‘Bokito’ strafbaar? Dat ligt aan de context

Vijf vragen over het beledigen van Sylvana Simons

Donderdag werden 20 mensen veroordeeld voor het bedreigen en beledigen van Sylvana Simons. Wat betekent die uitspraak?

Sylvana Simons. Sander Koning/ANP

Beledigen, bedreigen, opruiien; het mag dan een stuk laagdrempeliger zijn op social media dan offline, en ook veelvuldig gebeuren, maar dat betekent niet dat het niet strafbaar kan zijn. Donderdag veroordeelde de rechtbank Amsterdam 20 mensen tot werkstraffen en boetes omdat ze Sylvana Simons online hadden uitgemaakt voor aap, roetmop of Bokito, tot „afschieten” hadden opgeroepen, en zelfs een lynchfilmpje met haar beeltenis erin hadden geknutseld.

Is dit de eerste strafrechtelijke veroordeling voor online belediging of discriminatie?

Nee. Er worden wel vaker mensen veroordeeld voor online commentaar dat niet door de beugel kan. Vorig jaar veroordeelde de rechtbank Den Haag bijvoorbeeld een man die op de Facebookpagina van een lokale krant een foto plaatste van een concentratiekamp met de tekst: „Plaats vrijmaken voor vluchtelingen?? Auschwitz staat momenteel leeg!”

Er zijn niet veel van dit soort zaken, maar het OM heeft geen precieze getallen. Vorig jaar heeft het OM 351 mensen geregistreerd als verdachte van discriminatie, ruim zestig meer dan het jaar daarvoor. Maar dat is niet alleen online, en niet alleen ‘pure’ discriminatie. Er valt bijvoorbeeld ook mishandeling van mensen om hun geaardheid onder. Het Meldpunt Internet-discriminatie krijgt zo’n duizend meldingen per jaar.

Dit is wel de eerste zaak van deze omvang, zegt de woordvoerder van het OM in Amsterdam. En het staat natuurlijk buiten kijf dat er online veel meer uitlatingen worden gedaan die onder de strafbepalingen voor belediging en discriminatie kunnen vallen, dan er strafzaken over zijn.

Is deelnemen aan online discussies niet beschermd door het recht van vrijheid van meningsuiting?

Zeker, maar dat recht is niet onbegrensd. „De vrijheid van meningsuiting is één van de belangrijkste fundamenten van een democratische rechtsstaat”, schrijft de rechtbank in deze zaak, en die vrijheid geldt ook voor „opvattingen die shockeren, kwetsen of verontrusten.” Onbevreesde deelname aan maatschappelijk debat moet mogen. Maar mensen beledigen, racistisch of seksistisch bejegenen, mag bijvoorbeeld niet.

Het is niet makkelijk te bepalen – en vaak omstreden – wanneer het verbod op discriminatie zwaarder moet wegen dan de vrijheid van meningsuiting. Dat speelde bijvoorbeeld in strafzaak tegen PVV-leider Geert Wilders voor zijn „Minder, minder, minder”-uitspraken.

Ligt de lat voor belediging op het internet niet hoger, omdat de digitale omgangsvormen losser zijn?

Nee. Dat zegt de rechtbank ook met zoveel woorden. „De rechtbank constateert dat veel mensen online kennelijk gemakkelijker over de schreef gaan dan in het ‘normale leven’.” Maar ook voor uitlatingen die op internet worden gedaan, geldt de beperking van de vrijheid van meningsuiting door bijvoorbeeld het strafrechtelijk verbod op discriminatie.

Sommige verdachten zijn veroordeeld voor termen als „Bokito”, „zwarte” of „Apekop”. Is het woord „apekop” nu verboden?

Nee, niet zonder meer. De interpretatie van de rechtbank is niet bijzonder ruim, zegt ICT-jurist en auteur van het boek De wet op internet, Arnout Engelfriet. „Je kunt belediging en discriminatie niet los van hun context beoordelen. Het was voor de rechtbank duidelijk dat de opmerkingen in dit geval denigrerend bedoeld waren.” Maar een woord als zwart, of apekop, kan afhankelijk van de context natuurlijk meerdere – niet-discriminerende – betekenissen hebben.

Heeft het ook voor niet-beroemde mensen zin om aangifte te doen van belediging?

Op zich kan het, maar als het gaat om eenvoudige belediging, dus iemand die jou eenmalig beledigt, zal de politie niet staat te springen om de zaak te onderzoeken, zegt Engelfriet.