Column

Bokito pakt niemand ons meer af

Japke-d. Bouma schrijft elke vrijdag over de taal van deze week. Vandaag: Bokito, de uitdrukking ‘dat pakt niemand ons meer af’ en ‘gijzelsoftware’.

Het is deze week tien jaar geleden dat gorilla Bokito in Blijdorp uitbrak en een vrouw verwondde, en hij is helemaal ingeburgerd in Nederland. Hij heeft het zelfs tot taalfenomeen geschopt. Vooral op kantoor wordt hij vaak genoemd, als aanduiding voor mannen die zich graag op de borst roffelen. En je hebt natuurlijk ‘bokitoproof’ – iets dat niet kapot te krijgen is.

Er zijn meer dieren die het tot taalfenomeen hebben geschopt. Denk aan Calimero en het Calimero-effect. Maar je hebt ook ‘Jumbo’ voor grote dingen, ‘Dombo’ voor dommies, ‘Fikkie’ van ‘geef mijn portie maar aan Fikkie’, ‘Samsonseks’ voor seks op zondagochtend tijdens het programma Samson en Gert – dat woord schopte het zelfs ooit tot woord van het jaar – en Rupsje Nooitgenoeg natuurlijk. Maar Bokito is het enige échte dier dat met zijn naam taalgeschiedenis schreef. Hij zal voor altijd verbonden blijven aan machogedrag en ‘pakken wat je pakken kan’.

Daar was het overigens ook de week van hè, van ‘pakken wat je pakken kan’. In ieder geval van de uitdrukking ‘dat pakt niemand ons meer af’. Afgelopen maandag hoorde ik het weer veel Feyenoord-supporters zeggen toen hun club de kampioensschaal kreeg. En ook tegen Tom Dumoulin werd het gezegd, na zijn ritzege in de Giro: „Deze pakken ze je in ieder geval niet meer af.”

Ik vind het een rare uitdrukking. Als ik het hoor denk ik altijd: ‘joh, hou je rommel lekker zelf’. Ik bedoel, de dingen waarvan mensen zeggen dat niemand ze hun meer afpakt, WIL ik vaak ook helemaal niet afpakken. Wat moet ik ermee. Het zijn ook vaak dingen die je niet eens KAN afpakken, zoals ritzeges of een mooie ervaring. En als het je wél lukt, ben je echt eng. Daarom zeg ik het zelf ook nooit, om mensen niet op ideeën te brengen.

Vroeger toen ik klein was hadden we ook al gijzelsoftware. Toen noemden we het Tetris en was ik er vaak urenlang door gegijzeld. Maar toen heette het nog gewoon software

Als we het dan toch over afpakken hebben: het was ook de week van de ‘gijzelsoftware’. Dat is als criminelen je computer gijzelen. En dat je er alleen weer op kan werken als je betaalt. Eigenlijk ook best een raar woord. Want is niet álle software gijzelsoftware? Ik zie om me heen in ieder geval alleen nog maar mensen die gegijzeld worden door hun beeldscherm. Wat dat betreft ben ik, net als met het woord gijzelaar, vaak in de war wie wie nu gijzelt, de gijzelsoftware of de gijzelsoftwarenemer?

Vroeger toen ik klein was hadden we ook al gijzelsoftware. Toen noemden we het Tetris en was ik er vaak urenlang door gegijzeld. Maar toen heette het nog gewoon software. Dat klonk soft, zacht. Als een pluchen knuffel, als iets liefs waar je in kon wegzakken. Maar daarna kreeg je al snel sjoemelsoftware en toen malware en nu zijn we dus al bij de gijzelsoftware aanbeland. Het is een beetje zoals in een relatie. Het begint met een knuffel, maar al snel zak je via allerlei infecties en intimidatie af naar de gijzeling. Wat een treurnis.

Maar misschien moeten we het eens positief bekijken: als we niet meer op onze computers kunnen, hebben we weer tijd om naar buiten te gaan en andere dingen te doen dan naar ons scherm staren. Wat dat betreft zou die gijzelsoftware voor alle kantoren ter wereld wel eens het beste kunnen zijn wat ze ooit over komen is en is het geen gijzelsoftware, maar bevrijdingssoftware.

Taaltips via @Japked op Twitter.