Dromende wielertifosi hebben zo veel tragiek te herdenken

Italiaans wielrennen

De honderdste Giro d’Italia staat bol van de symboliek. Het vereren van renners zit in de cultuur van het land verankerd. Een zoektocht naar de ziel van het Italiaanse wielrennen.

Het peloton in de buurt van het Siciliaanse stadje Taormina, tijdens de vijfde etappe van deze Giro. Foto Luk Benies / AFP

Marco Pantani is al meer dan dertien jaar dood, maar nog elke dag wordt het gastenboek in de graftombe van de familie in Cesenatico volgekrabbeld met gelukwensen, adoraties en hartenkreten aan de man die in februari 2004 op zijn hotelkamer in het nabije Rimini overleed aan een overdosis cocaïne.

‘Voor altijd in ons hart’ is een zeer populaire zinsnede, en niet alleen Italianen bewijzen El Pirata hartstochtelijk de laatste eer. Ze komen van over de hele wereld, laten in de plaatselijke cafetaria de naam van hun held vallen, en worden naar viale nummer zestien op de begraafplaats even buiten Cesenatico geleid.

Daags na de rittenkoers Tirreno-Adriatico, half maart, volgen we dezelfde route, op zoek naar de ziel van het Italiaanse wielrennen. Als iemand daarvan de personificatie is, dan Marco Pantani. Niet alleen vanwege zijn prestaties – hij won in 1998 de Giro en de Tour – maar vooral door de tragiek die om hem heen hangt. Charistragisch bij leven, mythisch daarna.

Praalgraf van de familie Pantani

Het praalgraf van de Famiglia Pantani is een vijf meter hoog bouwwerk van natuursteen, met eromheen cirkelend een stalen frame, dat een beklimming moet voorstellen. Het ruikt er naar verse bloemen, die verspreid door de tombe liggen. Pantani ligt aan de linkerkant, onder zijn eigen borstbeeld op de hoogste trede van een podium, waar een gouden medaille met regenbooglint omheen hangt. Achterop de medaille staat een boodschap van Gabriele Superchi, wereldkampioen tijdrijden bij de veteranen. ‘Bedankt Marco, voor de kracht die je me gaf om de beste ter wereld te worden.’

In het collectieve geheugen van Italië is Marco Pantani nog springlevend, verafgood wordt hij, onsterfelijk is zijn heldenstatus. Juist de tragiek rond zijn persoon maakte hem in Italië postuum tot een grootheid.

Er komt ook nog geregeld nieuws over Pantani naar buiten. Over de Giro van 1999, die hij leek te gaan winnen, tot hij op de voorlaatste dag uit koers werd genomen met te hoge hematocrietwaarden – rode bloedlichaampjes die kunnen duiden op doping. Vorig jaar bleek uit nieuw gerechtelijk onderzoek dat de Napolitaanse maffia Pantani’s bloedwaarden vervalste, om te voorkomen dat hij zou winnen. Een tweede roze trui zou de Camorra-clan miljoenen aan gokinkomsten hebben gekost.

Pantani kwam nooit over die klap heen. Regelmatig moest hij worden behandeld tegen depressiviteit. Hij zwalkte door het leven, tot het licht op Valentijnsdag 2004 in het ’s winters zo deprimerende zomeroord Rimini voorgoed uit ging. Zelfmoord, klonk het. Pantani’s moeder blijft volhouden dat haar zoon vermoord werd. De zaak is gesloten, maar in Italië vergeten ze de piraat niet. Tot in de Dolomieten kom je fans tegen met zwarte piratenvlaggen.

Overal beeltenissen van Scarponi

In de Giro wordt bijna jaarlijks een etappe gewijd aan Marco Pantani. Deze zaterdag ligt de finishlijn in de Giro in Oropa, waar Pantani in 1999 na een lekke band indrukwekkend een etappezege pakte. De start van die etappe ligt in Castellania, geboortedorp van Fausto Coppi, een andere grootheid, vijfvoudig Giro-winnaar. Het Italiaanse wielrennen is doordrenkt van symboliek. Genoeg ook om te herdenken.

Zie wat er momenteel in Italië gebeurt na het tragisch overlijden van Michele Scarponi. De 37-jarige vader van twee werd in de buurt van zijn woonplaats Filottrano in de vroege ochtend doodgereden tijdens een trainingsrondje, amper twee weken voor de start van de honderdste Giro. In zowat elk dorpje langs het parcours hangt nu een beeltenis van Scarponi boven het wegdek, er wapperen spandoeken met lieflijke teksten uit ramen van mensen die van de gelegenheid gebruik maken zich solidair te voelen, een anders zo verdeelde natie deelt nu in verdriet.

Dat gebeurde ook toen de Belg Wouter Weylandt zes jaar geleden in de Giro verongelukte tijdens de afdaling van de Passo del Bocco. Het jaar erna hing overal de tekst ‘108- sempre con noi’ – altijd bij ons. Het rugnummer van Weylandt wordt door de organisatie nimmer meer aan iemand toebedeeld. En ook dit jaar op 9 mei, exact zes jaar na dato, hield het peloton voorafgaand aan de vierde etappe een minuut stilte.

