Pechtold ‘trekt een streep’. Of is het tactiek?

Politieke deals

Is D66 principeel tegen de ChristenUnie? Welnee, is het idee aan het Binnenhof. Pechtold is ‘resultaatgericht’ en ‘geen scherpslijper’.

D66-leider Alexander Pechtold donderdag na zijn gesprek met informateur Edith Schippers. Foto ANP / Bart Maat

Er zijn op het Haagse Binnenhof politici van wie de collega’s weten: als die over principiële bezwaren begint, is het serieus. Denk aan Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) of Kees van der Staaij (SGP).

Maar als het D66-leider Alexander Pechtold is?

Hij wil nu niet met de ChristenUnie onderhandelen over een kabinet omdat die partij kritisch is over de euro en tegen een ‘voltooid-leven’-wet is. In in de Tweede Kamer vragen andere politici zich af: welk doel heeft hij voor ogen met deze strategie? De SP, waarmee Pechtold wel wil onderhandelen, is minstens zo kritisch over de EU en die partij moet ook niks hebben van een voltooid-leven-wet.

Misschien, zeggen ze, is hij boos op de VVD en het CDA omdat ze GroenLinks niet aan tafel wilden houden in de eerste formatieronde. Hij zou ook kunnen denken dat hij extra veel binnenhaalt als hij toch samen met ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers in de Stadhouderskamer plaatsneemt. Of wil hij vooral aan zijn achterban laten zien dat hij zich hevig verzet, maar dat er echt geen andere opties zijn?

‘Géén politieke scherpslijper’

„Iedere politiek leider moet weleens de principes van de partij stevig uitdragen”, zegt oud-ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob. „Dat hoort erbij.” Maar Alexander Pechtold, zegt Slob ook, is „géén politieke scherpslijper”.

PvdA-leider Lodewijk Asscher begon afgelopen week in de Tweede Kamer over een hamer. „Dan denk je”, zei hij, „meteen aan spijkers. En bij Alexander Pechtold zie je meteen politieke deals.”

Partijgenoot en oud-Tweede Kamerlid Boris van der Ham zegt het zo: „Pechtold is in staat om op veel borden tegelijk te schaken. Hij is altijd overal bij.”

Onder Rutte II was D66 vaak nodig, samen met de ChristenUnie en de SGP, om een meerderheid in de Eerste Kamer te vinden. „Dat was getalsmatig mazzel”, zegt Van der Ham. „Maar het komt ook door zijn persoonlijkheid dat hij er altijd bij is. Hij is flexibel en kan met veel mensen goed opschieten.”

Elf jaar geleden noemde Pechtold in Opzij de Haagse politiek „vuil en vunzig”. In NRC noemde hij die uitspraak daarna „fout”. Pechtold vond wel dat zijn partij „kwetsbaar” was geworden door tactische Haagse spelletjes. D66 moest volgens hem „strategisch gaan opereren”.

In 2006 lag D66 „op de grond”, zegt Arie Slob. De partij had nog maar drie zetels in de Tweede Kamer. „Maar onder Pechtold haalden ze de ene na de andere verkiezingsoverwinning, ze staan er nu stevig voor. Een enorme prestatie.”

Iedereen weet dat Pechtold geen zin heeft in nóg een periode als fractievoorzitter. Hij wil minister worden. Je zou kunnen denken: dat verzwakt zijn positie. Maar iedereen weet ook dat een meerderheidskabinet zonder D66 er niet in zit.

Pechtold, zegt Boris van der Ham, is „heel resultaatgericht”. „Daar schuilt ook een gevaar in. Je moet wel ergens een streep trekken.”

ChristenUnie verbaasd over zijn houding

De komende dagen of weken zal moeten blijken of het nu zover is – met die streep. Bij de ChristenUnie was er deze week vooral verbazing over Pechtolds uitspraak dat samenwerking „onwenselijk” is. Als het om de D66-achterban gaat, kun je ook ‘heel ingewikkeld’ zeggen.

Maar heel groot is de liefde andersom, bij de ChristenUnie-achterban, ook niet. „Ik heb me er zelf altijd tegen verzet als D66 in onze partij werd afgeschilderd als de meest kwade, anti-christelijke partij”, zegt Slob. „D66’ers hebben net zo goed een overtuiging als wij. Het is wel zo: bij onderwerpen als de godslastering in het wetboek van strafrecht of de gegevens van de burgerlijke stand die werden doorgegeven aan de kerk, was D66 altijd wel fanatieker dan andere partijen. Daardoor was het soms alsof ze elke keer iets nieuws zochten.”

Maar als er een probleem opgelost moest worden, wisten de twee partijen elkaar te vinden, zegt Slob. „Met wederzijds respect en vertrouwen.”