Het moederland is te zien in de ogen

In de foto’s van Shirin Neshat zijn de ogen duidelijk de spiegel van de ziel. Ze maakte expressieve fotoportretten van inwoners uit Azerbeidzjan.

Nazakat, Anna en Javid uit de serie ‘The Home of My Eyes’, 2015, van Shirin Neshat. 152 x 102 cm. Foto’s Written Art Foundation

Menig bezoeker aan de Biënnale van Venetië laat een traantje dit jaar, dankzij de vele video’s over mensenlevens en vluchtverhalen. In die lijn past de tentoonstelling van Shirin Neshat in Museo Correr. Een kleine tentoonstelling, grote gevoelens. Het bevat zesentwintig fotoportretten van inwoners uit Azerbeidzjan en één film, alles in zwart-wit, alles uiterst expressief. The Home of My Eyes heet het en nergens zijn de ogen zo duidelijk de spiegel van de ziel als in deze foto’s.

Zelf van Iraanse komaf en woonachtig in New York, heeft Neshat een gemengde culturele identiteit, zoals zovelen. Dat maakt wie je bent. Maar die menging staat haaks op het idee van de landenpaviljoens waar de Biënnale uit bestaat. Om die omheining te doorbreken vragen deelnemende landen geregeld buitenlandse kunstenaars en curatoren, deelden vorige keer Pakistan en India een paviljoen, en is dit jaar een oud palazzo gewijd aan de diaspora.

Neshat liet haar Azeri poseren naar portretten van El Greco, gestileerd, plechtig, zodat ze op gelijke voet staan met de heiligen in de omringende zalen.

En kom je dichtbij dan zie je hele verhalen gekalligrafeerd staan over hun zwijgende beeltenissen heen. Deze teksten in Farsi gaan over het moederland, gemengd met teksten van de 12de-eeuwse Iraanse dichter Nizami Ganjavi die in het huidige Azerbeidzjan woonde. Neshat sprak elke geportretteerde uitgebreid over wat het betekent om je ergens thuis te voelen en die openheid zie je terug in de portretten. In de ogen.

Die zeggen veel. Ze kijken scherp, krachtig, wat de foto’s een statement maakt over individualiteit. Dat kun je ook interpreteren als: alleen een individu weet wat zijn culturele achtergrond voor hem of haar betekent.

Dat komt vooral naar buiten in de film in de tentoonstelling. Roja heet de hoofdpersoon, een jonge vrouw die in het publiek zit bij een voorstelling van een oudere blanke man die begint te zingen. Wat mooi, denk je, wat ontroerend. Maar als bij Roja de tranen over het gezicht lopen, draait de sfeer om. Kom jij maar naar voren, zegt de man tegen haar, dan kan iedereen jouw leugens zien, jij manipulatief kreng. Ze vlucht naar buiten, naar een vallei waar in de verte een andere vrouw komt aanlopen – een moederfiguur?

Als ze eindelijk elkaar naderen, blijkt ook die vrouw vol haat. Ze duwt Roja weg, die opstijgt, hoger en hoger, tot ze alleen nog maar bij zichzelf is. Gevangen tussen identiteiten, helemaal alleen. Het droomachtige videobeeld lijkt troebel van tranen, en huilt zachtjes met u mee.