Intense verering zit in de cultuur

Die intense verering zit in de cultuur verankerd, denkt Lidewey van Noord, auteur van het boek Pellegrina, een Italiaanse wielerbedevaart. Ze reisde naar zo’n beetje alle uithoeken van Italië op zoek naar wielerverhalen in het land dat drijft op emotie, op dramatiek. „Het heeft misschien wel met het katholicisme te maken”, zegt ze vanuit Italië, waar ze de honderdste editie van de Giro volgt. „Het is niet voor niets dat ze in het Vaticaan mensen tot heiligen verklaren. Bij ons zijn de kerken leeg, daar staan ze vol met beelden. Dat is vereren, het geeft de Italianen een wij-gevoel.”

Van Noord ziet de Ronde van Italië als een jaarlijks bindmiddel van een verdeeld land. „De Florentijn voelt zich bepaald niet verwant met de Romein, bijvoorbeeld. Tussen de verschillende regio’s wordt zelfs gestreden om de beste spaghetti carbonara. De Giro verenigt het hele land. Opeens zijn alle fans gewoon Italiaan.”

Het woord is gevallen, fans, tifosi in het Italiaans. „Zonder hen geen wielrennen”, zegt Francesco Moser tijdens de zesde etappe van de Tirreno-Adriatico. Moser is een levende legende. Tussen 1973 en 1988 won hij 273 wielerkoersen, waaronder drie wereldtitels. Hij moet nog altijd worden afgeschermd van de tifosi, anders wordt hij onder de voet gelopen. Hij is al bijna dertig jaar renner-af, runt met zijn familie een prachtige wijngaard in Trento, Noord-Italië, maar de Italianen zijn hem niet vergeten. In een VIP-box aan de finish van Civitanova Marche, aan de oostkust, neemt hij de hele dag schouderklopjes in ontvangst, gaat hij met mensen op de foto. „Contact maken met fans is voor Italiaanse wielrenners belangrijker dan het winnen van races. Zij staan er hele dagen, zij maken de wielersport. Ze verdienen een beloning. We hebben elkaar nodig.”

Moser begint te glunderen als het gaat over zijn enige Giro-overwinning. Het was 1984, in de laatste tijdrit van 42 kilometer van Soave naar Verona lag hij nog tweede, achter de Fransman Laurent Fignon. Uiteindelijk zette hij Fignon op een minuut. Op foto’s uit die tijd is het te zien: vele tienduizenden schreeuwen hun landgenoot naar de zege. „Zonder hen had ik het niet gekund. Ik kan nog voelen hoe het was om de Arena van Verona binnen te rijden. De liefde van zoveel mensen tegelijkertijd, dat is ongelooflijk. Pure voldoening. Daar kan ik de rest van mijn leven op teren.”

Wielrennen als belangrijkste sport

In die jaren was wielrennen in Italië de belangrijkste sport, zegt Moser. Nu is dat voetbal. De wielersport is er op sterven na dood. „Pantani is de laatste held van Italië. Vincenzo Nibali wint ook races, maar die heeft niet het hart van Marco, niet het karakter. Dat is waar de mensen hier van houden. Niet te vergelijken met welk wielerland dan ook. Neem België. Daar houden ze van de wedstrijden, de historie van Parijs-Roubaix bijvoorbeeld. Maar bij ons gaat het om de renners.”

Het zijn de tifosi die de Italiaanse wielersport maken of breken, zegt ook Stefano Zanatta, ploegleider van Bardiani CSF, het team dat bij de Giro-start op Sardinië vlak voor de start op 5 mei twee jonge renners geschorst zag worden vanwege een dopingovertreding. Ze gebruikten groeihormonen voorafgaand aan de belangrijkste wedstrijd van hun carrière. Maakte voor de tifosi geen verschil. Geen zondaar die het feest van de honderdste Giro kon verstoren, er staat dezer dagen in de Giro geen man minder aan start en finish, mensen uit alle lagen van de bevolking, kinderen die zich verdringen voor een glimp van Vincenzo Nibali, ouderen die houden van het spektakel, terwijl ze terugdenken aan de gloriedagen van Fausto Coppi en Gino Bartali, onsterfelijken uit vervlogen tijden.

„Ze nemen vakantie om naar een wielerwedstrijd te komen kijken. Totaal ander volk dan in een voetbalstadion”, stelt Zanatta. „Zij kijken negentig minuten en gaan dan weer naar huis. Wielertifosi zijn dromers, trekken de wereld over om hun helden te zien.”

Applaus in de persruimte

En zo is het ook een beetje met de Italiaanse wielerpers. Toen Nibali vorig jaar als door een engel opgetild naar het roze reed tijdens de voorlaatste etappe naar Santuario Sant’Anna di Vinadio, was er geen journalist die een kritische vraag wist te stellen. Sterker nog: Italiaanse sportschrijvers wilden na afloop van de persconferentie niets liever dan met de Haai van Messina op de foto.

Nibali kreeg een oorverdovend applaus bij het verlaten van de perstent. Kritiekloos was men, succes moet je vieren. Maar dit jaar is de Siciliaan een schim van de renner die hij was. En nu? Nu snakt Italië naar een nieuwe Marco Pantani. Tot die tijd zal het gastenboek in Cesenatico vollopen met hartenkreten.