Je gelooft je ogen niet

We denken dat we de dingen om ons heen zien zoals ze zijn. We geloven dat een zwarte auto inderdaad zwart is en een wit schaakstuk ook echt wit. Dat grote vertrouwen in onze eigen waarneming vind je terug in de wet. Die zegt over getuigen – artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering - dat zij mededelingen doen over feiten die zij zelf hebben waargenomen. Feiten die zij zelf hebben waargenomen; daarachter gaat het idee schuil van waarneming als kopieermachine. Hoe naïef dat is, wordt duidelijk bij optische illusies.

Mijn favoriet is de Anderson-Winawer-illusie. Die gaat over zwarte en witte schaakstukken. De helderheid van de schaakstukken nemen we als totaal anders waar, maar het zijn identieke stukken die afhankelijk van de achtergrond nu eens wit en dan weer zwart lijken. Onze waarneming dringt ons de conclusie op dat de schaakstukken een tegengestelde helderheid hebben. Je moet actief ingrijpen om aan die foute conclusie te ontsnappen. Pas als je de context afplakt, zie je dat de stukken hetzelfde zijn. Het is net als met goocheltrucs: je gelooft je ogen niet, zeggen we dan.

De Anderson-Winawer-illusie ontstaat door een suggestieve context. Daarvan bestaan ook auditieve versies. Amusant is het fenomeen van backmasking. Zo kun je „grote massamoord” horen als je de K3-hit Oma’s aan de top omgekeerd afdraait. Althans, als iemand je van tevoren vertelt dat K3 eigenlijk een satanisch genootschap is dat verborgen boodschappen in zijn liedjes stopt. Minder snel als nonsens herkenbaar is de tape die bewijsmateriaal was in een Nieuw-Zeelandse strafzaak. Daarin werd ene David Bain ervan verdacht zijn familie te hebben vermoord. Bain belde met 112 om het drama te melden, zoveel is duidelijk. Van de melding bestaat een opname, die later in de rechtszaal een rol zou gaan spelen. Wat zei Bain nou precies? Als je geen voorkennis hebt, hoor je alleen maar een zwaar ademende man. Als je denkt dat Bain onschuldig is, hoor je hem zeggen I can’t breathe. Als je gelooft dat Bain de dader is, hoor je hem zeggen I shot the prick. De man van de alarmcentrale die het telefoontje had aangenomen was getuige in de zaak tegen Bain. Toen hij nog eens goed naar het gesprek luisterde had hij I shot the prick verstaan, verklaarde hij. Maar zijn waarneming van dat ‘feit’ is onmogelijk te scheiden van de suggestieve context: een rechercheur had hem verteld dat Bain de dader was.

Een aparte klasse van getuigen zijn de getuige-deskundigen. Vooral als deze deskundigen zijn omgeven met de glans van de medische wetenschap, zullen ze door rechters hoog worden aangeslagen. Maar ook medici zijn gevoelig voor context. Zo was er dat experiment waarin dokters dezelfde stukken bot moesten beoordelen. Waren er sporen van een misdrijf te zien? De ene groep werd van tevoren wijsgemaakt dat de botten uit een archeologische opgraafplaats kwamen. Nee, geen geweldssporen te zien, zei deze groep. De andere groep hoorde terloops dat het materiaal uit een massagraf kwam. Wie massagraf hoort, denkt aan genocide. Zo was het ook bij deze dokters. De meerderheid zag sporen van een misdrijf terwijl die er niet waren.

Het geeft te denken. Want stel je voor dat een patholoog-anatoom onder invloed van suggestieve voorkennis ten onrechte concludeert dat de overledene op onnatuurlijke wijze is gestorven. Dat kan het begin van een formidabele rechtsdwaling zijn.

In de rechtszaal zijn patholoog-anatomen nogal eens zeker van hun zaak. Dit is hoogstwaarschijnlijk een botbeschadiging als gevolg van geweldsinwerking, zeggen ze dan bijvoorbeeld. Maar als subtiele manipulatie van de context deze deskundigen zo makkelijk van de wijs brengt dat zij natuurlijke variatie in een botje gaan aanzien voor de tragische sporen van geweld, is bescheidenheid op haar plaats.

Goed om dit in het achterhoofd te houden als sommige patholoog-anatomen zich weer eens bij de media melden met de boodschap dat in ons land allerlei moorden onopgemerkt blijven. Patholoog-anatomen zouden, zo vinden zij, vaker autopsie moeten kunnen doen en dat zou meer moorden (20 tot 25 op jaarbasis) aan het licht brengen. De redenering veronderstelt dat deze speciale kaste van getuigen de gouden standaard in handen heeft. Niet dus.

Hoe zijn rechters er meer van te doordringen dat context een beslissende invloed heeft op wat getuigen en deskundigen in hun rechtszaal vertellen? De analyse van goocheltrucs is een ideale leerschool. Als ergens met contextmanipulaties onze waarneming op het verkeerde been wordt gezet, is het daar wel. De Leuvense hoogleraar Johan Wagemans publiceerde er samen met zijn collega’s onlangs een prachtig artikel over in Perspectives on Psychological Science. Daarin doen ze ook – met afbeeldingen en al – een boekje open over de Anderson-Winawer-illusie. Echt, je gelooft je ogen niet.