Nooit meer blote armen

Tattooshops krijgen veel verzoeken om een ‘sleeve’ te zetten. Maar klanten weten vaak helemaal niet wát ze op hun arm willen.

Foto's Merlijn Doomernik

Een naald prikt in Jimm Bulhams arm, de inkt stroomt bij hem binnen. Hij ligt op zijn buik, zijn gezicht weggedraaid van de tatoeëerder. Jimms eerste tatoeage is meteen een grote: hij strekt zich uit van zijn linkerschouder tot aan zijn linkerpols. Een mouw van inkt, een ‘sleeve’ in vaktaal. In januari sijpelde de eerste dosis inkt zijn lederhuid binnen. Dat was sessie één. Nu, diep in de lente, is sessie negen aan de gang. Het heeft Jimm, woonachtig in Waalwijk en tegelzetter van beroep, „vijf à zes” werkdagen gekost. „Als je iets doet, moet je het goed doen”, zegt hij. De sleeve is nu zo goed als af: het gezicht van boeddha groot op zijn schouder, een waterlelie eronder, dan een lotusbloem, een tempel, watervallen en rivieren, een kersenbloesem, en aan de binnenkant van zijn bovenarm een tijger met opengesperde bek. Ze zullen hem de rest van zijn leven vergezellen.

Jimm Bulham

Je ontkomt niet aan de sleeve, anno 2017. Eredivisie- en Champions League-voetballers lopen er in zulke grote drommen mee rond, dat de inktmouwen lijken te behoren tot het clubtenue. Miljoenen mensen in Nederland die er week in week uit naar kijken. Mijd je het voetbal, dan stuit je op de sleeve in winkeletalage of bushok. Die van onderbroekmodellen Justin Bieber en David Beckham bijvoorbeeld. De één heeft driekwart arm in de inkt gerold, de ander beide armen volledig.

Zoiets laat zijn sporen na.

Navraag van NRC bij twintig tattoostudios in Nederland leert dat gemiddeld bijna de helft van hun klanten, 45 procent, voor een sleeve komt. Ze willen een halve sleeve, van elleboog tot pols of van elleboog tot schouder, ze willen een kwart sleeve, of ze willen een volledige dekking van de arm, zoals Jimm Bulham.

Jimm zag sleeves op de armen van mensen als hij door de stad liep. En als hij tv keek. Als jonge tiener al zag hij de bedrukte armen van Gregory van der Wiel, toen speler van Jimms favoriete club Ajax. Helemaal zeker of hij er zelf een wilde was hij nog niet, maar vanaf zijn zestiende ging hij er voor sparen. Hij kocht er speciaal een spaarpot voor, waar zelfs het wisselgeld na een nacht stappen in belandde. De drempel om een tatoeage te laten zetten werd lager toen eerst zijn oom en daarna zijn vader, ook tegelzetter, er beiden één namen. Beiden een sleeve. Vorig jaar, op zijn negentiende, maakte hij een afspraak bij tatoeëerder Andy Davies van Vintage Tattoo Studio in Breda, die ook Jimms vader had getatoeëerd. Jimm wist wat hij wilde: een ‘Aziatische’ sleeve. Zijn grootvader aan vaders kant komt uit Indonesië. Kosten van zijn tatoeage: zo’n 2.500 euro.

Jongeren gaan naar festivals en wat zien ze? Sleeves op de armen van artiesten

Nieuw is de sleeve niet, in de tattoowereld. Ook vijf jaar en tien jaar geleden vroegen klanten erom, alhoewel minder vaak dan nu. En ook toen was de vraag om een sleeve niet meer dan een voortzetting van een trend die al jaren gaande is: de opmars van inkt op de huid. Neem alleen de ontwikkelingen sinds de jaren negentig. Eeuwig prikkeldraad wikkelde zich rond de spierbal, de dikke lijnen van de ‘tribal tattoo’ nestelden zich op de schouder, het hertengewei vestigde zich boven de vrouwelijke bilnaad, en Chinese tekens klonken zich vast aan de enkel, aan de pols en aan wat niet al, net als muzieknootjes, roosjes, sterretjes en – de laatste jaren in zwang – het oneindigheidsteken in de vorm van een liggende acht. Al deze tatoeages bestaan bij gratie van de discretie: meestal blijft de tatoeage bedekt. Alleen bij gelegenheid ontbloot de drager zijn bedrukte huid voor het publieke oog.

