Minder klein leed, meer Haagse duiding

Lokale journalistiek

Een échte Haagse krant, noemt het tienjarige Den Haag Centraal zich. Na een moeilijk begin groeit de betaalde weekkrant.

„Zo, ze hebben geen slechte buurt uitgekozen.” Journalist Kim Andriessen van de Haagse weekkrant Den Haag Centraal fietst door het statige Duinoord, op weg naar de eerste deelnemer van ‘30 days as a Hagenees’: een project van Den Haag Marketing. Door drie keer een ‘young professional’ een maand in Den Haag te laten wonen en werken, hoopt de gemeente de stad beter te profileren. De ‘Hagenees’ krijgt een huis en ‘zakgeld’.

Andriessen is kritisch. Wat heeft de eerste deelnemer Vincent-Paolo Corputty, muziekproducent uit Amsterdam, de stad te bieden? Die moet daar, gezeten aan een nieuwe tafel in zijn even nieuwe appartement, even over nadenken. Een simpeler vraag dan: wat is hem opgevallen aan Den Haag? „Het is hier heel rustig”, zegt hij. „Als ik thuis naar buiten stap, is er altijd drukte om me heen.” Nou, zegt Andriessen fijntjes, „in Den Haag zijn ook genoeg drukke plekken.”

Andriessen is een van de vier vaste schrijvende redacteuren van Den Haag Centraal: een betaalde lokale weekkrant die elke donderdag verschijnt. Deze week bestaat de krant tien jaar. En er is meer reden voor feest: terwijl veel kranten lezers verliezen, is Den Haag Centraal de afgelopen jaren gegroeid.

Reden voor de oprichting van Den Haag Centraal was de inlijving van de Haagsche Courant (HC) bij het AD in 2005, vertelt Den Haag Centraal-hoofdredacteur en oud-HC-journalist Herman Rosenberg op de redactie in een gedeeld pand in het centrum. „In de AD-versie van de Haagsche Courant veranderde de inhoud”, zegt hij. „Ze gingen meer aandacht besteden aan sport en snelle nieuwtjes.” Voor cultuur en diepgravende verhalen was minder plek.

Een clubje HC-veteranen besloot het dan maar zelf te doen. Den Haag Centraal moest een weekkrant worden met naast lokaal nieuws, scherpe analyses over de gemeentepolitiek en veel ruimte voor kunst. „Minder klein leed, meer duiding”, zegt Rosenberg. De krant is vooral scherp op het snijvlak van cultuur en politiek. Zo bracht het eerder dit jaar als eerste dat architect Jo Coenen het nieuwe Spuikwartier gaat bouwen. Ook zat de krant bovenop de ruzie in het college over de komst van Legoland naar Scheveningen, de ‘Legocrisis’.

In het begin was er een vijandige sfeer tussen de journalisten die bij het AD bleven en Den Haag Centraal, vertelt Rosenberg. De ondertitel van de weekkrant was bijvoorbeeld ‘Een échte Haagse krant’ – implicerend dat de Haagsche Courant door de AD-fusie aan ‘Haagsheid’ had ingeleverd.

Haags of niet, het ging de weekkrant niet direct voor de wind. De eerste jaren verwierf Den Haag Centraal slechts een paar duizend abonnees en bleek het lastig het hoofd boven water te houden. Werknemers hebben in de loop van de tien jaar allemaal salaris moeten inleveren – als ze al konden aanblijven. Augustus 2012 ging de krant failliet, om na een week een doorstart te maken.

Eindelijk winst

De redactie ging van twaalf naar zeven, en er kwamen nieuwe aandeelhouders, onder wie oud-ADO Den Haag voorzitter John van Ringelenstein. Het duurde tot begin 2016 voordat de krant quitte draaide. De vier schrijvende redacteuren maken zo veel mogelijk stukken.

Inmiddels lijkt het zware weer over. Vorig jaar maakte de krant eindelijk winst: 100.000 euro. En de oplage groeide van 13.000 in 2013 naar zo’n 15.000 in 2016. „Hagenaars hebben behoefte aan een lokale krant naast de Volkskrant of NRC”, zegt Rosenberg. Zijn krant wordt vooral bezorgd in de chiquere wijken. „In de Schilderswijk hebben we geen enkele abonnee.” Die winst komt ook doordat adverteerders de krant weten te vinden: de trouwe, hoogopgeleide en rijke lezers zijn interessant voor bedrijven als Marqt en BMW. Ook lokale culturele instellingen maken reclame in de krant. Voor de wat oudere Hagenaars, die minder ophebben met internet, is de culturele weekagenda een geliefd kompas.

Ondertussen loopt het nog steeds niet lekker tussen Andriessen en Corputty. Als hij vraagt wat Corputty nog graag wil doen in Den Haag, moet die weer lang denken. In het artikel een week later schrijft Andriessen: „Deelname zal de Amsterdammer geen windeieren leggen. Maar de vraag is: wat leveren deze inspanningen Den Háág op?” Den Haag Centraal heeft in elk geval weer de kans gehad de gemeentepolitiek te bekritiseren.