Bek houden en luisteren, feuten!

In Groningen woedt achter de schermen een machtsstrijd tussen studentenclubs en universiteit en hogeschool. Inzet: de verharding van de ontgroening.

Studentensociëteit Mutua Fides (Wederzijds Vertrouwen) van het Groningse studentencorps Vindicat. Siese Veenstra / ANP

De selfie in de Groninger Studenten Almanak van 2015 ziet er onschuldig uit. Vier jongens, twee met das en bretels, kijken boven een bord avondeten uitdagend de camera in. ‘COCK’ staat er in hoofdletters onder geschreven. Dat staat voor: Commissie tot Overdracht Corps Kennis – van de Groningse studentenvereniging Vindicat.

De commissie helpt bij de jaarlijkse ontgroening, schrijven de studentenjongens in de almanak. „Elk jaar zijn er feuten die denken dat ze ‘beter’ zijn dan hun jaargenoten. Wij trappen deze idioten weer met beide benen op de grond en zorgen ervoor dat feuten weten dat ze de C.O.C.K. moeten vermijden.”

Studentenhumor, zou je denken. Maar twee zomers geleden, tijdens de introductietijd van 2015, vatten de jongens hun missie wel heel letterlijk op. Beschonken COCK-leden intimideren aspirant-leden, ‘feuten’, die een te grote mond hebben. Minutenlang worden ze in een wall squat tegen de muur gezet, zittend zonder stoel, om corpsregels op te dreunen. Er vallen klappen. Pas als een ouder dreigt naar de pers te stappen, horen de Rijksuniversiteit en de Hanzehogeschool in Groningen over het incident.

Beide onderwijsinstellingen hebben de veiligheid in de introductietijd uitbesteed aan een speciale toezichthouder: de Adviescommissie Introductietijden (ACI), met onder meer hoogleraren en studenten. In een vergadering van 2 november 2015 noemen de zeven ACI-leden de gang van zaken „ernstig en verontrustend”. Er was sprake van „fysiek geweld en intimidatie door COCK-leden die reeds alcohol hadden gedronken”, staat in de notulen. Volgens de ACI ziet de vereniging zelf er „onvoldoende” een probleem in.

De citaten uit de door NRC verkregen documenten:

Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) kreeg NRC vergadernotulen en verslagen van de ACI. Ze tonen een blik achter de schermen van een toezichthouder die niet bij machte is de veiligheid van ontgroeningen in Groningen te garanderen. Middelen ontbreken, universiteit en hogeschool houden zich afzijdig en de toezichthouder raakt stilaan in de greep van een doofpotcultuur.

Binnenskamers

Na het COCK-incident in 2015 maakt de toezichthouder zich zorgen: hoe gaat studentencorps Vindicat grensoverschrijdend gedrag voortaan voorkomen? Met die vraag confronteren drie ACI-leden op 4 januari 2016 het verenigingsbestuur. Een nuttig gesprek, vertellen ze de anderen, maar „de ACI en de vereniging denken verschillend over geweld en agressie naar leden”. Zo blijft Vindicat erbij dat aspirant-leden „een lesje verdienden” vanwege hun grote mond. De ACI adviseert het bestuur „te zorgen voor voldoende nuchtere commissieleden die op tijd kunnen ingrijpen”.

De nieuwe senaat zal daarop letten, belooft Vindicat. Maar op 25 augustus 2016, tijdens de laatste introductieperiode, gaat het weer mis. Een aspirant-lid belandt met ernstig letsel in het ziekenhuis, nadat een COCK-lid op zijn hoofd is gaan staan. En tegen de afspraken in zijn de COCK-leden dronken. Het geweldsexces blijft binnenskamers totdat NRC er in september over bericht. De universiteit doet het incident eerst af als „een verenigingskwestie”. Als burgemeester Peter den Oudsten en minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) zich ermee bemoeien, verandert dat. Onder druk van de publiciteit doen slachtoffer en verenigingsbestuur alsnog aangifte. Deze week maakte het OM bekend dat het 24-jarige Vindicat-lid wordt vervolgd voor zware mishandeling.

