Cultuur

Interview

Foto's: Rien Zilvold

Boksen leeft in Rotterdam

Boksen in Crooswijk

Rotterdam is bokshoofdstad van Nederland. Op het NK Boksen dat vandaag begint doen alleen al vijf boksers van Boksvereniging Van ’t Hof mee. De sport vervult een belangrijke maatschappelijke rol.

Op een koude zaterdagavond in het voorjaar gonst het aan de Slachthuiskade in Crooswijk. Vanuit heel Rotterdam zijn mensen gekomen voor het boksgala bij Van ’t Hof. De avond is uitverkocht en de gymzaal zit propvol. Platinablonde diva’s op leeftijd zitten naast Surinaamse jongens in Feyenoordtrainingspakken. Horecabazen en havenarbeiders staan hier tussen kunstenaars en advocaten. Het is een variëteit aan Rotterdammers zoals je zelden verzameld ziet in één ruimte. De sfeer is opgewonden maar gemoedelijk en ondanks de drukte geen enkel moment agressief.

Het is typerend voor de ontwikkeling die boksen doormaakt; gestaag loskomend van het stigma van een in criminaliteit gedrenkte arbeiderssport. „Boksen maakt gelijkstemmend”, vertelt Ton Dunk jr. (48), die naast trainer verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en zeilen in de boksschool. „Het maakt niet uit of je in een Mercedes of op een fiets komt aanrijden, binnen staat de kinderlongarts uit Hillegersberg gewoon te trainen naast de havenarbeider die hier drie hoog achter in Crooswijk woont. Sport verbroedert. Dat is een cliché, maar hier is het écht zo.” Daarom laat hij met opzet scholieren van witte en zwarte scholen samen trainen. „Zulke groepen kunnen genoeg van elkaar leren, maar je moet ze wel samen brengen.”

Dunk is heilig overtuigd van de heilzame werking van boksen op de jeugd. „De structuur en discipline die sommige kinderen thuis missen krijgen ze op de boksschool wel mee. Ze leren om zichzelf onder controle te houden, te incasseren en respect te hebben voor elkaar. Dat ze moeten samenwerken met meisjes.” Dunk helpt ze om de vertaalslag van het boksen naar het echte leven te maken. ,,Ik merk dat ze mij vaak serieuzer nemen dan de leraren op school. Dat komt ook omdat we hier fysiek bezig zijn, dat hebben die kinderen nodig. Die barsten uit elkaar van de energie, maar moeten op school zes uur lang stilzitten. En als ze in de pauze even willen stoeien mag dat niet.”

Dunk deed een opleiding tot pedagogisch en didactisch vechtsportdocent en zette een programma op waar jaarlijks tussen de drie- en vijfduizend basisschoolleerlingen aan meedoen. „Kinderen krijgen in plaats van sportles drie keer een boksclinic op school. Als ze willen, kunnen ze daarna komen trainen. Daarnaast krijgen we hier middelbare scholieren met gedragsproblemen, om ze te helpen met weerbaarheid of agressie. Boksen is een hele confronterende sport. Je doet vanzelf je veren wel af als je in de ring staat, want daar heb je niet zoveel aan.”

Ton Dunk jr. is de zoon van Ton Dunk, die sinds 1986 eigenaar is van de sportschool. Ondanks zijn 72 jaar valt hij nog steeds af en toe in om een training te geven. Halverwege het interview komt hij de boksschool binnen. Hij geeft zijn zoon een klap op zijn schouder en zegt tegen mij: „Niks geloven hoor, het zijn allemaal criminelen”, om daarna grinnikend weg te lopen. Ton: „Ik heb veel van mijn vader geleerd, zoals doorzettingsvermogen. Dingen aanpakken in plaats van eromheen te lopen.”

Wedstrijdboksers

De maatschappelijke impact die het boksen in Rotterdam heeft weten te genereren is ook de nationale Boksbond opgevallen. Directeur Peter Bonthuis: „We zijn nu aan het kijken of we dat in de rest van Nederland kunnen verbreiden. We gaan langs boksscholen en laten hen zien wat de mogelijkheden zijn, aan de hand van hoe het in Rotterdam eraan toe gaat. Maar hier krijgen de initiatieven steun van de gemeente, dat is in andere steden nog maar afwachten.”

