validiteit van de drie andere testen die ToekomstNavigatie gebruikt? Watson-Glaser is verschillende keren wetenschappelijk getoetst op validiteit en betrouwbaarheid. Sosie, een onderzoek naar persoonlijke waarden en kenmerken, en cognitietest MCT zijn beoordeeld door de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). Sosie scoorde een ‘voldoende’ tot ‘goed’ op vijf van de zeven onderdelen, MCT scoorde datzelfde op vier van de zeven onderdelen. Op het onderdeel betrouwbaarheid (de interne consistentie en testherhaalbaarheid) scoorden beide testen een voldoende.

En wat nu als iemand volgens Watson-Glaser een ster is in kritisch analytisch denken, maar tegelijkertijd slecht scoort op analytisch denken bij de HBDI-test? Of wanneer iemand gelijk scoort op alle vier de mogelijke opties voor denkvoorkeuren van de HBDI-test? Dat gebeurt weleens, zegt Pezaro. „Sommige mensen hebben minder duidelijke voorkeuren. Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Mensen waarvan de denkvoorkeuren gelijkmatig scoren passen bijvoorbeeld goed in selectie- en wervingsfuncties.”

Een andere conclusie voor die onduidelijkheid zou kunnen zijn: een of meerdere testen deugen niet. Twijfelt het duo daar nooit aan? Kayser: „We blijven ons voortdurend afvragen: zitten we nog op het goede spoor? Eerder hebben we een test bijvoorbeeld vervangen, omdat de resultaten toch te algemeen bleken. We hebben vertrouwen in onze aanpak, maar het is geen religie.”