Gustons grote liefde voor Italië, in Italië

In de Galleria dell’Accademia is een indrukwekkende tentoonstelling te zien vol onbekende werken van Guston.

Philip Guston, ‘Painter’s Forms’, 1972

In zijn kenmerkende kleurenpalet, met vaalrode letters tegen een roze achtergrond, schilderde Philip Guston in 1973 de namen van zijn idolen op het paneel Pantheon. Masaccio, Piero, Giotto, Tiepolo, De Chirico. Als een tiener die zijn favoriete bands op zijn schoolagenda kalkt, zo wilde de Amerikaanse kunstenaar hun namen van de daken schreeuwen. Dit zijn de schilders van wie ik fan ben, zij hebben mij gemaakt wie ik ben. Hoe mooi zou hij het hebben gevonden dat zijn werk nu te zien is te midden van dat van zijn helden, in de Accademia in Venetië.

Philip Guston (1913-1980) had een grote voorliefde voor Italië. Vier keer verbleef hij er langere periodes om de meesters van de Renaissance te bestuderen. „Ik ben ondergedompeld in vijftiende- en zestiende-eeuwse schilderkunst”, schreef hij in 1975 in een brief aan een goede vriend. „En als ik noordwaarts ga, naar Venetië, en daar Tiepolo en Tintoretto zie, en zelfs het zogenaamde maniërisme van Pontormo en Parmigiano, dan bedrieg ik mijn eerdere geliefden en word ik opnieuw hals over kop verliefd.”

Studieuze schetsen

Zijn vroegste tekeningen, uit 1930, tonen wenende Maria’s en bebaarde heiligen die hij afkeek van Masaccio’s fresco’s in de Brancacci-kapel in Florence. Het zijn de studieuze schetsen van een leerling, maar je ziet al wel de bolle, uitpuilende ogen die later een kenmerk zouden worden van Gustons cartooneske stijl.

In de jaren vijftig, als hij in New York om de hoek woont bij Pollock, De Kooning en Rothko, gaat Guston werken in de abstract-expressionistische stijl die dan mode is. Maar vanaf de jaren zestig keert hij toch weer terug naar de figuratie. Schoenen, boeken, spinnenwebben en kunstgebitten zijn elementen die keer op keer op zijn schilderijen terugkeren. De losse afgezaagde voeten die hij in 1971 schildert, in weer die roze-rode kleuren van rauw vlees, herinneren aan de gebeeldhouwde reuzenvoeten uit de Romeinse tijd die hij in Rome moet hebben gezien. Thuis, in zijn atelier in Woodstock, denkt hij aan „Venetië, Rome, Sicilië”, zo schrijft hij op een tekening uit 1972.

Curator Kosme de Baranano brengt Gustons werk op deze indrukwekkende tentoonstelling, vol onbekende bruiklenen uit privé-collecties, in verband met het werk van dichters als W.B. Yeats en T.S. Eliot. Die link is wat vergezocht en eigenlijk onnodig: de combinatie van Guston en de Italiaanse meesters is al prachtig genoeg.