Bij de sleeve werkt het precies andersom: die ziet het daglicht voortdurend. Een onderarm is nu eenmaal snel gezien. Hoogstens op de werkvloer verstopt de drager zijn sleeve. Buiten kantoor vormt de sleeve al gauw deel van de outfit: je gaat een mouw nu eenmaal niet bedekken met een mouw. Kijk op een zonnige dag in de stad om je heen: uit menig T-shirt steekt een integraal of half bedrukte arm. Deze tatoeage markeert zo bezien een doorbraak. Nooit eerder was zoveel permanente inkt zo permanent zichtbaar.

Gevolg is dat de sleeve voortdurend reclame maakt voor zichzelf. Tatoeëerder Andy Davies: “Jongeren gaan naar festivals en wat zien ze daar? Sleeves op de armen van artiesten en andere festivalgangers. Die hebben misschien ook andere tattoos, maar die zie je meestal niet.”

Die permante reclame trekt een bepaald publiek aan. De modegevoeligen. Typ de woorden ‘ik wil een sleeve’ in op Twitter, en er blijkt bij velen een diep verlangen te zijn ontwaakt.

Enzovoort. De sleeve in één adem met ‘stoere kleding’. Een modieus hebbeding. Maar dan wel een hebbeding dat niet meer verdwijnt.

Want heb je de inktmouw eenmaal aangetrokken, dan is uittrekken uitgesloten. Weglaseren kan, maar vergt een kapitaal. Een full arm sleeve verwijderen beslaat zeker acht behandelingen van elk 2.000 euro, zegt Anouk van den Berg, een huidtherapeut werkzaam voor de bekende Rotterdamse studio Tattoo Bob. Dat is opgeteld dus minimaal 16.000 euro, ruim vijf keer zoveel als de kostprijs voor het zetten van de sleeve. De afgelopen anderhalve jaar zijn bij Van den Berg vijf mensen op intake geweest voor het verwijderen van hun full arm sleeve. Iedereen schrok van de prijs, niemand ging in behandeling. Wel behandelt Van den Berg tien mensen met een halve sleeve.

Ik denk weleens: wil de klant een kunstwerk of gewoon inkt in zijn huid?

De sleeve-mode is ook om een andere reden veeleisender dan kledingmode. Ze vergt eigen inbreng. Je moet immers bedenken wélke symbolen je op die strekkende meter aan armhuid vereeuwigd wilt zien. Het kopen van kledingmode vraagt die eigen inbreng en creativiteit niet. Sterker, je eigent je letterlijk andermans creatie toe. Snak je naar oversized jeans doorboord met gaten, dan kóóp je een oversized jeans doorboord met gaten. Die logica gaat ook op voor de kleinere trendtattoos. Wil je een oneindigheidsteken, dan háál je een oneindigheidsteken.

Bij sleeves ligt het anders. Die liggen niet klaar in een afhaalschap. Niets staat vast. Behalve dat je zelf een lege arm moet opvullen. Wat zet je er in hemelsnaam op? Ineens zien de sleeve-wensers zich geconfronteerd met een lastig vraagstuk, zo blijkt uit dezelfde zoekopdracht op Twitter.

Noem het een paradox: zeker weten dat je je hele of halve arm voor altijd wilt voorzien van symbolen, maar niet weten wélke.

Voor de goed orde, bij lang niet alle sleeve-dragers werkt het zo. De andere volgorde is ook gangbaar: weten wat je op je lichaam wilt zetten, en concluderen dat de onderarm of bovenarm zich daar goed voor leent. Naomi Koopmans (25), accountmanager uit Breda en van Indische komaf, heeft het wapen van Indonesië op haar dij, “omdat die daar het beste past”. Ze wilde ook portretten op haar lichaam laten tatoeëren, onder meer van een vrouwelijke soldaat, rokend onder haar helm – werk van beeldend kunstenaar Brian Viveros. „Die kwam het beste uit op mijn arm.”

