Teeven wilde strenger strafrecht door te bezuinigen op rechtsbijstand

Advocaten reageren geschokt op de uitspraken van voormalig staatssecretaris Teeven in De Groene Amsterdammer.

Foto Martijn Beekman

Strafrechtadvocaten reageren verbijsterd op uitspraken van voormalig staatssecretaris Fred Teeven over de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. Uit citaten van Teeven in weekblad De Groene Amsterdammer valt af te leiden dat de staatssecretaris bewust is gaan bezuinigen op de rechtsbijstand omdat „verdere verstrenging van het strafrecht” niet meer aan de orde was door deelname van de PvdA aan het kabinet Rutte II. Teeven in de Groene: „Toen heb ik me toegelegd op de bezuiniging op de advocatuur. Het is een andere manier om hetzelfde effect te bereiken. Als je aan een advocaat niet al te veel tijd geeft om aan een verdachte te besteden, dan wordt het ook niet zo veel, die verdediging.”

Het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten noemt het in een schriftelijke reactie aan haar leden „schokkend en feitelijk onbestaanbaar” dat iemand die een goed oog zou moeten hebben voor het in stand houden van de rechtstaat er „niet wakker van ligt als personen ten onrechte worden opgesloten”.

Advocaat Nico Meijering, die destijds mede namens de vereniging van strafrechtadvocaten met Teeven gesproken heeft over de bezuinigingen, noemt de uitspraak ongelooflijk. „Hier zien we de ware aard van Fred Teeven bovenkomen”, aldus Meijering. „Indertijd hield hij ons voor dat iedereen in tijden van crisis moest inleveren. Maar naar nu blijkt, was het gewoon een truc om een ander doel te bereiken: advocaten van verdachten de nek omdraaien”, stelt Meijering. „Wat nou rechtsstaat, wat nou eerlijk proces, het moet maar eens afgelopen zijn met die hinderlijke advocaatjes.”

Uit de context getrokken

Meijering en Teeven kwamen elkaar regelmatig in de rechtszaal tegen totdat Teeven zijn baan als officier van justitie in 2006 definitief opgaf voor het Kamerlidmaatschap voor de VVD. Hij was sinds 2010 staatssecretaris van justitie totdat hij als gevolg van de bonnetjesaffaire samen met minister Ivo Opstelten (VVD) in 2015 het veld moest ruimen.

In een korte reactie stelt Teeven dat zijn uitspraak in de Groene door de auteur, hoogleraar Henri Beunders, volledig uit zijn context is getrokken. „Ik heb gezegd dat het om een bezuiniging ging die nodig was in een tijd dat iedereen moest bezuinigen”, aldus Teeven, die kampt met de gevolgen van een zware operatie aan zijn hoofd.

„Ik heb ook gezegd dat die bezuiniging natuurlijk ook betekende dat advocaten minder tijd konden besteden aan de verdediging.” Maar Teeven ontkent dat dat voortkwam uit het streven om criminelen zwaarder te laten straffen. „Ik ben benaderd door een onderzoeker en wist niet dat dit gesprek bedoeld was voor een serie stukken in de Groene. Ik heb de eerste twee artikelen van die serie nog gelezen maar op dit stuk heb ik niet meer gereageerd.”

Henri Beunders reageerde niet op een verzoek om commentaar.

Ook andere advocaten reageren geschokt op de uitspraken van Teeven. „Er wordt in Nederland doelbewust klassenjustitie gecreëerd omdat goede rechtsbijstand voor mensen met weinig geld niet meer te betalen is”, stelt strafrecht advocaat Sanne Schuurman.

Bezuiniging rechtsbijstand

Strafrechtadvocaten klagen al jaren over de bezuiniging op de rechtsbijstand die sinds 2013 stapsgewijs zijn ingevoerd. Steeds minder mensen komen in aanmerking voor steun omdat de inkomensgrens is verhoogd. Ook de eigen bijdrage van mensen die een beroep doen op de regeling is verhoogd. Daarnaast is het uurtarief dat advocaten voor rechtsbijstand bij de overheid kunnen declareren verlaagd. Die laatste maatregel is gebaseerd op een door advocaten bekritiseerd advies van de commissie-Wolfsen die het stelsel voor rechtsbijstand heeft onderzocht. Over andere bezuinigingsmaatregelen wordt nog gesproken in de Tweede en Eerste Kamer waar de nodige bezwaren zijn opgeworpen. De tot nu genomen maatregelen hebben er volgens de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten toe geleid dat de rechtspositie van Nederlandse burgers in het geding is.