Recensie

Onweerstaanbare gospelrap uit Soweto

Pop/soul Vanaf de eerste bromstoot van de vuvuzela had de Zuid-Afrikaanse band BCUC in Paradiso een energieniveau dat voor het publiek nauwelijks was bij te houden.

Het begint sereen; de zeven leden van BCUC staan in een cirkel en houden elkaar om beurten met twee handen vast. Maar wat daarna loskomt heeft niets met sereniteit te maken, het is de oerdrang die je bij elke band zou willen zien. De absolute noodzaak om het publiek van de kleine zaal in Paradiso vanaf minuut één op te tillen, met onzichtbare handen boven het hoofd te houden en pas na anderhalf uur weer buiten neer te zetten, als betere versies van zichzelf in de zomerse stad.

Vanaf de eerste bromstoot van de vuvuzela zit BCUC op een energieniveau dat nauwelijks is vol te houden. Voor het publiek dan, de band lijkt niet anders te kunnen. Het is verrassend genoeg de harmonie van gospelzang die alles bij elkaar houdt, maar dat besef je pas op de schaarse momenten dat er even gas teruggenomen wordt. De samenzang ligt verborgen onder de oorlogsritmes van twee basdrums, twee conga’s en een basgitaar. Verder gebruikt de band wat handpercussie en fluitjes, maar drijft vooral op agressieve rap en prekende zang die soms contrasteert en dan weer samenvloeit met de soulstem van de enige vrouw in de band.

BCUC staat voor Bantu Continua Uhuru Consciousness en komt uit township Soweto in Johannesburg. Ze maken nadrukkelijk geen traditionele muziek, maar de analoge straatmuziek van nu. De schreeuwende rap en zang verraden een diepgevoelde boodschap die niet altijd letterlijk duidelijk wordt, maar die onvermijdelijk doorklinkt in de almaar rollende basdrums. De nummers duren stuk voor stuk langer dan tien minuten waarbij de boog bijna constant gespannen is. Een gebed zonder einde, alsof er demonen uitgedreven moeten worden die tegelijk weer door de drums worden aangeroepen. BCUC heeft de drive van een punkband en de soul van Soweto. De combinatie is onweerstaanbaar.