Recensie

In het huwelijk van merels regeren seks en geweld

Mannetjesmerel Istock

Het is mei en dan krijgen veel mensen alweer genoeg van de merel. De eerste merelzang, zo half februari, nog niet te uitbundig, en op een net tijdstip rond 7 uur ’s morgens, wordt toegejuichd als teken van het naderend voorjaar.

Maar nu strijkt er dagelijks een prachtig massaal merelconcert over heel Nederland, beginnend in het oosten. De aanvangstijd is inmiddels 5 uur. Voor veel mensen is dat te vroeg. Maar niet voor Hay Wijnhoven die, al observerend in zijn eigen Nijmeegse tuin, een prachtig boek over de merel schreef.

Het merelconcert dat iedere ochtend vanuit Duitsland binnenschuift is die ochtend, een uur of tien eerder, diep in Azië begonnen. De merel bewoont een groot gebied, van ver in China in het oosten tot in Ierland in het westen. Op veel plaatsen in dat enorme gebied lijkt de merel niet zo erg op onze merel.

Biologen die zich druk maken over het soortbegrip en de soortindeling kunnen hun hart ophalen bij de merel (Turdus merula). Zijn de 18 beschreven ondersoorten toch eigenlijk aparte soorten?

Het zal uw tuinmerels een zorg zijn. Hun jongen vestigen zich in de buurt, op de plaatsen waar kat, sperwer, ziekte en ouderdom territoria hebben vrijgemaakt. Of waar ze een ouder echtpaar verdrijven. Dat gedoe begint in de herfst al. De mannen die zomers de jongen van één of twee nesten hielpen grootbrengen gaan ruien en verschuilen zich. De mannen die dat voorjaar zijn geboren ruien hun grote staart- en vleugelveren dat najaar niet. Dat geeft de jonge man een kans, schrijft Hay Wijnhoven. Het is onrustig in de tuin.

Nieuw inzicht is dat ook de merelvrouw haar gebied verdedigt. Ze perkt niet een gebied af, maar verdedigt haar voedsel- en nestelplaatsen.

Die kennis komt uit merelonderzoek waarbij in een gebied iedere merel langdurig in de gaten wordt gehouden. De Britse merelonderzoeker David Snow was halverwege de vorige eeuw de eerste die merels in zijn onderzoeksgebied ving en dan kleurringen om hun poten deed. Zo herkende hij iedere merel. In de Poolse stad Szczecin heeft onderzoeker Dariusz Wysocki in een stadspark al vanaf 1979 merels bestudeerd. Hij heeft inmiddels de hele levensloop van 350 merels vastgelegd.

De onderzoekers zagen hoe merelvrouwen soms hun eigen man buitengooien omdat hij kennelijk niet bevalt. Wijnhoven beschrijft het merelhuwelijk als een verstandshuwelijk: „Gezellig zij aan zij op een tak zitten is onbestaanbaar. Hun onderlinge contact valt binnen de rubrieken seks of geweld.” Het lijkt er soms op dat mannen en vrouwen met overlappend territorium dan maar een paar vormen.

De merel is de talrijkste broedvogel in Nederland: ruim een miljoen broedparen. Dat zijn dus ruim twee miljoen merels aan het begin van het broedseizoen. In juli zijn het er twee keer zoveel. De kans voor een volwassen merel om te sterven is jaarlijks 30 tot 50 procent.

De grote slachting vindt plaats bij jonge merels. Slechts zes van de honderd uitgevlogen jongen komt het volgend jaar aan paarvorming en voortplanting toe. De andere 94 zijn dood, de meeste al in de eerste week na het uitvliegen. Eksters, gaaien en katten zitten op de voorste rij. Veel mensen gruwen van de wrede eksters die zo’n mereljong voor de ogen van zijn luid alarmroepende ouder wegpikken. Wijnhoven schrijft, en dat is karakteristiek voor zijn soms wat ironische taal: „Een kattenbezitter kan niet met goed fatsoen tegelijk een eksterhater zijn.”