Elke foto van Stanley Greene was een statement

Necrologie

De vrijdag overleden fotograaf Stanley Greene (1949-2017) wilde verschrikkingen laten zien zonder zijn gevoel voor poëzie te verliezen.

Op deze foto uit 2010 staat Stanley Greene nadat hij een lezing heeft gegeven op het St Restitut, France. Foto Jerome Delay/AFP

„Fotografie is niet een intentie, het is een vraag. A click, a tic, a crack in time. En het beeld geeft soms het antwoord.” Zo verwoordde de Amerikaanse fotograaf Stanley Greene, die vrijdag in Parijs op 68-jarige leeftijd overleed aan kanker, vorige maand nog zijn visie op de fotografie. Beeld was voor hem, als bevlogen fotograaf die de afgelopen vijfentwintig jaar werkzaam was in conflictgebieden, belangrijk. Maar ook de invloeden van poëzie, literatuur, schilderkunst en theater speelden een grote rol in zijn leven.

Tijdens de Sem Presser-lezing, afgelopen april in het Compagnietheater in Amsterdam, vertelde Greene, in de vorm van een lang gedicht, zijn levensverhaal terwijl zijn fotografische werk op de achtergrond werd geprojecteerd. Beginnend met de portretten van zijn ouders en eindigend met zwart-wit beelden uit Rusland en een portret van zijn laatste liefde, wist Greene op een ontroerende manier zijn publiek mee te voeren naar de belangrijke plekken uit zijn leven.

Dat leven begon in 1949 in Brooklyn in New York waar Greene werd geboren in een acteursgezin. Aanvankelijk begon hij zijn carrière als schilder maar begin jaren 70 stapte hij, op aanraden van de legendarische fotograaf W. Eugene Smith bij wie hij assisteerde, over op de fotografie. Greene, in die tijd lid van de Black Panther-beweging en als activist actief tegen de oorlog in Vietnam, begon te fotograferen in de modescène in New York. Zijn besluit om fotojournalist te worden kwam pas met de val van de Muur in Berlijn, waar hij in 1989 getuige van was. Vanaf dat moment begon hij reportages te maken in het voormalige Oostblok.

Zijn doorbraak kwam in 1991, toen hij de staatsgreep in Moskou fotografeerde. Vanaf 1994 tot 2003 maakte hij meer reportages in en rond Rusland: indringende beelden over de ondergang van het communisme en de ellende tijdens het conflict in Tsjetsjenië. De foto’s, waaronder het huiveringwekkende beeld van de contouren van een lijk in de sneeuw bij Grozny, werden in 2004 gebundeld in het fotoboek Open Wound. Rond die tijd was Greene, inmiddels wonend in Parijs en werkzaam bij fotoagentschap VU voor bladen als The New York Times Magazine, Newsweek en Paris Match, al een gevestigd fotograaf en ging hij op pad naar conflictgebieden waaronder Rwanda, Afghanistan, Irak, Darfur en Syrië.

Grozny, januari 1995.
Het centrum van Grozny, april 2001.
Sinds de dood van haar kind kijkt Zelina vaak uit het raam.

Daar maakte hij veel confronterende, deels ook poëtische, beelden van de ellende die de burgerbevolking treft. Beelden waarmee hij ook diverse keren werd bekroond bij onder meer World Press Photo. „Een foto van Stanley Greene is een statement”, zegt zijn vriend en collega Kadir van Lohuizen. Volgens Van Lohuizen, samen met Greene medeoprichter van fotoagentschap NOOR, weigerde Greene ‘objectief’ te zijn. „Hij had een mening over een conflict, dat zag je terug in zijn fotografie.” Wat dat betreft was Greene een politiek fotograaf met een eigen signatuur, aldus Van Lohuizen. „Hij was niet uit op sensatie, eerder een echte doorbijter die zich volledig in een kwestie verdiepte. Hij fotografeerde vaak op een indirecte manier: je ziet de ellende, maar het is tegelijkertijd respectvol en humaan.”

Van Lohuizen werkte met Greene in Libanon en vanaf 2005 aan een project over de gevolgen van orkaan Katrina in New Orleans. „Daar kwamen we op het idee om een eigen fotoagentschap op te zetten. Internationale media begonnen in die tijd steeds minder te betalen voor fotografie. Wij wilden een groep onafhankelijke fotografen bij elkaar brengen die, niet meer in opdracht werkten, maar hun eigen verhalen gingen brengen, digitaal en niet meer voor de papieren krant.”

Het plan slaagde. In 2007 werd NOOR in Amsterdam opgericht. Aan dit agentschap bleef Greene tot zijn dood verbonden. Hij vond bij dit bonte gezelschap fotografen en medewerkers niet alleen inspirerende medestanders maar ook de familie die hij in zijn dagelijks leven ontbeerde. Een gemis dat hij in 2009 tot uitdrukking bracht in het fotoboek Black Passport, een egodocument waarin hij zijn fotoseries afwisselde met persoonlijke portretten van vrouwen en vriendinnen. Ongegeneerd beschrijft Greene zijn verslaving aan gevaar, waardoor hij telkens weer besluit te vertrekken naar conflictgebieden, en de pijn en verwarring die deze levensstijl met zich meebrengt. Want uiteindelijk moest de liefde het steeds ontgelden.

Greene, die in 2008 bekend maakte dat hij besmet was met het Hepatitis C-virus, worstelde de laatste jaren met zijn gezondheid. Ook al was hij recent, met behulp van nieuwe medicijnen, genezen verklaard, toch had het virus zijn lever zodanig aangetast dat hij niet meer kon herstellen. Sinds anderhalf jaar had hij leverkanker. Desondanks reisde hij in februari dit jaar nog naar Noord-Rusland voor een nieuw project: een roadtrip met als thema ‘100 jaar na de Russische revolutie’. „De eerste foto’s van dit project heeft hij nog kunnen leveren”, zegt Van Lohuizen. Maar een week geleden werd Greene met spoed opgenomen in een ziekenhuis in Parijs. Tegen zijn wil, want na twee dagen gaf hij al te kennen dat hij weer aan de slag wilde. Terug naar Rusland. Het werd hem niet meer gegund. Dat hij ergens moet hebben geweten dat die mogelijkheid er niet meer zou zijn, bleek wel uit de songtekst die hij, tijdens de Sem Presser-lezing, voordroeg. Geëmotioneerd citeerde hij de laatste regels uit het nummer Both Sides, Now (1969) van Joni Mitchell.

I’ve looked at life from both sides now From up and down, and still somehow It’s life’s illusions I recall I really don’t know life at all…