Cultuur

Interview

Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Kees van de Veen

Een diploma om te doden

Jagersdiploma

Ruim achthonderd mensen doen deze week praktijkexamen voor hun jachtdiploma. Kok Klaas Gunnink wil zijn restaurantgasten zelfgeschoten wild serveren.

Gestoofd wild zwijn, hertenbiefstuk en eendenbout: dat is wat Klaas Gunnink (50) uit Assen graag voor zijn gasten zou willen klaarmaken, van zelfgeschoten wild. Hij is kok in restaurant Van Tarel in Taarlo, een Drents brinkdorp boven Assen. Het restaurant ligt in natuurgebied de Drentsche Aa, met beken die meanderen door een eeuwenoud landschap van heide, hooilanden en esdorpen. „Het is er prachtig”, zegt Gunnink. Geprikkeld door de schoonheid van die natuur ging hij met zijn baas in gesprek. „Ik vroeg hem: we serveren geregeld wild, maar hoe zou het zijn als we dat ook zelf gaan schieten?”

Gunninks werkgever reageerde enthousiast – zo kan het restaurant zich extra onderscheiden – en trok voor hem de knip. In totaal kost zijn jachtopleiding zo’n drieduizend euro. Onderdeel daarvan is een theorie-examen, waarvoor Gunnink vorige maand slaagde met een zeven. Vandaag doet hij praktijkexamen, met tientallen anderen, op een schietterrein in Biddinghuizen.

Kees van de Veen

Met zijn groene vest en spijkerbroek in donkerbruine laarzen heeft Gunnink al de uitstraling van een jager. Nu nog dat diploma. Zenuwachtig is hij niet. „Ik weet dat ik het kan, maar hoe de omstandigheden zijn, is afwachten. Ook weet je niet hoe ze beoordelen.”

Het examen bestaat uit drie onderdelen, die je allemaal moet halen: hagelschieten, kogelschieten en jachtpraktijk. Met het jagersdiploma op zak kun je een jachtakte aanvragen. Wel moet je dan ook kunnen aantonen dat je ergens kúnt jagen. Daarvoor moet je een eigen jachtveld hebben of door een andere jager worden uitgenodigd. Gunnink moet nog een plek regelen.

In zijn leven spelen (dode) dieren al tientallen jaren een belangrijke rol. Hij volgde de slagersvakschool, werkte als slager in een supermarkt en had zeven jaar lang een biologische slagerij in het centrum van Assen. De keuze voor biologisch was bewust. Gunnink: „In de intensieve veehouderij zien ze alleen maar geld lopen.” Hij wilde daar niet langer deel van uitmaken: „Ik wil juist op een respectvolle manier met dieren omgaan.” De jacht past daar volgens hem bij.

De macht die je als jager hebt, is bijzonder

Zoekt hij ook een bepaalde kick? „Nee, maar de macht die je als jager hebt, is wel bijzonder. Jij beslist of een hert of zwijn in leven blijft. Daar moet je op een verantwoorde manier mee omspringen. Dat je bijvoorbeeld juist de kreupele dieren kiest.” Die verantwoordelijkheid zal hem bevrediging geven, verwacht Gunnink.

Hoeveel cursisten net als Gunnink het jachtdiploma willen halen voor hun werk, is niet bekend. „Dat zijn er ieder jaar wel een paar”, zegt Janneke Eigeman, hoofd communicatie van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Het gaat volgens haar met name om mensen die zich bezighouden met faunabeheer bij een provincie en boswachters van natuurorganisaties. Zij zoeken verdieping van hun vak of willen zelf gaan jagen. Het overgrote deel van de cursisten wil hobbyjager worden.

Nederland, Biddinghuizen, 16-05-’17; Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Foto: Kees van de Veen

Nederland, Biddinghuizen, 16-05-’17; Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Foto: Kees van de Veen

Nederland, Biddinghuizen, 16-05-’17; Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Foto: Kees van de Veen

Tire haut!

Het is bijna 11.00 uur. Klaas Gunnink wordt opgeroepen. Tijd voor zijn eerste onderdeel: hagelschieten. Met nog drie cursisten volgt hij een examinator en een waarnemer die de scores zal noteren en toeziet op de veiligheid. Alle kandidaten moeten hun legitimatiebewijs laten zien. Daarna lopen ze naar de wapenkamer, waar ze een geweer mogen kiezen.

Op en rond het schietterrein liggen overal scherven van kleiduiven. Een veiligheidsbril is verplicht. Iedereen draagt gehoorbescherming. De kandidaten schieten vanaf vijf verschillende posten, op iedere plek worden de schotels van klei en zand vanuit een andere richting gelanceerd.

Gunnink is aan de beurt. Hij loopt naar het rek met geweren, staat stil, kijkt geconcentreerd naar links en naar rechts (om te controleren of de situatie veilig is), pakt zijn geweer voorzichtig op, kijkt opnieuw om zich heen en loopt dan naar de schietpost. Gunnink opent zijn wapen, krijgt een hagelpatroon van de examinator en klapt zijn geweer dicht. „Klaar? Tire haut!” Dat is het teken om te vuren. Vanaf ongeveer tien meter hoogte wordt even verderop een kleiduif de lucht ingeschoten. Gunnink volgt de schotel met zijn geweer en schiet. Raak. Kleiduifscherven vallen door het bladerdak. Na vijf schoten klapt Gunnink zijn wapen open en blaast de overgebleven hagel uit de loop. Een grijs wolkje.