Op het NK Boksen, dat vandaag en morgen in het Topsportcentrum wordt gehouden presenteert de Boksbond haar plannen en strategie voor de komende drie jaar, waarin de jeugd een belangrijke pijler is. Bonthuis: „Rotterdam is duidelijk de bokshoofdstad van Nederland. Dat was van oudsher al zo, maar tegenwoordig doet Rotterdam Topsport zijn best om dat zo te houden, door grote evenementen hier naartoe te halen.” Van ’t Hof is wat betreft wedstrijdboksers de grootste in Nederland. Dunk: „Bij het NK hebben we vijf boksers die meedoen. Maar ik ben blij om te zien dat alle boksscholen in Rotterdam het heel goed doen.”

Dat Van ’t Hof daarbinnen een toonbeeld voor diversiteit is maakt Dunk trots „Ik hoop dat het aan ons ligt. Iedereen is hier welkom en dat voelen mensen. We menen het hier echt. Soms staat hier een groepje Marokkaanse jongens in de gang, schichtig naar binnen kijkend. Als ik dan lachend naar ze toe loop schrikken ze, omdat ze zo gewend zijn om weggejaagd te worden. Zodra ze binnen zijn ontdooien ze.”

Moeder spreekt de taal niet en kan niet met de school communiceren, vader slaat alleen maar en broer zit vast omdat hij drugs dealt

Mensen realiseren zich volgens hem vaak niet wat voor achtergrond sommige ‘straatschoffies’ hebben. „Moeder spreekt de taal niet en kan niet met de school communiceren, vader slaat alleen maar en broer zit vast omdat hij drugs dealt.” Daarnaast is volgens hem vooral op Rotterdam-Zuid sprake van schrijnende armoede. „Kinderen worden volledig aan hun lot overgelaten, ze verzuipen. Ze hebben vaak niet ontbeten als ze op school komen en altijd dezelfde kleren aan.”

Even wordt Dunk emotioneel. ,,Vijftien jaar geleden zagen we de impact die boksen kon hebben op jongeren. Dan zei zo’n jongen: ‘Trainer, als ik het boksen niet had gehad weet ik niet hoe het met me was afgelopen.’ Jongens die helemaal niks hebben komen hier en uiteindelijk zie je ze goed terecht komen. Dan ben je meer dan een boksschool alleen.”

Rechte pad

Dat boksen zo’n impact kan hebben op je leven kan Artjom Kasparian (21) beamen. Op zijn vierde kwam hij met zijn ouders naar Nederland als Armeense vluchteling. Na acht jaar in verschillende asielzoekerscentra kreeg de familie een verblijfsvergunning. „We hadden altijd gehoopt dat het daarna beter zou worden. Maar dat was niet zo. Mijn ouders kwamen in de bijstand terecht en ik moest naar speciaal onderwijs, voor moeilijk opvoedbare kinderen. Toen ben ik begonnen met boksen op een zak in de tuin.” De passie was er altijd geweest, zijn vader en ooms boksten vroeger ook. „Boksen heeft mij gered. Het motiveerde me om op het rechte pad te blijven, niet te drinken, roken of op straat rond te hangen en slechte dingen te doen. Het gaf me een doel, iets om voor te vechten.”

Toen de familie in Zwijndrecht ging wonen ging hij op zoek naar een goede boksschool en kwam hij bij Van ’t Hof terecht. Na een keer meegetraind te hebben was de beslissing snel genomen. „Het is een mooie ouderwetse school met veel wedstrijdboksers. Dat wilde ik ook. Er ligt hier veel geschiedenis, het is niet zomaar een gymzaal waar les wordt gegeven. Ik voelde me meteen welkom, hier is voor iedereen plek.”

Kasparian traint zes dagen per week en twee keer per dag. ,Je kunt het leven goed vergelijken met boksen. Het is zwaar. Soms word je neergeslagen, maar hoe ga je daarmee om? Als je opstaat en vecht kun je overal uitkomen. Daar is discipline en doorzettingsvermogen voor nodig, maar als je hard werkt wordt dat beloond.” Kasparian werd in 2014 en 2016 Nederlands Kampioen en doet hij vandaag mee aan het NK, voor zijn derde titel. „Mike Tyson is mijn grootste inspiratie. Hij heeft laten zien dat je ondanks een moeilijke jeugd veel kunt bereiken. Sommige mensen hebben een makkelijk leven, anderen moeten voor alles vechten.”