De tatoeëerders zelf herkennen het beeld van de modegedreven sleeveklant bijna allemaal. Twee op de drie klanten met een sleeve-wens heeft niet helder voor ogen wat men op de arm wil, blijkt uit de rondvraag onder twintig tattoostudio’s. Deels is die onwetendheid overigens onvermijdelijk, zeggen de tatoeërders. Zo zijn er zoveel genres van de sleeve – van Japans tot Keltisch en van ‘black and grey’ tot Polynesisch - dat zelfs het hoofd van een vastberaden klant er van kan tollen. Maar de naïviteit van menig klant overstijgt het onvermijdelijke ruim, zo blijkt. Vaak zien tattoeëerders een klant binnenkomen met maar één of twee plaatjes ter inspiratie. Eén duif, één zandloper. “Dan moet je uitleggen dat er een hele arm te vullen is”, zegt Shannon Romijn van de Nieuwegeinse tattooshop Instinkt. Veel tattoeëerders sturen de klant dan ook eerst weer huiswaarts met de opdracht de eigen wensen grondiger te verkennen.

Zo wordt een sleeve gezet.

Ook veel gezien: klanten die precies dezelfde sleeve willen als die van een bekende voetballer. De meeste tattoeërders weigeren dat. De symbolen op die arm hebben een speciale betekenis voor die voetballer, leggen ze hun klant dan uit. Bovendien, zoals Ton van den Brink van Tattooshop Hilversum het zegt: “Je wordt geen tattoo-artiest om andermans werk te kopiëren.”

Bij sommige klanten neemt het gebrek aan inspiratie zorgelijke vormen aan. Tatoeëerder Andy Davies: “Een paar jaar geleden kwam er een klant binnen die zei: ik wil een sleeve hebben. Doe maar wat. Ik zei: Doe maar wat? Hij knikte. Ik zei: hou je van doodshoofden? Nee, dat niet, zei hij. Nou, daar heb je het al, zei ik toen.” Paul Kooijman, tattoeëerder bij Legion Tattoo in Alkmaar: “Een klant vroeg om een sleeve met een engel. Verder wilde hij alleen wolken. Zonde zei ik, een hele arm met wolken.” Kooijmans compagnon Beer Delsman: “Ik vraag me weleens af: wil de klant nu een persoonlijk kunstwerk op de arm of gewoon inkt in zijn huid?”

Terug naar Jimm Bulham in de Vintage Tattoo Studio te Breda. Hij ligt op zijn rug, tatoeëerder Davies voegt extra inkt toe aan de rivier op zijn arm. Jimm wist wat hij voor ogen had, toen hij om een sleeve vroeg. Boeddha moest sowieso op zijn arm. Niet om de religie, maar om de schoonheid van de beeltenis. Ter verdere inspiratie had hij op prikbordsite Pinterest gekeken, en toen wist hij: ik wil een tijger, een tempel, een waterval. Het precieze ontwerp liet hij over aan Davies. “Wat Andy maakt, vind ik mooi.”

Vreest hij geen spijt, in 2037, als hij veertig wordt? Of in 2057, als boeddha en de tijger zelf veertig jaar op zijn arm staan? „Op die manier denk ik er niet over”, zegt Jimm. „Ik vind het nú mooi. Als je gaat denken hoe het over dertig jaar is, dan kun je het nooit doen.” Hij doet het juist wél. Sterker, zegt hij, hij wil nog een sleeve. Op zijn andere arm. Hij is al aan het sparen.

‘Ik besef heel goed dat ik dit voor altijd draag’

Naomi Koopmans (25), accountmanager. Sleeve op onderarm.

Naomi Koopmans

“Veel mensen willen eerst een sleeve, en bedenken dan pas wat ze erop willen zetten. Naar mijn mening kun je het best eerst bedenken wat je wilt en dan pas kijken waar op je lichaam dat het best uitkomt. Ik wilde twee portretten laten tatoeëren, en er zijn weinig plekken op het lichaam waar dat mooi staat. Ik dacht nog aan mijn zij, maar die huid rekt uit als je aankomt of bij een zwangerschap. Toen kwam ik uit op mijn onderarm. Eén portret is het werk van kunstenaar Brian Viveros, die bekend staat om zijn afbeelding van vrouwen met sigaretten in de mond. Een stoere chick, rokend onder haar helm. Ik moest aan mezelf denken toen ik de afbeelding zag. Stoer, maar ook kwetsbaar. Aan de buitenkant staat een afbeelding van een Balinese danseres. Ik ben van Indische komaf. Beide afbeeldingen had ik al drie, vier jaar op mijn computer staan.

