Commentaar

De doodzieke David: iedereen heeft gelijk

De verhouding tussen het leven en de dood is voor de een problematischer dan voor de ander. Maar soms wordt die verhouding ultiem pijnlijk, namelijk wanneer de dood zich uitstrekt naar een kind. Een volwassene is vooral zichzelf, maar een kind is ook nog eens íemands kind. Dat heeft consequenties. Loopt het leven van een kind gevaar, dan zijn de ouders instinctief bereid tot het uiterste te gaan om het jonge, door henzelf geschapen, leven, te behouden.

Maar wat als een kind zélf wil beslissen over zijn leven en zijn dood? De twaalfjarige David (uit privacy-overwegingen is alleen zijn voornaam bekend gemaakt) werd getroffen door een hersentumor. Hij is geopereerd en behandeld, hij weet wat een chemokuur inhoudt. En nu wil hij zich niet onderwerpen aan de vervolgbehandeling die zijn leven nog weer zou verlengen met 25 tot 30 procent. Maar hij ziet op tegen de bijwerkingen. Die zouden bijvoorbeeld zijn immuunsysteem kunnen treffen en zijn zintuigen aantasten. De tumor maakte hem al bijna blind. Het gebruik van het brailleschrift wordt bedreigd wanneer weer een chemokuur het gevoel in zijn vingers zou reduceren.

Het is dus niet dat David wil sterven. Maar omdat hij het mogelijk effect van een volgende behandeling onaanvaardbaar vindt, kiest hij voor het risico dat hij aanzienlijk korter zal leven, en dan wel onder acceptabeler condities.

Davids moeder steunt haar kind, ze neemt zijn woorden serieus. „Ik vind het belangrijk dat David als mens wordt gezien, met een stem over zijn lijf en leven” schreef ze.

Voor de moeder zijn Davids argumenten plausibel. Maar niet voor de vader. Ja, David is een mens, maar wel een zeer jong mens. Voor de vader is hij in de eerste plaats een kind. Zijn kind.

Davids vader wil dat het uiterste wordt gedaan om zijn zoon te behouden. Hij spande een rechtszaak aan om Davids verdere behandeling af te dwingen. Een rechtszaak tegen je eigen zoon, dat gaat ver. De vader beseft dan ook dat hem dat niet in dank zal worden afgenomen. Maar hij loopt liever het risico om het contact met zijn zoon te verliezen dan dat hij zijn zoon verliest.

Het Salomonsoordeel zou in het voordeel van de vader uitvallen. Immers, koning Salomo oordeelde in een geschil dat de ‘echte’ ouder de ouder is, die kiest voor afstand van het kind als het kind daarmee maar behouden blijft.

De Nederlandse rechter mengde zich niet in de vraag welke ouder het beste voorheeft met hun zoon. Die oordeelde dat David zelf mag beslissen over het al dan niet verlengen van zijn leven.

De media werden bij de zaak betrokken. Iedereen die kranten las en tv keek, was om te beginnen getuige van een ontplofte drieëenheid – moeder, vader, kind. Eerst werd het gezin getroffen door echtscheiding. Toen door een niet te verkroppen ramp: de slopende ziekte van een kind. En nu door de vraag wie het beste met David voorheeft.

De standpunten van de ouders lagen op straat, samen met Davids lijden. Hun intimiteit werd onze intimiteit. Iedereen heeft ideeën over wie er gelijk heeft. Het 12-jarige kind? De loyale moeder? De vechtende vader?

Er is geen antwoord. Doe een stap terug en je brengt begrip op voor elk van hun standpunten. Soms kom je er niet uit. Soms is het onmogelijk een mening te formuleren. Soms is er alleen een berustend zwijgen.