Van de 25 schoten moeten er minstens achttien raak zijn. Gunnink raakt dertien kleiduiven en is voor dit onderdeel dus gezakt. „Ik maakte me druk om wat niet goed ging en daardoor ging het alleen maar slechter.” Hij baalt, maar kan hagelschieten later dit jaar herkansen.

Impala

Op het terras van het schietterrein belt Maaike Blankvoort (net 17) – strak groen shirtje, groene broek, leren laarzen – met haar moeder. Ze heeft net te horen gekregen dat ze is geslaagd. „Het ging heel goed”, vertelt ze nadat ze heeft opgehangen. „Bij het hagelschieten had ik er 21.” Zenuwachtig was ze wel: „Bij het kogelschieten ging mijn kijker helemaal op en neer, zo’n hoge hartslag had ik.”

Het jagen zit in de familie: „Mijn vader is hobbyjager en zijn opa deed het ook. Ik vond het altijd al interessant. Ik ben graag buiten en heb een hart voor dieren.” Maar zij schiet ze toch dood? „Ik zie een haas liever lopen dan dat ik die neerschiet, ja. Maar het is zo mooi omdat je de populatie gezond houdt. Als ik een beestje dood, blijft er meer voedsel over voor de andere dieren. Of misschien is het beestje dat ik neerschiet wel heel erg ziek…”

Moet je de natuur niet haar gang laten gaan? Volgens Blankvoort gaat dat niet: „Alles is door de mens uit evenwicht gehaald.”

Maaike Blankvoort is vandaag een van de weinige vrouwen. Toch deden niet eerder zoveel vrouwen mee aan de jachtopleiding, dit jaar bijna 14 procent van de ruim 800 deelnemers. Het aandeel jongeren (onder de 36) schommelt al meer dan tien jaar rond de 50 procent.

Philip van Nederpelt (ook 17) – groen vestje, sluik haar – kijkt minder blij. Hij is gezakt: „Ik heb hagel niet gehaald.” Zijn jagersopleiding kreeg hij cadeau voor zijn zeventiende verjaardag, van zijn vader. Die jaagt ook, net als Philips drie oudere broers. Van Nederpelt hoopt het hagelschieten snel te herkansen. Ervaring met het doden van dieren heeft hij al. Met enige aarzeling: „Ik heb een keer een impala neergeschoten, tijdens een vakantie in Zuid-Afrika.” Schuldig voelde hij zich niet: „Er was een overschot. Ik heb wel een dier gedood, maar daarmee bescherm je het grotere geheel.” Van Nederpelt vertelt er liever niet over, „omdat er behoorlijk wat mensen zijn met een afkeer van jagen”.

Nederland, Biddinghuizen, 16-05-’17; Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Foto: Kees van de Veen

Nederland, Biddinghuizen, 16-05-’17; Het jaarlijkse jachtexamen bij Dorhout Mees. Klaas Gunnink uit Assen is kok en wil zijn diploma halen om uiteindelijk zelf geschoten wild te serveren.

Foto: Kees van de Veen

Kees van de Veen

In het restaurant zit Anny (28) aan een koffie. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant, omdat collega’s negatief reageerden toen hij over de jagersopleiding vertelde. „Ze vinden het sneu voor de dieren.” Maar het is Anny juist om de dieren te doen, legt hij uit. Beelden van slachthuizen hebben hem aan het denken gezet: „Hoe dieren daar worden afgeslacht is inhumaan. Daarom wil ik mijn eigen vlees schieten.”

Klaas Gunnink meldt zich voor zijn tweede onderdeel: kogelschieten. Doelwit is een schietschijf met een diameter van twintig centimeter, op honderd meter afstand. Alle vier de schoten moeten raak zijn. Gunnink neemt plaats op een kruk en legt zijn geweer op een kussentje, de kolf strak tegen de schouder. Hij neemt zijn tijd, schiet en wordt door de terugslag naar achteren geduwd. De ruiten van de schietruimte trillen.

Na een paar minuten komt hij tevreden naar buiten. „Het ging goed.” Dit onderdeel heeft hij wél gehaald.

Drijfjacht

Bij het laatste onderdeel, jachtpraktijk, wordt op een open veld een drijfjacht op hazen en fazanten nagebootst. De examinator blaast één keer op een kleine jachthoorn, waarmee de ‘jacht’ wordt geopend: het signaal dat Gunnink mag gaan schieten. Dat doet hij met losse flodders.

Kees van de Veen

De examinator toetst of hij veilig met zijn geweer omgaat. Zo moet Gunnink voorkomen dat iemand het risico loopt te worden geraakt. En daarbij gaat het mis: hij houdt onvoldoende rekening met een houten silhouet dat achter een boom verscholen staat. De examinator grijpt in: hij loopt naar Gunnink toe en zegt dat hij moet stoppen. Zijn examen is ten einde.

Voor Klaas Gunnink is dit een flinke tegenvaller. Hij houdt zijn armen over elkaar, kijkt strak voor zich uit en is even stil. „Ik had verwacht dat het beter zou gaan.” Schrale troost: gemiddeld slaagt slechts 40 procent voor dit voorjaarsexamen. In september en oktober zijn de herkansingen. Daar gaat Gunnink zeker aan meedoen: „Wordt vervolgd!”