Wat er op mijn arm staat, zie je niet veel. Ik vind boeddha’s bijvoorbeeld mooi, maar die zie je zo vaak dat ik die niet snel op mijn arm zou zetten. Zo tegendraads ben ik dan ook wel. Dat het toch een sleeve werd in plaats van losse plaatjes, is omdat ik houd van een geheel, één verhaal.

Op kantoor - ik ben accountmanager - draag ik colbertjes. Ik neig ernaar mijn mouwen op te stropen, maar dat deed ik al vóórdat ik een sleeve had, ik houd niet van die loszittende stof om mijn pols. Als ik een belangrijke vergadering heb, met externe contacten, dan zorg ik ervoor dat de mouwen van mijn colbert naar beneden zijn.

Je ziet tattoos steeds vaker – verkopers in winkels zitten er geregeld helemaal vol mee – maar er rust toch nog steeds een groot taboe op. Dat merk ik nu ik zichtbare tatoeages draag. Het portret van die rokende vrouw is best rauw, en mensen reageren erop, op borrels en verjaardagen. Ben je wel bewust dat je dit voor altijd draagt, vragen ze dan. Zeker, dat besef ik goed. En ik zet het niet op mijn arm omdat ik het zo nodig aan de buitenwereld wil tonen. Het past daar. En het is een vorm van kunst. Het mag gezien worden.”

‘De sleeves horen bij me’

Luuk de Ruiter (30), eigenaar van personal training studio DeRuiterPT. Full sleeve op beide armen.

Luuk de Ruiter

“Het begon met een kleine tattoo op mijn linkeronderarm. Twee Chinese tekens die staan voor broederliefde, uit respect voor mijn broers. Maar ik wilde meer. Een sleeve inderdaad. Omdat ik het - heel eerlijk - stoer en macho vond. Ik ben ooit uit onzekerheid begonnen met trainen in de sportschool, daar kwam een oorbel bij, toen die Chinese tatoeage - en dat voelde heel vet. Vijf jaar geleden besloot ik: ik maak die hele linkeronderarm vol.
Dus ja, ook ik was van het type: ik wil een sleeve. Maar ik dacht er vervolgens wel goed over na wát ik wilde. Sowieso iets oosters, daar houd ik van. Een samoerai wilde ik, in gevecht met een tijger. Een draak vond ik te ordinair, een slang ook. Ik vroeg ook naar de ideeën van de tatoeëerder. Maar die heeft mij niet naar huis hoeven te sturen om extra huiswerk te doen.

Ik snap het wel hoor, mensen die precies de sleeve willen van een popster of bekende voetballer. Die hopen denk ik dat het succes van anderen op hen afstraalt. Maar ikzelf zou nooit om een kopie van andermans tattoo vragen. Zo’n tatoeage tekent je voor het leven, dus daar wil ik serieus over nadenken.
Toen die linkeronderarm dicht was besloot ik tot de schouder door te gaan. Tatoeëren is verslavend. Als ik die shop binnenloop en die naalden hoor zoemen dan denk ik: dat wil ik ook.

Mijn rechterarm is sinds een jaar helemaal dicht. De naam van mijn dochter staat op mijn onderarm, als eerbetoon. Een adelaar beschermt mijn kind, hij vliegt er door de wolken naartoe. Rechtsboven een samoerai-masker. De binnenkant van de biceps is nog leeg. Daar komt de naam van mijn tweede dochter te staan: 23 juli is de uitgerekende datum.
Ik weet het: sleeves zijn ‘in’. Maar ik voel me niet dertien in een dozijn. Elke tatoeage op mijn arm is uniek. Niemand heeft de adelaar, de tijger, de samoerai in de compositie die ik heb gekozen. De sleeves horen bij me. Ik zou ze voor geen goud willen missen.”