Ombudsman

Lezer Schrijft: over autoritaire regimes en vluchtelingen

Uit onderzoek blijkt volgens NRC dat Nederlanders vinden dat een vluchtelingendeal met autoritaire leiders ‘moet kunnen’. Echt?

Enigszins ontzet was ik door de kop ‘Deal met autoritaire leider moet kunnen’ (NRC, donderdag 20 april)
Er staat boven ‘opiniepeiling’ dus dat suggereert dat een (ruime) meerderheid dit vindt. Het intro boven het artikel meldt: ‘Het is geoorloofd om een akkoord te sluiten met autoritaire leiders om vluchtelingen te weren, vinden veel Nederlands.
Die tekst is al ietsje genuanceerder, want wat is veel Nederlanders? Uit het artikel blijkt dat het gaat om 45 procent, ,,bijna de helft”.
Maar het is allemaal veel erger als je naar de grafieken bij het stuk kijkt. Met de stelling dat afspraken met regimes die de mensenrechten schenden, nóóit kunnen, blijkt 44 procent van de ondervraagden het eens, ook bijna de helft. Met die stelling is 14 procent het oneens. zij vinden dus dat het soms, een enkele keer, vaak of misschien wel altijd mag.
Op basis van deze vragen en deze aantallen kan je maar een paar conclusies trekken. In ieder geval zijn er drie keer zoveel mensen die zeggen dat het NOOIT mag dan mensen die zeggen dat het (soms) wel mag. Dat zou dan eerder een kop rechtvaardigen met de tekst: ‘Deal met autoritaire leider mag nooit.’

Petra Catz,
Amsterdam

Het artikel beschrijft de resultaten van een onderzoek van het bureau Motivaction naar de opvattingen van Nederlanders over (onder meer) mogelijke vluchtelingendeals met autoritaire politieke regimes, uitgevoerd in opdracht van de vredesorganisatie Pax.

Het begint met de bewering dat ,,bijna de helft’’ van de Nederlanders (45 procent) het nodig vindt om over de vluchtelingencrisis afspraken te maken, ,,ook al is dat met autoritaire regimes of met leiders die de mensenrechten in eigen land schenden’’.

De lezer wijst erop dat in de grafiek die bij het stuk is afgedrukt echter staat dat óók bijna de helft (44 procent) vindt dat Nederland ,,nooit mag samenwerken met leiders die mensenrechten in eigen land schenden’’. De kop boven het stuk zou daarom onterecht zijn; in de cijfers schuilt bovendien een tegenstrijdigheid die het artikel niet oplost.

Hoe zit dit?

Allereerst: de weergave van het onderzoek klopt, in de tekst daarvan staat letterlijk deze passage:

Er bestaat verdeeldheid als het gaat over samenwerking met de genoemde politieke leiders

Een groot deel van de Nederlanders (45%) is van mening dat het nodig is om samen te werken met andere politieke leiders om de vluchtelingenstroom naar Europa te verkleinen, ook met autoritaire regimes of als zij de mensenrechten in eigen land schenden. 14% is het daar niet mee eens.
44% geeft echter aan dat Nederland nooit mag samenwerken met leiders die mensenrechten in eigen land schenden en 27% vindt dat Nederland nooit mag samenwerken met autoritaire regimes. Respectievelijk 14% en 23% is het daar niet mee eens.

De verwarring bij lezing van het stuk ontstaat denk ik door een dubbele ambivalentie in het onderzoek: enerzijds het onderscheid in de vraagstelling tussen ‘autoritaire regimes’ en ‘leiders die de mensenrechten schenden’; anderzijds het onderscheid tussen schendingen van mensenrechten in eigen land en schending van die van (toekomstige) vluchtelingen.

De tegenstrijdigheid wordt iets verhelderd door andere cijfers uit het rapport, die deels niet vermeld worden in het stuk. Zo blijkt dat een ruime meerderheid van de ondervraagden (65 procent) vindt dat er bij zulke afspraken, als die er komen, een toets moet zijn om te bepalen of mensenrechten van vluchtelingen vervolgens niet worden geschonden. Uit het onderzoek blijkt dat maar 12 procent van de ondervraagden het onwaarschijnlijk acht dat zulke schendingen zich zullen voordoen. Opnieuw bijna de helft (48 procent) vindt dat in dat geval de samenwerking dan moet worden stopgezet.

Kortom, Nederlanders zijn, zoals Motivaction zelf al meldt, inderdaad sterk verdeeld over dit onderwerp. Maar inderdaad, in elk geval vindt een ruime meerderheid dat eventuele afspraken met autoritaire regimes alleen onder de voorwaarde van een toetsing van mensenrechten moeten worden gemaakt. Opdrachtgever (en belanghebbende) Pax zette zelf dan ook boven een eerder eigen bericht over het onderzoek deze kop: Kiezers bezorgd over mensenrechten vluchtelingen. En als tussenkopje in een later, uitvoeriger verslag deze: Mensenrechtentoets bij samenwerking met autoritaire regimes.

Heeft de krant dit dan wel duidelijk genoeg gebracht?

De verwarring die uit de cijfers kan ontstaan, wordt denk ik wel vergroot door de presentatie van de krant, omdat in het stuk het accent ligt op het ‘moet kunnen’ (van afspraken met autoritaire leiders, ook als die de mensenrechten in eigen land schenden), terwijl de redactie er een grafiek bij heeft gezet waaruit nu juist iets tegenovergestelds blijkt: daar staan de 44 procent die vinden dat nóóit afspraken moeten worden gemaakt met zulke leiders.

In het artikel – dat qua cijfers dus correct is – hadden wat mij betreft dus beter óók die percentages van 65 (voor de toets) en 48 (voor opzeggen bij schendingen) vermeld kunnen worden. Die plaatsen de overige cijfers meer in context. Een deal met autoritaire leiders kan nodig zijn, vindt bijna de helft, maar ruim de helft vindt dat die aan strenge voorwaarden moet worden gebonden.

Dat staat overigens al wél meteen in de tweede zin van het artikel: “Wel moeten Nederland of de EU toetsen of de mensenrechten van vluchtelingen na zo’n deal worden geschonden’’. Het blijkt ook uit de reactie van Pax-directeur Jan Gruiters in het stuk (,,Duidelijk is dat een grote meerderheid de VN-oproep steunt om bij zulke afspraken de waardigheid van migranten en vluchtelingen te beschermen.’’) Maar wat ontbreekt, is het bijbehorende percentage en het feit dat 48 procent vindt dat de afspraak dan moet worden opgezegd – een relevante toevoeging. Dat percentage staat dan wél weer in de grafiek, maar wordt niet toegelicht in het stuk (wat de verwarring helaas weer kan vergroten).

Tot slot, je kunt zeker vraagtekens zetten bij het accent dat de krant in de kop aan het nieuws heeft gegeven. ‘Deal met autoritaire leider moet kunnen’ is, ook in mijn ogen, ongenuanceerd en te kort door de bocht. De krant koos voor dit accent omdat de situatie in Turkije, in toenemende mate een autoritair land, in het nieuws was. Niettemin, een neutralere (saaiere?) kop als Nederlanders sterk verdeeld over vluchtelingen, of: Mensenrechtentoets bij vluchtelingendeal, was beter geweest.