‘Ik wil álle kinderen aan het lezen krijgen’

Amsterdamse Beestenboel

Een boek over Amsterdamse dieren moet kinderen van ouders met een laag inkomen stimuleren om te lezen. En om de natuur in te gaan.

Illustraties Eva van Aalst

Alle Amsterdamse kinderen verdienen boeken in huis, vindt Liedewij Loorbach. Daarom maakte ze het boek Amsterdamse Beestenboel, over wilde dieren in de stad. De schrijver hoopt hiermee ook kinderen te bereiken waarvan de ouders niet makkelijk naar een boekwinkel stappen of niet gewend zijn naar een bibliotheek te gaan. Daarom gaat voor elk boek dat verkocht wordt, ook een exemplaar naar een kind waarvan de ouders weinig geld hebben. Kinderen met een Stadspas kunnen het boek vanaf 1 juli ophalen in een van de vestigingen van de OBA.

Loorbach, voorheen journalist bij Het Parool en auteur van het boek Balkonieren, kwam op het idee door haar vrijwilligerswerk bij de Voorleesexpress, waar ze kinderen met een taalachterstand voorlas. „De taalarmoede die ik bij die gezinnen tegenkwam, trof me. Ik kwam bij zevenjarigen met het taalniveau van een vierjarige. Niet alleen bij eerste generatie immigranten, maar ook bij derde generaties was het taalniveau soms erbarmelijk. Een meisje waar ik voorlas, groeide op in een volledig Turkse omgeving. Haar vader sprak alleen maar Turks en in de zomervakantie gingen ze zes weken naar Turkije. In huis waren nauwelijks boeken te vinden. Ik realiseerde me dat elk boek dat kinderen in hun eigen kamer hebben liggen, eraan bijdraagt dat ze later minder bang zijn voor letters, taal en boeken. De tegenstelling met welvarende stadsbewoners is zo groot. Met Amsterdamse Beestenboel wil ik Amsterdammers voor elkaar laten zorgen.”

Het boek is (nog) niet te koop in de boekhandels. Pas bij een voorverkoop van 2.000 exemplaren gaat Amsterdamse Beestenboel naar de drukker. Via een crowdfundingsactie hoopt Loorbach het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen. „Desnoods steek ik mijn eigen spaargeld erin.”

Met het thema ‘Amsterdamse dieren’ wil Loorbach kinderen stimuleren naar buiten te gaan en „lekker in de natuur te rausjen”. „Stadskinderen zitten veel binnen, ze zien veel beton en mogen vaak nauwelijks alleen buiten spelen. Zeker voor deze kinderen is het belangrijk dat ze de wolken bekijken, zien hoe de blaadjes aan de bomen wuiven, grassprietjes voelen of een pissebed observeren. Dichtbij is al zoveel natuur te beleven.”

Andere wereld

Amsterdamse Beestenboel gaat over wilde dieren in de stad: over muggen en wormen, maar ook over dieren die minder snel te zien zijn, zoals lepelaar, vos en ringslang. Het boek, met vrolijke illustraties door Eva van Aalst, bevat behalve beschrijvingen van de dieren, hoofdstukken over de kringloop van het leven, en opdrachtjes om kinderen bewust te maken welke dieren ze buiten zien. Op kaarten van Amsterdamse parken is aangegeven waar kinderen op hun buik moeten gaan liggen om bijzondere libellen of padden te zien, of waar ze moeten zijn om een uil te horen. Voor het maken van die kaarten ging Loorbach op pad met stadsecologen „die elk holletje in het park aanwezen”.

De Voorleesexpress gaf Loorbach een kijkje in een andere wereld. „Ik zit zelf in een enorm witte elite-omgeving met succesvolle of halfsuccesvolle zzp’ers. Iedereen heeft toch steeds weer geld voor een cappuccino van 3 euro. De kinderen van de gezinnen waarin ik heb voorgelezen hebben ook een toekomst in Amsterdam voor de boeg, alleen zal het voor hen veel moeilijker worden om een plek te verwerven die net zo comfortabel is als de mijne.”

Amsterdamse Beestenboel (6 - 9 jaar). Wie een boek bestelt doneert er ook een voor kind uit arm gezin. www.voorjebuurt.nl/ campaigns/amsterdamsebeestenboel