Als zijn overtuigingen in het geding zijn, wordt hij fel

Principes

ChristenUnie-leider Segers speelt weinig politieke spelletjes en sluit graag allianties met andersdenkenden. Maar niet tegen iedere prijs.

Gert-Jan Segers donderdag voorafgaand aan zijn gesprek met informateur Edith Schippers. Foto ANP / Jerry Lampen

Na twee maanden ‘in de wachtkamer’ heeft Gert-Jan Segers snel de bocht genomen: hij wil aan tafel met D66. „Als er een uitnodiging komt,” zei hij donderdag, „zijn wij bereid te praten.” Hij heeft deze week niet gekregen wat hij eiste: de absolute garantie dat de ChristenUnie geen ‘pauzegerecht’ is tussen twee onderhandelingsrondes met GroenLinks. Niettemin is hij gemotiveerd om te kijken of zijn partij eruit kan komen met VVD, CDA en D66.

Je zag in deze ‘verkenningsweek’ een opmerkelijk contrast. Terwijl D66-leider Pechtold de verschillen benadrukt tussen D66 en de ChristenUnie, heeft Segers het binnenskamers vooral over wat de twee partijen zou kunnen binden: een rechtvaardig migratiebeleid, zorg voor het klimaat en een sterk geloof in de rechtsstaat.

Die opstelling past in het beeld dat in Den Haag van hem bestaat. Gert-Jan Segers (47) heeft zich, in de anderhalf jaar dat hij de ChristenUnie leidt, gemanifesteerd als een politicus die de hand uitsteekt naar andersdenkenden.

Segers, zeggen collega’s, is een integere, betrouwbare man die oprecht geïnteresseerd is in anderen en weinig politieke spelletjes speelt. „Hij is niet zo’n haantje”, zegt oud-PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt, die veel met hem optrok. „Politiek is vaak vechten om de eer, maar bij Gert-Jan was ik daar nooit zo bang voor.”

Diepgelovig, maar zonder te veel religieuze argumenten

Segers is de vaandeldrager van een nieuwe generatie christelijke politici. Hij is diepgelovig: hij groeide op in een SGP-gezin, als zoon van een evangelist, en werkte in Egypte voor de Gereformeerde Zendingsbond. Tegelijkertijd voelt hij zich – meer dan zijn voorgangers André Rouvoet en Arie Slob – prima op zijn gemak in een niet-christelijke omgeving. Sterker nog, hij ziet het als zijn missie om allianties te sluiten met de seculiere meerderheid in de samenleving.

Sinds hij in 2012 Kamerlid werd, hanteerde Segers consequent dezelfde aanpak: hij stutte zijn politieke plannen niet in de eerste plaats met religieuze argumenten. Het werkte: hij verwierf steun van niet-gelovige politici en opiniemakers in zijn strijd tegen prostitutie en een ‘Down-vrije samenleving’. „Gert-Jan heeft een goed sociaal-christelijk verhaal”, zegt oud-ChristenUnie-leider André Rouvoet, „maar dat is voor hem niet exclusief voor de eigen achterban.”

Met zo’n instelling moet Segers tot een akkoord kunnen komen met Pechtold, zou je denken. Toch is dat allerminst zeker, zeggen mensen die hem goed kennen. Achter Segers’ open, vriendelijke voorkomen gaat een moreel gedreven politicus schuil. Als hij denkt dat de kern van zijn overtuigingen in het geding is, wordt hij fel. Zoals twee jaar geleden tegen de liberale partijen D66 en VVD. Die zouden erop uit zijn alle sporen van het christendom in Nederland „uit de weg te ruimen”.

‘Voltooid leven’ moeilijkste punt met D66

Zonder twijfel de lastigste kwestie tussen Segers en Pechtold is het ‘voltooid leven’. D66 wil dat mensen die niet ernstig ziek of depressief zijn de mogelijkheid moeten krijgen om onder begeleiding te sterven. „Dit is letterlijk levensgevaarlijk”, twitterde Segers toen Pechtold er tijdens de verkiezingscampagne over sprak. Hij wil zelfs niet meedoen aan een kabinet dat voltooid leven als ‘vrije kwestie’ overlaat aan de Tweede Kamer.

Sinds de verkiezingen wil Segers niet meer zeggen dat voltooid leven voor hem een breekpunt is. Maar het is moeilijk voor te stellen dat hij in de onderhandelingen van positie gaat veranderen. „Ik zie hem daar niet bewegen”, zegt PvdA’er Recourt. „De enige optie lijkt me dat ze deze kwestie vier jaar lang parkeren.”

Ook bij ‘onderhandelbare’ kwesties stelt Segers zijn grenzen. Zijn voorganger Arie Slob zat samen met Pechtold in de ‘constructieve oppositie’, die Rutte II in de Eerste Kamer op financieel-economisch terrein aan een meerderheid hielp. Maar Segers zei bij zijn eerste begroting als fractievoorzitter meteen ‘nee’: VVD en PvdA deden te weinig voor de eenverdieners, vond hij.

En dan moet Segers nog rekening houden met de ChristenUnie-kiezers. Die zijn gezagsgetrouw en bereid tot compromissen, maar er is een grens. Het Nederlands Dagblad, spreekbuis van de achterban, schreef deze week in een commentaar: niet alleen met D66, maar ook met VVD en CDA zijn de inhoudelijke verschillen groot. „Zelden was de verlokking om in een coalitie te stappen zo groot, zelden stonden ook zoveel seinen voor de ChristenUnie op rood.”

Eén ding zit in ieder geval wél goed, mochten ChristenUnie en D66 toch met elkaar gaan onderhandelen: de informele contacten in de pauzes. Net als Pechtold is Gert-Jan Segers een gelegenheidsroker.