‘Ik mag van hem niet aan de vaatwasser komen’

Spitsuur

Alieke (39) en Raymond van der Sluis (42) hebben een gestructureerd huishouden. Het gezin ontbijt altijd samen, zaterdag is patatdag. Maar strijd is er ook: „Als hij stofzuigt weet ik: ik moet het op mijn manier nog eens doen.”

Alieke: „Toen ik zwanger werd, bleek studeren niet echt een goede combinatie met het moederschap.” Raymond: „Ik wilde altijd al jong vader worden.” Foto David Galjaard

Alieke: „Op de middelbare school hebben we elkaar voor het eerst gezien. Raymond liep stage voor zijn studie op mijn middelbare school. Een jaar later, toen ik ook studeerde, hebben we een relatie gekregen.”

Raymond: „We zijn elkaars eerste grote liefde.”

Alieke: „Twee dagen voordat ik mijn diploma kreeg van de hogeschool, trouwden we. Daarna wilde ik moeder worden en verder studeren. Maar toen ik in mijn eerste jaar van de studie sociologie zwanger werd, bleek dat niet echt een goede combinatie.”

Raymond: „Ik wilde altijd al jong vader worden. Dat was in die tijd al wat vreemd, tsja. Het was wat we wilden.”

Alieke: „Raymond is heel zorgzaam en lief: een echte familieman. Hij is ontzettend betrokken bij de kinderen.”

Raymond: „Ik voel me heel erg op mijn gemak bij Alieke. Ze is knap, we hebben dezelfde soort humor en we zijn echt gelijkwaardige partners. We zitten eigenlijk altijd op een lijn. Al krijg ik soms het verwijt dat ik iets te gemakkelijk ben met de kinderen.”

Alieke: „Hij wil soms een grote broer zijn, in plaats van de vader.”

Raymond: „Ik geloof sterk in verantwoordelijkheid en vrijheid geven. Op die manier komen mensen tot bloei.”

Ambtenaar

Raymond: „Ik ben afdelingshoofd stadsbeheer bij gemeente Nissewaard. Ik ben verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals wegen, riolen, verkeerslichten, water en de openbare verlichting. Ik ben al 18 jaar ambtenaar. Een van de voordelen is de fijne balans tussen werk en privé. Maar binnen mijn vriendenkring krijg ik wel commentaar hoor. Krijg ik weer een appje: er is iets mis met de vuilcontainers, kun je dat niet even regelen? Dan luister ik altijd braaf, maar ik ga bijna nooit de discussie aan.”

Alieke: „Op feesten en verjaardagen kun je beter niet vertellen wat voor werk je doet.”

Raymond: „Haha ja. En ik houd op het voetbalveld ook mijn mond, hoor. Niemand die weet dat de grasvelden van het voetbalveld óók onder mijn beheer vallen.”

Alieke: „Ik doe mijn werk ook al 16 jaar. Ik werk als maatschappelijk werker in een behandelingscentrum voor jonge kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. Omdat ik zelf veel logopedie nodig heb gehad vroeger, heb ik veel affiniteit met het werk. Ik vind het fijn om ouders in zo’n onzekere periode te begeleiden en ik vind het mooi om hun vreugde te ervaren wanneer er steeds meer communicatie met het kind mogelijk is.”

Pietepeuterig

Alieke: „We hebben geen schoonmaker, al hebben we het wel een tijdje geprobeerd. Ik vind het toch fijner om alles zelf te doen. Gewoon het idee dat iemand in je huis komt… en ik vind het ook mijn eigen verantwoordelijkheid. Het gaat prima, al loop ik soms wel een beetje achter met strijken.”

Raymond: „Sommige overhemden zie ik drie weken niet. Maar ik heb er genoeg, dus dat maakt niet uit. Ik doe de lichte klusjes in het huishouden, de meeste dingen doet Alieke.”

Alieke: „De vaatwasser inruimen is bij ons een hot item. Ik mag er niet aankomen.”

Raymond: „Het moet gewoon logisch gebeuren. En vooraf moet er goed afspoeld worden met een schuursponsje. Ik ben wat pietepeuterig, ik zet ook alle glazen op volgorde. Maar ik zie logica die niemand anders ziet.”

Alieke: „Ik vind juist dat Raymond stofzuigen zo anders doet. Dan weet ik: ik moet het op mijn manier nog even over doen. En de was geef ik ook niet uit handen. Dan ben ik bang dat er dingen fout gaan. De kinderen hebben ook nog geen taken eigenlijk.”

Raymond: „De oudsten moeten de container binnenhalen, en hun eigen kamer schoonmaken. De boodschappen doen we wel gezamenlijk. We hebben een extra koelkast, en ik zorg dat alles altijd op voorraad is.”

Patatdag

Raymond: „We hebben wel een gestructureerd huishouden.”

Alieke: „We zijn allebei van een goede planning maken. Dat hebben we ook wel nodig, met een gezin én werken.”

Raymond: „Toch voelt het niet geforceerd, we hebben een goede structuur als basis. Elke dag samen ontbijten is bijvoorbeeld een must. En de zaterdag is bij ons patatdag.”

Alieke: „Daar kan ook niet van afgeweken worden. Als we een keer patat op zondag willen eten, worden de kinderen gek. Dat hóórt niet.”

Raymond: „Vaak bak ik ze zelf. Vroeger had ik ook een vaste patatdag.”

Alieke: „’s Avonds om kwart voor elf gaat laptop uit en gaat Netflix aan.”

Raymond: „Homeland, The Blacklist, House of Cards…”

Alieke: „We kijken sowieso een aflevering. Afhankelijk van hoe spannend het was, starten we er nog eentje. Maar we vallen ook vaak op de bank in slaap. Dan halen we het einde niet.”

Elk weekend langs de lijn

Alieke: „We zien ons gezin een beetje als een tweede en een eerste leg. De oudste twee trekken naar elkaar toe, en de jongste twee ook.”

Raymond: „Dan zeggen we ook weleens tegen elkaar: ‘Niemand die verwacht dat we er nog twee hebben.’”

Alieke: „We doen veel met de kinderen. Daniel en Simon doen aan wedstrijdzwemmen, Thomas is een voetballer en Eva zit op hockey. Dus elke zaterdag staan we langs de lijn.”

Raymond: „Dan fluit ik bij Thomas, ga ik waarnemen bij Simon, en dan fluit ik ook nog bij mijn eigen basketbalvereniging. We vinden het ook een belangrijk voorbeeld voor de kinderen. M aar soms zou het wel eens lekker zijn om gewoon langs de kant te staan met een kopje koffie: laat maar even een andere vader inspringen. Maar dan is er weer iemand ziek en hup, sta ik daar weer met fluit in de mond.”