Opinie

De stad is een lopend buffet van zout, vet en suiker

Een McDonald’s in elke winkelstraat is niet normaal, vindt . En een friettent voor een ziekenhuis is ook van de zotte. „Hier gaan we collectief én individueel de mist in.”

Foto Evert Elzinga / ANP

Drie snackbars, een Subway, een King of the Ribs, een McDonald’s, vier kebabzaken, een Jamin, een Kwalitaria, een Kentucky Fried Chicken, drie ijssalons, twee Febo’s, de Almere Fried Chicken, en mijn persoonlijke favoriet: de loempiakraam.

De route van mijn flat naar het station is een lopend buffet van zout, vet en suiker. Aangezien ik de korte wandeling gemiddeld drie keer per dag maak, zeg ik dagelijks negenenvijftig keer ‘nee’. Eén keer zeg ik: ‘Drie loempia’s alsjeblieft.’

Martijn Katan, emeritus hoogleraar voedingsleer, waarschuwde (Opinie, 25 april) onlangs voor deze dynamiek: „Een overheersend ongezond aanbod leidt sneller tot een ongezonde voedselkeuze. De gevolgen daarvan zijn ook zichtbaar.” Aanbod creëert vraag, vraag leidt tot obesitas.

Infuus in de ene hand, zak patat in de andere

En daar is niets aan te doen, reageert Matthijs Fleurke (Opinie, 5 mei), docent sociologie aan de opleiding Voeding en Diëtetiek, want, hou je vast: „Laten we ons realiseren dat zoals regen bij Nederland hoort, dikkerds bij onze obesogene samenleving horen.”

Er gaat van alles mis in die zin. Als socioloog zou hij moeten weten dat een samenleving bestaat uit een groep mensen. Neerslag hoort daar dus niet bij. Dat hoort bij het klimaat. Zowel de opwarming van de aarde, die gepaard gaat met toenemende regenval, als de obesitas-epidemie, die gepaard gaat met ‘dikkerds’, worden wél veroorzaakt door het gedrag van de samenleving – het consumeren van Big Macs heeft op beide effect. En niet zo’n beetje ook!

Volgens Fleurke valt de obesogene cultuur niet te veranderen. Ik geloof, tot op zekere hoogte, in de maakbaarheid van de samenleving én in de eigen verantwoordelijkheid van het individu. Waar ik niet in geloof, zijn onbeheersbare krachten die voorschrijven dat 1 op de 2 Nederlanders net als ik met een pens als een halve volleybal moeten rondlopen. Er is geen goede reden waarom er voor de ingang van het Flevoziekenhuis een frietkraam zou moeten staan – maar hij staat er. Patiënten zitten op een bankje met hun infuus in de ene en een zak patat in de andere hand. Hier gaat de samenleving collectief én individueel de mist in. Dat kan beter.

Zitten is het nieuwe roken

Hoewel ik nog regelmatig een loempia eet, probeer ik ook mijn verantwoordelijkheid te nemen. Zo wissel ik op kantoor de bureaustoel af met een sta-bureau. Af en toe zit ik zelfs even op een deskbike, een soort hometrainer. 450 aanslagen per minuut haal je er niet op. Een artikel lezen gaat prima. Een half uur trappen en je voelt je energieker. Je kunt alle persoonlijke ellende van je collega’s weer aan.

Sitting increases the risk of dying early, kopte The New York Times in 2016. Is sitting a lethal activity, vroeg dezelfde krant zich al in 2011 af. Een jaar eerder de kop: Stand up while you read this! Zitten is het nieuwe roken, inactiviteit is dodelijk – we weten dat al jaren. En toch: als ik mensen over die deskbike vertel, zijn sommigen alleen verbaasd, terwijl anderen verbaasd zijn én het concept affakkelen, meestal met een variant op kosmopolitische-millennial-yuppen-hipster-bullshit. Natuurlijk, staan en fietsen op kantoor lijkt in eerste instantie gestoord, maar het gewillig accepteren van een verdubbelde kans op kanker lijkt me bij nader inzien minstens zo vreemd.

„Hoe wij naar voeding kijken, hoe wij erover denken en ermee omgaan, is diep verankerd in onze cultuur, normen en waarden”, weet Matthijs Fleurke. Lijkt me juist, maar dat is allemaal niet statisch. Je kunt die dingen veranderen, bijvoorbeeld door weerwoord te bieden aan Matthijs Fleurke. Of, meer in het algemeen, ideeën te verspreiden. De laatste tijd verschijnen er opeens overal artikelen over de zegeningen van bewegen op kantoor – afgelopen maandag nog in deze krant. Als dat maar lang genoeg doorgaat, wordt het vanzelf net zo standaard als de McDonald’s.