Cannes kan niet om Netflix heen

Filmfestival

Er is ophef over de Netflix-film ‘Okja’ die in Cannes meedingt naar de hoofdprijs. Niet wegens de kwaliteit, die valt tegen, maar omdat de film niet in de Franse bioscoop komt.

Tilda Swinton. Foto Kimberly French

Juryvoorzitter Pedro Almodóvar verklaarde aan het begin van het filmfestival van Cannes dat hij zich niet kon voorstellen dat zijn jury de Gouden Palm zou geven aan een film die niet uitkomt in de bioscoop. Dat was een domper voor de makers van Okja, de nieuwe film van de Koreaanse regisseur Bong Joon Ho, die is geproduceerd door Netflix. Maar na de première van de film, vrijdag op het festival, kan voorzichtig worden geconcludeerd dat de jury niet in gewetensnood hoeft te komen. Okja is een onderhoudende, met zwier gemaakte jeugdfilm, maar waarschijnlijk geen werkelijke kandidaat voor de hoofdprijs.

Of Okja de prestigieuze plaats in de filmcompetitie van Cannes echt verdient, is zelfs discutabel. Bong Joon Ho heeft meeslepende publieksfilms op zijn naam staan, zoals de monsterfilm The Host en de thriller Mother. In Okja geeft hij weer blijk van zijn grote ambitie, maar hij laat niet echt iets nieuws zien. De film gaat over de Koreaanse boerendochter Mija, die vriendschap heeft gesloten met een genetisch gemanipuleerd supervarken, Okja; een hoogstandje van CGI, gemaakt door de van oorsprong Nederlandse technicus Erik-Jan de Boer, die ook tekende voor de tijger in Life of Pi. Na tien jaar komt een sinistere multinational, geleid door Tilda Swinton, die het dier heeft uitgevonden haar grote vriend terughalen van de boerderij.

Mija gaat de halve wereld over om Okja van het slachthuis te redden, vergezeld van een groep knullige dierenrechtenactivisten. Bong Joon Ho spaart de tere kinderziel niet in zijn afbeeldingen van de gruwelen van het slachthuis. Als Okja op Netflix verschijnt – wereldwijd vanaf 18 juni – zou dat wel eens tot een golf van vegetarisme onder jonge kijkers kunnen leiden, al is het maar tijdelijk.

Soepel gaat het niet met de Netflix-films in Cannes. Door projectieproblemen startte de film een kwartier te laat voor een zaal vol joelende, obstinate journalisten. Toen het logo van Netflix in beeld verscheen klonk ook hier en daar boegeroep van de verzamelde filmpers.

Dat de Netflix-productie in Cannes mag meedingen naar de Gouden Palm, stuit in de Franse filmwereld op weerstand. Bioscoophouders vrezen dat zo een gevaarlijk precedent wordt geschapen voor hun sector. De film zal alleen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea in de bioscoop te zien zijn – zodat de film kan meedingen naar een Oscar. Maar in de andere landen waar Netflix actief is gaat Okja meteen naar de site. Het festival beloofde na het stevige protest beterschap en zal vanaf 2018 alleen nog films voor de competitie selecteren die ook in de Franse bioscopen te zien zijn.

Symbool

Enigszins curieus is het wel, die enorme ophef aan de Rivièra. Twee jaar geleden dong de Netflix-productie Beasts of No Nation van regisseur Cary Fukunaga, over de lotgevallen van een kindsoldaat, al mee naar de Gouden Leeuw van het filmfestival van Venetië. Daar was toen wel discussie over, maar geen echte ophef. Maar Fransen komen graag en snel in verzet. Cannes is het filmfestival met de meeste symboolwaarde als het gaat om de toekomst van de cinema.

Veel filmregisseurs gaat het aan het hart dat hun films in steeds mindere mate bestemd zijn voor de bioscoop. Maar Bong Joon Ho betoont zich vooral pragmatisch. Het is nu eenmaal zo, verklaarde hij in Cannes, dat alle films uiteindelijk eindigen op internet. Voor hem als filmmaker maakt het dus niet zoveel verschil, dat hij nu met Netflix in zee is gegaan. Dankzij Netflix had hij de beschikking over een „aanzienlijk” budget, met volledige artistieke vrijheid, zei hij op de persconferentie na de film.

Gedumpt op internet

De kwestie is niet simpel. Traditionele Hollywoodstudio’s nemen steeds minder risico’s en stoten de ene na de andere superheldenfilm uit. Nieuwe spelers als Amazon en Netflix hebben wél de wil en de middelen om meer risico’s te nemen. Dat is winst. Maar de Franse bioscoophouders en de aarzelende festivalleiding in Cannes hebben ook een punt. Als de traditie van het vertonen van films in bioscopen verloren zou gaan, verliest de filmcultuur een waardevol element, dat het verdient te worden verdedigd.

Tilda Swinton en Mija (Seo-Hyun Ahn), de vriendin van het supervarken Okja. Foto Barry Wetcher

Netflix heeft een aankoop- en productiebudget waar geen einde aan lijkt te komen: 6 miljard dollar. Het bedrijf schuimt de filmfestivals af en koopt overal films op. Maar die aankopen worden vaak zonder ceremonieel op de site geplaatst. Gedumpt, kun je ook zeggen. Filmmakers verdienen zo weliswaar hun geld terug dankzij Netflix, maar hun werk kan ook zomaar in een groot zwart gat verdwijnen.

Daar heeft een film als Okja die nu met zoveel bombarie en controverse in Cannes is gelanceerd uiteraard geen last van, voor veel kleinere films geldt dat wel. Netflix heeft Cannes nodig voor de media-aandacht en het prestige; Cannes kan niet om Netflix heen, omdat daar opmerkelijke nieuwe films vandaan komen. Beide partijen houden elkaar vooralsnog in een ongemakkelijke houdgreep.