Een tijdlijn van de gebeurtenissen:

Alle ACI-leden zijn tijdens de evaluatie op 10 oktober 2016 „verbijsterd en geschokt” over „dit grensoverschrijdend gedrag”. Ze plaatsen vraagtekens bij hun eigen rol: zijn ze een tandeloze tijger? „Men heeft het gevoel dat een aantal verenigingen de adviezen en aanbevelingen van de ACI niet serieus neemt […], dat het programma niet overeenkomt met de werkelijke gang van zaken, […] en „dat men […] is belogen en bedrogen”, met name door twee verenigingen: Vindicat en Albertus Magnus – de grootste in Groningen.

Vindicat en Albertus Magnus zijn het minst open over hun kamp- en introductieprogramma’s; zij hebben de meeste incidenten met grensoverschrijdend gedrag en intimidatie, zowel lichamelijk als geestelijk, en zij laten aspirant-leden zwijgcontracten ondertekenen met een boeteclausule van 25.000 euro. Terwijl de universiteit en hogeschool Albertus al in 2010 hadden opgedragen „de geheimhoudingsplicht uit de reglementen te verwijderen”.

Zwijgcontract Vindicat by Anonymous RJxKixLHgc on Scribd

Enkele ACI-leden overwegen op te stappen. Als universiteitsrector Elmer Sterken er bij voorzitter en hoogleraar Jan Borleffs op aandringt „de dialoog te bewaren” is de vertrouwenscrisis compleet. Commissieleden vragen zich hardop af of ze moeten stoppen en eisen een gesprek met de universiteit en hogeschool. Uit de laatste commissienotulen: „De conclusie is dat het huidig mandaat van de ACI onvoldoende is om ongewenst gedrag bij Vindicat en Albertus tijdens de introductieactiviteiten te voorkomen.” De ACI is niet in staat effectief toezicht te houden, constateert zij zelf in haar laatste jaarverslag. En wat nu?

Drankgelag

Toezichthouder ACI ging aan de slag in 1998, een jaar nadat het achttienjarige Vindicat-lid Reinout Pfeiffer overleed. De hogeschoolstudent moet een liter jenever drinken om een kamer te krijgen in een corpshuis van Vindicat. Hij volbrengt de huistraditie, maar bekoopt dat met de dood. Zijn broer wordt een jaar rector van het studentencorps om de cultuur te veranderen en op initiatief van universiteit en hogeschool wordt de ACI opgericht, bedoeld om studentenverenigingen te adviseren en toezicht te houden op de introductietijd. Alle Groningse studentenverenigingen, van gezelligheids- tot studie- en sportclubs, zijn sindsdien gehouden aan afspraken over hygiëne, alcoholgebruik en slaap (minimaal zes uur). Ze moeten incidenten melden aan de ACI.

Die incidenten kwamen er, elk jaar weer. In totaal enkele tientallen. Bij de grote studentenverenigingen Albertus Magnus, Vindicat en Dizkartes, maar ook bij studieverenigingen en in de KEI-week, de introductieweek in Groningen voor alle hogeschool- en universiteitsstudenten. Variërend van slaaptekort, uitputting en ongelukken tot seksuele intimidatie, uit de hand gelopen drankgelagen en geweld. Ze worden netjes in de jaarverslagen gemeld.

Studenten op de Grote Markt in het centrum van Groningen. Vincent Jannink / ANP

Maar die cultuur van transparantie verandert na de Sinterklaaspak-affaire, april 2010. Een kandidaat-lid van een herendispuut van Albertus Magnus krijgt met drie andere kandidaat-leden de opdracht iets te doen wat „het dispuut versteld zou doen staan”. Hij laat zich tijdens een dispuutsweekend in Giethoorn in Sinterklaaspak in brand steken en loopt ernstige tweedegraads brandwonden op. Als justitie vervolging instelt tegen een jaargenoot, ligt de zaak op straat. Hij heeft het Sinterklaaspak met lampenolie overgoten zonder toestemming van het slachtoffer. De rechtbank veroordeelt de twintigjarige jongen tot een taakstraf van vijftig uur voor „poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel”.

