Bewoners Rozengracht bang voor straling van 4G-masten

Talk of the Town

Amsterdam moet een grens trekken en stoppen met telecommasten plaatsen, vindt een aantal bewoners. „En geef ons een eerlijke kans om bezwaar te maken.”

De 4G-masten bij het pand aan de Rozengracht. Foto Simon Trel

Iedereen wil snel internet, maar niemand wil een zendmast in zijn achtertuin. Zo ook bewoners van de Rozengracht niet – nou ja, op het dak dan. Kunstenaar Harald Vlugt (60) die al 36 jaar op deze plek woont en werkt, werd drie weken geleden door visite op de drie telefoonmasten, verstopt in witte buizen, op het naburige gebouw gewezen. „Kijk, daar staan ze”, zegt hij terwijl hij door het raam boven zijn bed wijst. Sinds hij weet dat hij „onder de rook van telefoonmasten” ligt, slaap Vlugt minder lekker. Net als zijn buurman Ton von der Möhlen (53). Want is de straling die van deze 4G-masten afkomt wel onschadelijk? Is er een verband tussen de straling en de vier bewoners onder de zestig in hun gebouw die het afgelopen jaar kanker kregen? Maar vooral: waarom heeft de gemeente hen niet over de plaatsing geïnformeerd?

Op 1 mei staan er volgens Antennebureau 2.297 antennes in Amsterdam, met verschillende frequenties. Een telecombedrijf kiest zelf een plek uit, liefst op een zo hoog mogelijk gebouw. Alleen als de mast groter dan vijf meter is of terecht komt in beschermd stadsgezicht moet het bedrijf een vergunning aanvragen, legt een woordvoerder van stadsdeel Centrum uit. De gemeente toetst de ingediende aanvragen op landelijke bouwregelgeving en het Antennebeleid. Daarin staan bepaalde veiligheidsnormen, maar er wordt geen maximum aan het aantal masten gesteld.

Voor de zendmasten op de Rozengracht 133, die naast het bed van Vlugt, moest wél een vergunning worden aangevraagd. Sinds 1 januari 2015 plaatst de gemeente dit soort informatie van alle stadsdelen op amsterdam.nl/bekendmakingen. Op 7 februari plaatste de gemeente de aanvraag op deze website, open voor bezwaar. Maar, zegt Vlugt, helemaal niemand kent die website. Hoe moesten ze er vanaf weten? „Voor elke boom of tramhalte die verplaatst wordt, krijgen bewoners een brief door de bus, maar over iets dat de gezondheid kan beschadigen, worden we niet adequaat op de hoogte gesteld.”

Volgens de Nationale Gezondheidsraad is de straling die van telecommasten afkomt met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet schadelijk. Dit is ook de informatie waar de gemeente zich op baseert.

Toch stelt dit Vlugt en Von der Möhlen verre van gerust: „Ander onderzoek, bijvoorbeeld van de Wereldgezondheidsorganisatie, stelt dat de straling van mobiele telefoons mogelijk kankerverwekkend is. Sommige mensen kunnen hier extra gevoelig voor zijn. Het zal ons niets verbazen als geen enkele directeur van een telecombedrijf in de buurt van zo’n ding woont.”

Alsnog bezwaar

Vlugt en Von der Möhlen hebben alsnog bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van de masten op Rozengracht 133 en alle buurtbewoners op de hoogte gesteld. Daarnaast maken ze nu een Facebookpagina waarop ze bezorgde Amsterdammmers willen verenigen. „Misschien is er wel een advocaat of iemand van GroenLinks die hier dieper in wil duiken.” Wat hopen ze hier zelf mee te bereiken? De stad de-internetiseren is niet mogelijk. Von der Möhlen: „Het gaat erom dat het zich opbouwt. Straks krijg je weer G5-masten die een nog sterkere frequentie hebben. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat insecten binnen een straal van 200 meter om zo’n G5-mast dood neervallen. Zeg als gemeente: tot hier en niet verder.”

Wie wil nou echt nóg sneller internet, vraagt Vlugt zich af, als het je gezondheid schaadt? Het meest boos zijn ze niet op „de telecomcowboys”, maar op de gemeente die hen niet voldoende op de hoogte houdt.

Arre Zuurmond, ombudsman van Amsterdam, vindt ook – in algemene zin gesproken – dat de gemeente besluiten over en aanpassingen in de buurt duidelijker kan communiceren. „Alleen digitaal is niet genoeg. In de moderne tijd kun je meer maatregelen treffen.” Hij denkt aan een fysiek bord in de buurt, flyers, sms’jes of een e-mailsysteem. Al is daarvoor natuurlijk wel internet nodig.