Recensie

De tomaat bezit bovenal een Nederlands paspoort

De tomaat

Onder Egyptische salafisten geldt een tomatenverbod. Het is één van de vele facetten die Annemieke Hendriks over deze vrucht aan de orde stelt: van depressie tot slavernij.

Onbekende vrouw tijdens de Tomatina, het jaarlijkse tomatenfeest in de Spaanse stad Bunol, 2016 Foto EPA/KAI FORSTERLING

De tomaat is een wereld op zichzelf en tegelijkertijd spiegel van de hele wereld. Leugen en waarheid onlosmakelijk verbonden, labyrintisch, onoverzichtelijk. Men ziet door de tomaten de Tomaat niet meer. In die zin is het woord ‘bizar’ in de ondertitel van Annemieke Hendriks’ gravende De tomaat, en de bizarre wereld van vers voedsel dubbelzinnig. Je kunt net zo goed van ‘normale wereld’ spreken: beweging en tegenbeweging voortdurend tegelijkertijd werkzaam, het is één steeds vervloeiende wirwar. Paradoxaal ook: Hendriks spreekt in De tomaat niet voor niets van ‘zaadparadox’, ‘kasparadox’, ‘teelparadox’, ‘voetafdrukparadox’, ‘plukparadox’ en ‘smaakparadox’.

De tomaat, en de bizarre wereld van vers voedsel ontstijgt het genre van groente- en groentehandelsboeken, en staat tegelijkertijd met beide benen in de teeltgrond, al bestaat deze tegenwoordig voor meer dan de helft uit glaswol. We lezen alles over de tomaat, tot en met wonderlijke uitwassen als het tomatenverbod onder Egyptische salafisten (‘de tomaat is een christelijk symbool, men ziet duidelijk een opengesneden tomaat in het Kruis van Christus’).

Je zou het niet denken, maar het is zo: de Hollandse liefde voor de tomaat is pas geboren in het laatste decennium van de negentiende eeuw. Tegenwoordig is Nederland de spil in de tomatenwereld – als producent en als tomatenzaadveredelaar. Maar Spanje dan? Italië, Roemenië, Duitsland, Marokko of zelfs China? Nee, de tomaat heeft een Nederlands paspoort.

We volgen onderzoeksjournaliste Hendriks (1956) op de voet door de labyrintische ‘zone’ van de tomaat, een duizelingwekkende tocht. Vragen als ‘Welke voetafdruk vinden we bij de Roemeense tomaat?’, ‘Bestaat de biologische tomaat?’, ‘Hoe zit het met mega-zaadveredelaar Monsanto?’, ‘Welke tomaat is beter, welke smakelijker, welke gezonder?’

Wat het laatste betreft: ‘Bekend werd dat tomaten de kans op een depressie met de helft verkleinen. Het bleek bij nader inzien de conclusie van een studie onder Chinese bejaarden die niet te generaliseren viel.’ Ook alle wetenschappelijke testen op gebied van smaak blijken nauwelijks iets te betekenen – smaak zit tussen de oren.

Hitte

De tomaat blijkt een reiziger, een dwaalgast eerder, Ahasverus gelijk. ‘Jaarlijks doorkruisen een paar miljoen ton verse tomaten het Europese continent. Poolse tomaten reizen naar Spanje, wanneer daar de productie stagneert door de hitte. Sommige tomaten komen via Spanje naar Nederland, om hun leven te eindigen in Duitsland, Italië of Roemenië. Het is dat een tomaat op een gegeven moment bederft, anders zou ze tot het einde der tijden Europa blijven doorkruisen.’

Moeten de grenzen niet dicht? Duitsland deed in 1994 een poging om haar nationale tomaat tegen homeopathische verdunning te beschermen, door de Hollandse tomaat voor te stellen als product uit ‘een verloederde polder, de vierde aggregatietoestand van water’ (Wasserbombe). Terwijl ook de Duitse tomaat zelf in feite een ‘Holländer’ is. Het Westland sloeg terug met een geniale pr-truc, en ging bij onze oosterburen de markt op met de trostomaat: ‘De Duitse huisvrouwen snoven aan de steeltjes begerig een ouderwetse tomatengeur op.’

Hendriks gidst ons tevens door het schier ondoordringbare hakhout van EU-landbouwsubsidies. Toen men in Brussel besefte dat de tomatentelers op koude grond werden benadeeld ten opzichte van de intensieve glasteelt in Nederlands, bedacht men dat de subsidies naar teeltoppervlak moesten worden berekend. De machtige NL-lobby wist voor tomaten en paprika’s echter een uitzondering te bewerkstelligen. Glasgroen Nederland weer van ons, hoera!

Hoe zit het intussen met de arbeidsomstandigheden? In de Poolse tomatenteelt (waarom Polen? Daar kunnen ze zo goed trostomaatjes inpakken, en Polen zeuren niet over geestdodend werk) wordt slavenarbeid vermeld door Noord-Koreanen. Ik had het al over paradoxen: ‘In Apulië (Italië) bestaat een Ghanezengetto, die voor een hongerloon tomaten oogsten die in de pan van hun familie in Ghana kunnen belanden.’

Ook in een ander aspect is Annemieke Hendriks’ De tomaat veel meer dan ‘slechts’ een tomatenboek, al zou ik geen aspect van de tomaat kunnen bedenken dat niet wordt doorgelicht. In afzonderlijke hoofdstukjes spreekt ze met tomatenmannen: telers, handelaars, onderzoekers. Menselijke gesprekken, warm genoteerd. Zo bezocht ze een telg uit het tomatengeslacht Looije, kweker in Alméria (Spanje). ‘In mijn dorpje hier is volgens mij wel dertig procent van het genetisch materiaal Arabisch. Je kunt je dus afvragen wat een Spanjaard is. Je kunt je net zo goed afvragen wat een Nederlander is. Nederlanders? Die had je vroeger helemaal niet. Ooit zijn de meest bijdehante Belgen naar Nederland gekomen. En mijn voorouders komen uit de Baltische landen.’

De tomaat is een mythisch product. Een wereld ook van sprookjes en legenden, zou ik zeggen. Wie Annemieke Hendriks volgt – een genoegen, vanwege haar bijzonder vlotte pen, humor en aanstekelijke nuchterheid – ziet haar hier en daar even paf staan als de lezer zelf, dat schept een band. Men krijgt plezier in alle ballonnetjes die ze onderweg doorprikt. We lezen met haar de online tomatenprop-brochure van de Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen: ‘Tomaten sturen de hormoonvorming.’ Huppekee weer eentje, knal! In die zin is De tomaat en de bizarre wereld van vers voedsel een vrolijk boek. Maar na de laatste pagina schiet onwillekeurig een beeld uit de inleiding tevoorschijn: het tomatensmijtfeest in Buñol, Spanje: ‘In 2012 lagen daar veertigduizend toeristen samengeperst op een pleintje, wachtend tot de vrachtwagens met tweehonderd ton overrijpe tomaten kwamen aanrijden om deze in de mensenmassa te ontladen. Met moeizaam manoeuvreren wisten de chauffeurs een bloedbad te voorkomen, of misschien leek dat maar zo. Mensen en tomaten vormden algauw één grote rode smurrie.’