Verloren kinderen in Cannes

Cannesblog #2 , de opening van de festivalcompetitie, wist een zaal vol journalisten muisstil te krijgen. En waar Netflix’ aanwezigheid tot ophef leidt, ligt van de door Amazon gefinancierde film Wonderstruck niemand wakker.

De Russische acteur Alexeyv Rozin, regisseur Andrey Zvyagintsev en actrice Maryana Spivak poseren bij de première van Loveless op het filmfestival in Cannes. Foto Guillaume Horcajuelo/EPA

De eerste film die in Cannes in competitie is vertoond is meteen een serieuze kandidaat voor een mooie prijs aan het einde van het festival, misschien zelfs de Gouden Palm. De Russische regisseur Andrey Zvyagintsev wist de zaal vol journalisten muisstil te krijgen met Loveless, een ijzingwekkende drama over een weggelopen kind van ouders die in scheiding liggen.

Zyagingtsev mocht de competitie in Cannes openen met zijn opvolger van Leviathan. Die film ging over een man die wordt verpulverd door de Russische staat, was een groot succes in de Nederlandse filmhuizen en kreeg ook nog een nominatie voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Bij Leviathan kon de kijker misschien nog denken bij Zvyagintsevs wrange beeld van machtsmisbruik door de overheid: heel erg allemaal, maar dat zijn Russische toestanden. Die uitweg biedt hij zijn Westerse kijkers in Loveless niet. Zvyagintsev maakt opnieuw een snijdende analyse van maatschappelijk onvermogen en kilte, maar deze keer gaat het ook over ons. Daar kan geen twijfel over bestaan.

Boris en Zhenya (prachtig naturel gespeeld door Maryana Spivak en Aleksey Rozin) zijn jong getrouwd en hebben inmiddels een zoon van twaalf, maar het stel ligt in scheiding. Ze zijn meer bezig met het verkopen van hun appartement en hun respectievelijke nieuwe liefdes dan met hun twaalfjarige zoon Alyosha, die het stel zo hinderlijk herinnert aan hun mislukte leven samen.

Moralistisch

De jongen hoort zijn ouders op een avond met elkaar ruzie maken over wie hem na de scheiding in huis moet nemen. Hij hoort zijn moeder uitroepen dat hij beter naar een kostschool kan worden gestuurd. De volgende dag is de jongen verdwenen, maar de ouders hebben eerst 24 uur nodig om daar achter te komen. Ze zijn te druk met hun eigen besognes.

De politie doet voorlopig niets, maar er is een organisatie van vrijwilligers die zich ontfermt over het zoeken naar verdwenen kinderen. Met die willekeurige vreemden begint het stel een zoektocht naar hun kind, maar eigenlijk zijn ze even vreemd voor elkaar en voor hun zoon als die goedwillende buitenstaanders.

Zyagintsev is een moralist, en niet zo’n kleintje ook. Terugkerend motief zijn scènes waarin personages diep verzonken zijn in het beeldscherm van hun smartphone en de wereld om zich heen niet waarnemen. Iedereen wil iets voor zichzelf, bijna niemand wil iets voor een ander. Zhenya is vooral kwaad, Boris is vooral laf. De stevige dosis moralisme in de film zou misschien op de zenuwen gaan werken, als Zyagintsev niet zo precies en zo scherp zou observeren.

Vooral in doseren is hij een meester. Het verhaal van Loveless zou gemakkelijk sentimenteel kunnen uitpakken, maar daar is hier geen sprake van. Het schitterende, strakke camerawerk van Mikhail Krichman voorkomt ook dat de film een belerende toon kan aanslaan. Uit minimale, simpele elementen haalt Zyagintsev grote emoties. Zonder gemakkelijke verhaaltrucs weet hij grote, noodlottige spanning te peuren uit min of meer alledaagse situaties. Hij laat de kijker beduusd achter, misschien zelfs een tikje gelouterd. Dat krijgt alleen een echt goede film voor elkaar.

Verloren kinderen

In Cannes dwalen nog meer verloren kinderen rond. Twee jaar na zijn lesbische liefdesdrama Carol is Todd Haynes terug met een verfilming van het succesvolle kinderboek Wonderstruck van Brian Selznick, naar een scenario van de schrijver zelf. Selznicks eerste boek werd al als Hugo verfilmd door Martin Scorsese, en Wonderstruck kent de nodige raakvlakken met die voorganger. Ben en Rose zijn twee dove kinderen, die het zonder ouders moeten stellen en weglopen naar New York: Rose om haar moeder terug te vinden, Ben is op zoek naar zijn vader. Maar ze leven niet in dezelfde tijd.

Het avontuur van Rose speelt zich af in de jaren twintig, dat van Ben in het New York van de jaren zeventig, toen de stad er beroerd bij lag. Haynes deinst daarbij niet terug voor de allergrootste cliché’s over die tijdperken: zijn we in de jaren twintig komt er meteen een flapper-kapsel voorbij, zijn we in de jaren zeventig verschijnen de Afro’s.

Het verhaal van Rose – gespeeld door de ook in werkelijkheid dove Millicent Simonds – is gefilmd in de stijl van een stille film, zonder dialogen en begeleidt door orkestrale muziek. In Bens verhaal klinkt weerklinken de disco en funk van de seventies. De kinderen van Selznick zijn kijkers en verzamelaars: in zijn debuutroman raakte held Hugo in de ban van de uitvinding van de film; in Wonderstruck komen de kinderen terecht in de oude musea van New York: het American Museum of Natural History en het Queens Museum of Art. Dat maakt ze niet tot natuurlijke protagonisten voor een film: kijkers zijn meestal niet zulke doortastende doeners. Maar veel filmjournalisten in Cannes zullen iets in de kinderen herkennen: nerd kent nerd.

Wonderstruck is nota bene gefinancierd door Amazon, maar daar ligt in Cannes nauwelijks iemand wakker van, terwijl de films van Netflix – eveneens een nieuwe speler op de filmmarkt – juist zo omstreden zijn. Dat komt omdat Amazon samenwerking heeft gezocht met filmdistributeurs en Wonderstruck eerst in de bioscoop laat uitbrengen, voordat de film op de site zal verschijnen. Netflix wil die gang naar de bioscoop juist overslaan in de meeste landen – tot woede van Franse bioscoophouders.

Lees ook de column van Coen van Zwol: Netflix houdt voet bij stuk, ondanks vrijages Cannes

Wonderstruck bevat veel Spielbergiaanse sentimentaliteit, zoals we dat bij Haynes in het verleden nog niet eerder hebben gezien. Maar tegelijkertijd zijn er ook Haynes’ vaste stijlkenmerken: een sterke nadruk op kunstmatigheid, stijl en aankleding: de film bevat zoals eerder bij hem de nodige maquettes en poppen, die het zelfbewustzijn van Haynes als filmmaker etaleren.

Die combinatie van afstand en sentiment levert een merkwaardige film op, die gaandeweg wel beter wordt, vooral als Julianne Moore – in een mysterieuze bijrol – meer te doen krijgt. De kinderen zijn, zoals zo vaak in Amerikaanse films, te nadrukkelijk schattig. Een film waarin tijdens het eerste uur nauwelijks wordt gesproken, bevat veel muziek. Een gouden kans voor een filmcomponist, zou je zeggen. Maar de weinig memorabele, generieke muziek van Carter Burwell, de huiscomponist van regisseursduo Joel en Ethan Coen, helpt niet echt.