Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

Niki Korteweg: ‘Ik zocht een quick fix voor m’n brein’

Lunchinterview Na een burn-out schreef wetenschapsjournalist Niki Korteweg een boek over hoe ze haar hersens weer gezond kon kneden. „Ik heb iets beschamend simpels ontdekt.”

Niki Korteweg (45) had een perfect werkend brein. Of nou ja, perfect, laten we zeggen: behoorlijk goed. Focus, aandacht, een uitstekend geheugen. Goed genoeg om ermee te promoveren in de moleculaire neurobiologie en er wetenschapsjournalist mee te worden (onder meer voor NRC).

Haar leven draait om hersenen. Als student en later wetenschapper onderzocht ze het brein, als journalist schreef ze erover. Hoe ironisch dat uitgerekend haar eigen „krap anderhalve kilo denkmassa” het begaf. Dat was in 2010, ze was nog net geen 40. Na jarenlang weinig slaap (want ook nog twee keer een baby gekregen) en stug doorwerken, kreeg ze hartkloppingen, stemmingswisselingen, black-outs en een haperend geheugen.

Surmenage, schreef haar huisarts op de verwijsbrief. Overbelast, ofwel burn-out. En, u voelt het al aankomen, daar schreef ze een boek over. Maar wees gerust, het is niet het zoveelste boek over opgebrand of uitgeblust zijn. In Een beter brein gaat Niki Korteweg op zoek naar wat hersenwetenschap voor háár kan betekenen. Al die pillen, behandelingen en technieken waar ze over schrijft, zouden die ook haar brein kunnen opkalefateren? Dus wat Fajah Lourens doet om een killerbody te krijgen, doet Niki Korteweg voor een killerbrein? Niet helemaal. Haar inzet is bescheidener. Ze was er niet op uit beter en slimmer te worden, ze wilde gewoon weer worden wie ze was: iemand met een goed stel hersenen. Geen verbeterd brein, maar, om te beginnen: een „optimaal werkend” brein.

We spreken af in Utrecht, waar ze in de buurt woont. Het restaurant koos ze omdat ze er tapas serveren, waar ze dol op is sinds ze een half jaar in Madrid studeerde. En dat het ‘Aandacht’ heet, vond ze wel toepasselijk. We zitten buiten, op houten bankjes en drinken water. Ik prik, zij plat. Toch nog even over die burn-out, al praat ze daar niet graag meer over. Kon ze, toen het haar overkwam, verklaren waarom ze ziek geworden was? Het is haar vak tenslotte; medisch biologen maken mensen niet beter, ze onderzoeken waardoor ze ziek worden. „Zoiets gebeurt nooit opeens, maar gradueel. Je stort langzaam het ravijn in.” Ze tikt op haar voorhoofd. Daarachter schuilt de prefrontale hersenschors. „Jarenlange, aanhoudende stress tast de werking van dat gebied aan.” Met als gevolg verwardheid, chaos, zwalkende emoties en aandachttekort. Dan de twee zeepaardvormige gebiedjes vlak achter de bovenaanzet van de oren: de hippocampi. De spil van het geheugen. „Die krimpen door die marinade van stresshormonen.”

Lees ook de column van Jeroen Geurts: Wat zien we nu eigenlijk in het brein?

Dat was de biologische verklaring. Nu de psychische, want al die stress, dat kwam door…? „Misschien is het begonnen zo rond mijn carrièreswitch.” Haar besluit om na haar promotie niet verder de wetenschap in te gaan. „Ik was geen wetenschapper meer, maar ook nog geen journalist, vond ik.” Ze denkt even. „In elk geval, ik ging er heel hard van werken. Dag en nacht als het moest.” Stress gecombineerd met structureel te weinig slaap is killing. „Wetenschappers weten inmiddels dat een depressie of een burn-out niet ontstaat als er niet óók een slaapgebrek is.” Slapen was – en is nog steeds – voor haar de eerste remedie om uit de dip te komen.

En zo zijn we aanbeland bij de „simpele trainingen en gewoonten” waarmee zij, en wij dus ook, ons brein op peil kunnen houden. Sporten staat, met slapen, op nummer 1. „Ik wist dat bewegen goed voor lichaam en geest is, maar dat het zo veel invloed had, vond ik toch weer verbluffend.” Sporten wakkert de productie van een stofje aan, door Niki Korteweg zelfgemaakte Pokon genoemd. „Brain derived neurotrophic factor. Het stimuleert de aanmaak van nieuwe zenuwcellen en herstelt kapotte cellen na stress.” Mediteren, om de aandacht te trainen, ook heel heilzaam. Gezond eten, belangrijk. Vette vis, veel groenten en fruit, wat zuivel, noten. Wat het brein ook een boost geeft: elke dag je rommel opruimen (goed voor je werkgeheugen), smartphone uit (geeft de prefrontale cortex rust), iets nieuws leren (goed voor de hippocampus). Zij ging weer dansen, en heeft sinds kort zangles. Haar vader, econoom en 75, heeft helikopterles.

Van al die dingen weten we heus wel dat ze goed en gezond zijn. Maar we doen ze niet, of niet vaak genoeg. Niki Korteweg vroeger ook niet. „Als ik last van mijn rug had, ging ik braaf naar de sportschool. Maar zodra het iets beter ging, hield ik er weer mee op. Mediteren, daar kwam de klad ook in. En na verloop van tijd verschoven de bedtijden weer.”