Een student laat zich tijdens een dispuutsweekend in Giethoorn in Sinterklaaspak in brand steken en loopt ernstige tweedegraads brandwonden op

De ACI en de beide colleges van bestuur ontbieden het Albertus-bestuur kort daarna, op 3 december 2010, in de bestuurskamer van de universiteit. Ze hebben er schoon genoeg van, ook omdat tijdens de rechtszaak uit de verhalen van justitie en het slachtoffer „een ander beeld” wordt geschetst dan de ACI ter ore was gekomen. ACI en beide colleges van bestuur dringen aan op afschaffing van dispuutsontgroeningen („het spelelement lijkt zoek te raken”), opheffing van het betrokken dispuut („om een daad te stellen”) en toenmalig universiteitsrector Zwarts draagt Albertus op de geheimhoudingsplicht met geldboete onmiddellijk uit het verenigingsreglement te schrappen.

Studentenvereniging Albertus legt alle adviezen naast zich neer. Zonder gevolgen – in de ogen van hogeschool en universiteit zijn verenigingen op de sociëteit eigen baas. Het dispuut wordt voor een jaar toegang geweigerd tot de sociëteit, maar niet geroyeerd: „Het is een van onze oudste disputen”. Ook de geheimhoudingsplicht blijft in het reglement staan: „Dat is onderdeel van het spel en de mystiek”. De meest vergaande concessie van Albertus is dat disputen voortaan een ontgroeningsprotocol ondertekenen.

Adviezen genegeerd

Het is niet de laatste keer dat adviezen in de wind worden geslagen en de ACI niet doorbijt. In 2011 willen de commissieleden actie ondernemen tegen „verontrustende” drankmores bij bestuurswisselingen. Nieuwe bestuurders moeten bij hun overdracht in twee uur tijd 25 tot 30 shotjes achteroverslaan. Als de ACI-leden hun zorgen uiten bij de plaatselijke koepel van verenigingen, is actie volgens de notulen opeens overbodig. „Men was daar van mening dat besturen hiermee zelf goed kunnen omgaan.”

Tijdens diezelfde vergadering op 24 oktober 2011, Jan Borleffs is dan net voorzitter, krijgt de commissie voor het eerst te maken met een zwijgcultuur. Het ACI-jaarverslag „zal worden voorzien van het kenmerk vertrouwelijk”, vermelden de notulen – wie dat bedacht heeft, staat er niet bij. „Zodat de verspreiding beperkt blijft. Ook kan worden voorkomen dat er berichten over incidenten naar de pers gaan.”

In de jaren daarna halen sommige „grensoverschrijdende” incidenten het jaarverslag van de ACI niet en ontbreken de namen van studentenverenigingen.

Zo doen we dat ook met de Keiweek, vertelt ACI-secretaris Jan Wolthuis op een vergadering op 20 maart 2014. Een studente uit Zuid-Korea breekt in de introductieweek van 2013 twee rugwervels als zij van een zeven meter hoge schaarlift op een luchtkussen springt. Het voorval haalt het openbare jaarverslag niet.

Ook het COCK-incident uit 2015 blijft buiten het jaarverslag. Sterker: uitgerekend dat jaar jubelt de ACI dat „de incidenten nauwelijks verwijtbaar zijn aan de organisatie” en dat het optreden van verenigingen „steeds adequaat is geweest”. Proberen ACI, hogeschool en de universiteit uitspattingen op studentenclubs buiten de publiciteit te houden en keuren ze daarmee impliciet geweld op de sociëteit goed?

Zwijgzaamheid

Wie antwoord zoekt op deze vragen stuit op een muur van zwijgzaamheid. Vindicat-rector Stijn Derksen wil alleen kwijt dat de omstreden COCK „is opgeheven”. Studenten, leden en reünisten willen alleen off the record spreken en een verontrust oud-Vindicater stuurde NRC anoniem een brief: „Na het gladstrijken van de reputatie gaan de luiken weer dicht”. Pas na wekenlang aandringen komt er een gesprek met de voorzitter van de ACI en de rector magnificus.

