DNB: risico op korten pensioenen blijft

Lage rente

Toezichthouder DNB roept pensioenfondsen op eerlijk te zijn over hun financiële situatie. Ook banken kunnen nog veel last krijgen van de lage rentestand.

De Nederlandsche Bank waarschuwt dat vanaf 2020 miljoenen pensioenen gekort moeten worden als de dekkingsgraden van pensioenfondsen niet verbeteren. Foto Remko de Waal / ANP

Tot nu toe zijn Nederlandse pensioenfondsen en banken aardig overeind gebleven in het tijdperk van ultralage rentes. Maar het is allerminst zeker dat dit zo blijft, zo waarschuwde De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag. Pensioenen dreigen te worden gekort en de winsten van banken zullen slinken als de lage rente aanhoudt.

„De lage rente raakt banken en pensioenfondsen midscheeps”, zei DNB-directeur Toezicht Jan Sijbrand in een gesprek met journalisten. Zijn collega Frank Elderson riep pensioenfondsen op hun klanten voor te bereiden op mogelijke kortingen van de pensioenen.

De situatie van veel pensioenfondsen blijft kwetsbaar, zo blijkt uit DNB-onderzoek. Bij 56 fondsen is de zogeheten dekkingsgraad – de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen die daar tegenover staan – zo laag dat ze mogelijk vanaf 2020 de pensioenen moeten verlagen. Bij die fondsen ligt de dekkingsgraad sinds 2015 of sinds 2016 onder het wettelijk vereiste niveau van ruim 104 procent. Als de dekkingsgraad vijf jaar onder die grens ligt, is een fonds wettelijk verplicht minder pensioen uit te keren. „Het zwaard van Damocles”, noemde Elderson dit.

Vanaf 2020 moeten mogelijk twee miljoen pensioenen bij elf fondsen worden gekort. Vanaf 2021 kunnen daar nog eens acht miljoen pensioenen bij 45 fondsen bijkomen.

Het is nog lang niet zeker dat het zover komt. Als de dekkingsgraad weer even boven de drempel van ruim 104 procent komt, gaat de periode van vijf jaar weer opnieuw in en hoeft het fonds niet te korten. Vorig jaar waarschuwde DNB ook al voor kortingen, die dit jaar al zouden ingaan. Uiteindelijk hoeven slechts twee kleine fondsen dit jaar te korten. Dit komt mede doordat de rente sinds eind vorig jaar weer iets is toegenomen en omdat aandelen ook in waarde zijn gestegen.

Pensioenfondsen halen hun inkomsten uit beleggingen, op onder meer staatsleningen en aandelen. Staatsleningen brengen steeds minder rente-inkomsten op. De rente op Nederlandse staatsleningen met een looptijd van tien jaar ligt nu rond de 0,5 procent. Deze langetermijnrente daalt al sinds de jaren tachtig, onder meer door demografische ontwikkelingen. De laatste jaren heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rente verder gedrukt door massaal staatsleningen op te kopen.

Vorige maand bleek uit kwartaalcijfers van de vijf grootste pensioenfondsen dat die er weer wat beter voor staan, maar vier van de vijf zijn nog niet uit de gevarenzone. Bij het grootste fonds ABP, voor ambtenaren en onderwijzers, lag de dekkingsgraad bijvoorbeeld op 99,8 procent. Alleen bij het pensioenfonds Bouw ligt de dekkingsgraad boven de minimumnorm.

181 pensioenfondsen waarvan de dekkingsgraden onder druk staan, hebben bij DNB zogeheten herstelplannen ingediend. De toezichthouder merkt op dat fondsen vooral herstel verwachten door extra rendement op beleggingen te halen. Elderson noemde dat een „risico”, want het is „onzeker” dat die rendementen ook echt zullen worden gehaald.

De verwachte resultaten uit eerdere herstelplannen, uit 2015, werden door de meeste fondsen niet gehaald. Elderson: „Pensioenfondsen kunnen mensen maar beter duidelijk maken dat er een kans op korten bestaat, terwijl ze nog bezig zijn met herstel. Op mogelijk slecht nieuws kun je mensen maar beter voorbereiden.”

De Nederlandse banken krijgen door de lage rentestand minder inkomsten op hypotheken die ze verstrekken. Ze hebben dat tot dusver aardig weten te compenseren. De rentes die banken betalen op spaartegoeden zijn eveneens verlaagd, richting de nul. En banken hebben in de kosten gesneden, onder meer door veel werknemers te ontslaan. Daardoor presteren Nederlandse banken gemiddeld wat beter dan banken in de rest van de eurozone.

Banken in de tang

„Het is een poos goed gegaan”, zei Sijbrand. „Maar banken komen wel in een tangbeweging terecht.” De ruimte voor verdere kostenbesparingen is beperkt en banken zijn „huiverig” om spaarrentes onder de nul te laten zakken. „Dan zou de toch al fragiele vertrouwensrelatie met de consument niet echt worden geholpen.”

Vanaf 2019 lopen oude hypotheken met relatief hogere rentes af, terwijl nieuw afgesloten hypotheken met lage rentes nauwelijks iets opleveren.