Dus ja, je kunt je brein tot op zekere hoogte zelf gezond kneden en op peil houden. Maar dat kost dus wel allemachtig veel tijd en discipline. Kan dat niet wat sneller? Dat is Niki Korteweg gaan proberen. Met pillen en breintraining, met stroomstootjes door haar schedel. Ze zoekt uit of er zoiets bestaat als een geheugenprothese. Kan je je complete brein digitaliseren, of in z’n geheel transporteren naar een computer?

Beginnen met ritalin

Op zoek naar een quick fix, begon ze met de breinverbeteraar die op veel scholen al gangbaar is: methylfenidaat, ofwel ritalin. Kinderen met ADHD worden er rustiger en geconcentreerder van. „Lekker spul, hoor.” Ze werd er, zegt ze, niet alleen aandachtiger en meer gefocust van, maar voelde zich „een fantastische journalist, toffe moeder en efficiënte werker”. Niet zo gek, want het middel stimuleert ook het ‘beloningscentrum’ in het brein. „Het is het achterneefje van speed.” Medicatie tegen narcolepsie, Alzheimer, erectiestoornissen en overmatig hikken, worden ook geslikt als breinverbeteraar. „Maar de bijwerkingen wegen niet op tegen het kortdurende voordeel van net ietsje scherper zijn. Uiteindelijk kan je brein er juist minder flexibel door worden.”

Koffie drinken en breinfitness

Dan kun je beter koffie drinken. Van één kop (met daarin 85 milligram cafeïne) word je alerter én je geheugen knapt er ietsje van op. „De hersenen produceren in de loop van de dag adenosine, een afvalproduct van je werkende brein. Dat stofje maakt je slaperig door zich op plekken in je hoofd vast te zetten. Tenzij cafeïne die plekken al bezet houdt, dan blijf je wakker en actief. Ook wat minder schadelijk dan pillen, is breinfitness. Spelletjes en trainingen, die het denken verbeteren. Niki Korteweg heeft maandenlang trouw sessies gedaan op breintrainingssites. En ja, het werkte. Een beetje. „Je IQ wordt er niet hoger van, je wordt niet slimmer. Het oefenen op die spelletjes maakt je vooral beter in de spelletjes.” Neurofeedback heeft ze ook getest, de methode waarin je brein leert ‘verkeerde’ hersengolven te weren en zo je aandacht te trainen. „Maar wetenschappelijk bewijs dat het werkt? Dat is er nog niet.”

Elektrode in de schedel

Diepe hersenstimulatie, dat werkt vast en zeker. Gat in de schedel, elektrode erin, stroom erop. Het helpt Parkinsonpatiënten van het onwillekeurig trillen af, verlicht dwangstoornissen en depressies. „Zo’n elektrode wordt bij volle bewustzijn geplaatst. Ik heb het effect zien optreden bij een zwaar depressieve vrouw. De chirurg zocht naar de juiste plek in haar brein, zij moest zeggen hoe ze zich voelde op een schaal van 1 tot 10. Ze voelt eerst niks. Dan voelt ze zich nog somberder. Ineens lacht ze en zegt: hé, nu voelt het als een 3.” Als je gevoelens en eigenschappen kunt veranderen, zegt Korteweg, dan kan een elektrode dus ook geheugen en wilskracht stimuleren. Doen? „Nee”, zegt ze. „Liever niet. Of je moet zin hebben in een gat in je kop, een pacemaker onder je sleutelbeen en een afstandsbediening waarmee je jezelf aan en uit kunt zetten.” En, zegt ze: „Zo’n elektrode kan van een mens ook een moordmachine maken.”

Je hoofd hoeft niet per se open om er stroom door te jagen. „Er worden goede resultaten geboekt met tDCS, stroomstootjes van buitenaf.” Ze lacht. „Op internet stikt het van de life hackers die de techniek nabootsen met sponsjes, keukenzout, wat elektronica en een 9 volt-batterij.”

Oplossing

Hersentechnologie laat de lammen lopen en de blinden zien en geeft ons misschien ooit het eeuwige leven. Ongetwijfeld wordt er iets ontdekt dat ons beter laat denken, of nog beter: dat ons het denken definitief uit handen neemt. Niki Korteweg: „Wie weet zal mijn dochter van 15 op haar veertigste een computer besturen met haar brein. Zal ze op haar vijftigste een breinupgrade nemen. Of krijgt ze op haar zestigste genetisch gemanipuleerde stamcellen ingespoten, omdat de eerste tekenen van Alzheimer zich aandienen.” Het wordt allemaal nu al ontwikkeld. Maar? Ze aarzelt. „Nou ja, ik heb zoiets beschamend simpels ontdekt toen ik mijn boek aan het schrijven was.” Het was in een vakantie, een jaar of twee geleden. Ze was met haar kinderen bij haar moeder, een kunstschilder, in Hamburg. „Zij zorgde voor de kinderen, ik ging in de bieb aan het werk. Er was geen koffieautomaat, de wificode kreeg ik niet en ik durfde mijn laptop niet uit het oog te verliezen. Ik kon niets anders dan schrijven. Nog nooit heb ik zo aandachtig en gefocust gewerkt als toen.” Wat wil ze daarmee zeggen? „Je brein zit in je lijf, en dat lijf loopt door de wereld. Je moet zelf de ideale omstandigheden creëren om het optimaal te laten functioneren.”

Slapen, eten, mediteren, sociaal contact, af en toe even alleen zijn, bewegen. „Van iets simpels als wandelen knapt je brein al op. Je gaat chaotisch en moe de deur uit. En na twintig minuten lopen, voelt het, letterlijk, alsof er een sluier optrekt. Ineens kun je weer helder denken.”