Opinie

Iran is economisch verzwakt en staat ook nog eens alleen

Iran kan de regio destabiliseren, maar niet langer domineren, meent .

Op dezelfde dag dat Iran een nieuwe president koos, 19 mei, vloog Donald Trump naar Saoedi-Arabië, zijn eerste buitenlandse reis sinds hij aantrad als president. Hij zou er dit weekend een soort ‘NAVO voor het Midden-Oosten’ aankondigen, bedoeld om Iran in te dammen, was de verwachting. Ook zou hij voor honderd miljard dollar aan wapenleveranties goedkeuren.

Het komt de Iraanse conservatieve haviken goed uit. Iran is namelijk gedoemd tot een uitputtende guerrillastrijd met de omringende landen. De grote vraag is of het land een front kan vormen met grootmachten als China en Rusland, maar daar lijkt het niet op. De verkiezingsuitslag zal daar niet veel aan veranderen.

„Vijandschap verkoopt zichzelf in dit land,” zo formuleerde de Iraanse auteur Shahriar Mandanipour het ooit. Het moderne Iran kent een lange geschiedenis van vernedering. De westerse staatsgreep tegen zijn eerste democratisch verkozen president, Mohammad Mosaddegh, in 1953, is daarvan het startpunt. Het land koestert een historische rol als grootmacht, maar voelt zich ingedamd door rivalen als Israël en Saoedi-Arabië die daarbij worden gesteund door hun vermeende imperiale broodheer, de VS. Met die frustratie mobiliseerde ayatollah Khomeini in 1979 zijn revolutie en blijven ook de huidige religieuze leiders de bevolking mobiliseren.

Die geschiedenis is belangrijk, maar de huidige belangen zijn minstens zo relevant. Sinds 1979 hebben de revolutionaire krachten zich ontpopt tot een machtsbastion met, naast de religieuze top, een revolutionaire garde, revolutionaire tv-stations en een strak gecontroleerde revolutionaire economie. Het Westen heeft door de jaren heen verschillende sancties opgelegd, maar de revolutionaire garde heeft zijn positie alleen maar versterkt. Er heeft zich een smokkeleconomie ontwikkeld waarvan de inkomsten vooral naar de revolutionaire elite vloeien, die ze aan de bevolking uitdeelt om zich van steun te verzekeren.

Het akkoord van 2015, dat de sancties terugschroefde in ruil voor het stopzetten van het Iraanse kernwapenprogramma, lijkt niet tot machtsafkalving te hebben geleid. Voor bijna driekwart van de Iraniërs zijn de levensomstandigheden sindsdien niet verbeterd. De werkloosheid ligt nog altijd boven de 12 procent en de industrie kwakkelt. Maar het conservatief-religieuze leiderschap blijft veerkrachtig. Het schuift de verantwoordelijkheid door naar de regering als het economisch misgaat. Vervolgens kan het de bevolking te hulp snellen met subsidies. Hoe meer armen, hoe beter.

De binnenlandse macht van de Iraanse elite mag dan gelijk zijn gebleven, dat geldt niet voor Irans internationale invloed. De economie van Saoedi-Arabië is vandaag de dag bijna dubbel zo groot en ook aartsrivaal Israël loopt in. Iran voert wel meer energie uit naar China en India, maar door de dalende olie- en gasprijzen is dat onvoldoende om de dalende export naar Europa te compenseren. Dat heeft militaire gevolgen. Sinds 2013 geeft Israël meer uit aan defensie dan Iran; Riad besteedt vijf keer meer aan defensie. De positie van Iran als regionale grootmacht is tanende, zoveel is duidelijk, maar het land ziet verdere diplomatieke ontspanning wenselijk noch haalbaar. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken stelde onlangs nog dat Iran, net als Noord-Korea, moet worden ingedamd.

Bekijk ook de video waarin wordt uitgelegd waarom Iran zoveel over heeft voor de Syrische president Assad

Daardoor zit er voor Teheran niets anders op dan vaker zijn toevlucht te zoeken tot guerrillatactieken. Hebben Riad en Tel Aviv superieure wapens, dan deelt Iran speldenprikken uit door hun rivalen te steunen, Hezbollah bijvoorbeeld, of de sjiitische Houthi-strijders in Jemen en de Al-Ashtar-brigades in Bahrein. Teheran beseft dat het die rivaliteit niet met gelijke wapens kan uitvechten. Daarnaast proberen de Iraniërs de slagkracht van de Amerikanen te ondermijnen door asymmetrische afschrikking. Sinds 2011 heeft het verschillende wapens in gebruik genomen waarmee het de scheepvaart door de strategische zeestraat van Hormuz kan treffen, zoals supersonische ballistische anti-scheepsraketten, kleinere raketten die op burgertrucks worden verborgen, razendsnelle torpedo’s, geavanceerde zeemijnen, kamikazedrones en kleine onderzeeboten. Goedkoop en doeltreffend.

Iran kan daarmee het Midden-Oosten destabiliseren maar niet langer domineren. Op wat verzetsgroepen in de regio na heeft het bovendien weinig echte betrouwbare strategische partners. Rusland heeft de invloed van Teheran in Syrië bijvoorbeeld flink beperkt. En China voert nu meer aardgas en olie in uit Saoedi-Arabië dan uit Iran, en zet veel meer in op Sri Lanka, Pakistan en Djibouti als steunpunt in de Indische Oceaan. De drie delen een aversie jegens de VS, maar voorlopig verschillen andere belangen te zeer om een front te vormen. Iran is dus economisch verzwakt en staat bovendien ook nog eens alleen. Teheran rest niets anders dan een guerrillastrijd.

De rubriek De Rechtsstaat verschijnt deze week niet.