In dat gesprek ontkennen universiteitsrector Elmer Sterken en ACI-voorzitter Jan Borleffs met klem dat zij incidenten onder de pet houden. Waarom, zegt Borleffs, zou hij na het eerste COCK-incident anders zijn gaan praten met de toenmalige senaat? „Maar het is aan de vereniging daartegen actie te ondernemen. En het feit wreekt zich dat student-bestuurders elk jaar wisselen.”

Wel blijkt tijdens het gesprek dat de ACI aan elk jaarverslag een vertrouwelijke bijlage toevoegt. Borleffs geeft het schoorvoetend toe. Een bijlage „bestemd voor intern gebruik” die nadrukkelijk niet met de buitenwereld wordt gedeeld. Daarin staan zwart op wit verenigingsnamen gekoppeld aan incidenten: „We vonden het niet nodig om in detail te treden.” Maar disciplineert openheid niet? Misschien is het een goed idee, knikt hij, om die informatie voortaan wél naar buiten te brengen. „Zodat verenigingen en een commissie als de COCK in de etalage staan en een volgende keer beter op hun tellen passen.”

Borleffs ziet dat de ontgroening op sommige verenigingen verhardt. Dat uit zich in fysiek geweld, intimidatie, uitputting en vernedering. Hoe dat precies komt, weet hij niet, „het is een maatschappelijke ontwikkeling”. Verder verschilt het studentenleven in Groningen van dat in andere steden. In tegenstelling tot elders blijven studenten in Groningen ook in het weekend in het dispuutshuis, ze eten „op de Kroeg” en sporten bij eigen clubs. Ze blijven in hun bubbel.

Geen tafereel van Vindicat, maar ontgroening van HEAO studenten in Utrecht, 1988 Michael Kooren / Hollandse Hoogte

Het is een reden, zegt rector Elmer Sterken, waarom Groningen „wordt ervaren als gezellige studentenstad”. Maar tegelijkertijd, zegt hij, kan dat leiden tot een gesloten, naar binnen gekeerde studentencultuur. Met ook mindere kanten, zo schreef de ACI zelf in haar laatste jaarverslag: „Er is helaas nog steeds een subcultuur „waarin eerstejaars als ‘minderwaardig’ worden gezien en dienovereenkomstig door bepaalde ouderejaars leden worden behandeld”.

Studentengeheugen

Na het laatste COCK-incident is er een externe accreditatiecommissie benoemd die de cultuur op studentenverenigingen kritisch doorlicht. Sterken: „Of je wordt goedgekeurd, óf goedgekeurd onder voorwaarden, óf niet goedgekeurd. Als je niet geaccrediteerd wordt, hoor je niet bij de academische gemeenschap. Dan zullen we je niet meer ondersteunen met bestuursbeurzen.”

Deze ‘methode-Sterken’ – de rector straalt ervan – moet tegenwicht bieden aan het beperkte geheugen van studentenverenigingen, dat door inperking van de studieduur almaar korter wordt. Sterken: „We willen om de vijf jaar van verenigingen weten: waar sta je voor, wat wil je uitdragen, wat heb je geleerd van je fouten? Dat geef je door aan de volgende generatie. En je vraagt ook precies na wat de vereniging gedaan heeft met de kritiek.” Half juni verschijnt het eerste advies, over Vindicat.

Verder hebben de universiteit en de Hanzehogeschool de ACI ‘tanden’ beloofd. Alle studentenclubs moeten voortaan elk jaar vóór de introductietijd een gedragscode ondertekenen. Daarin staat zwart op wit dat geweld, intimidatie en vernedering verboden zijn, Groningse studentenverenigingen geen geheimhoudingsplicht meer mogen opleggen en dat verenigingen ook verantwoordelijk zijn voor wat er in huizen en disputen gebeurt.

De gedragscode:

Meer kun je volgens de twee niet doen. Sterken: „Wij zitten op afstand, en krijgen nooit het hele verhaal.”

Borleffs: „We moeten de dialoog met de studenten bewaren.”

Sterken: „Uiteindelijk blijven de verenigingen verantwoordelijk voor wat er binnen hun muren gebeurt.”