Brussel ziet in uitspraak Hof meer manoeuvreerruimte

Handelsverdragen

De EU mag niet op eigen houtje handelsverdragen sluiten, bepaalde het Hof. Maar Brussel bespeurt toch extra bewegingsruimte.

Protesten tegen handelsverdrag CETA, eerder dit jaar bij het Europees Parlement in Straatsburg. Foto Patrick Seeger / EPA

Wordt het nu makkelijker of moeilijker om handelsverdragen af te sluiten voor de Europese Commissie en de EU? Dat is de vraag die voorligt na de uitspraak van het Europees Hof van Justitie, dinsdag, over het handelsverdrag tussen de EU en Singapore.

Moeilijker, zegt de een, want het Hof bepaalde dat alle 28 lidstaten het verdrag hun zegen moeten geven, een langdurig proces waarbij één lidstaat het verdrag kan tegenhouden.

Makkelijker, zegt de ander, want het Hof bepaalde dat de EU maar over twee gebieden géén exclusieve bevoegdheid heeft om verdragen af te sluiten. Haal die twee zaken uit handelsverdragen en de EU kan volop deals sluiten.

Het EU-verdrag met Singapore, uit 2013, was een mooie test voor de juridische bewegingsruimte van de EU omdat het een van de eerste nieuwe, brede handelsverdragen is, dat over meer gaat dan alleen het wegnemen van handelsbelemmeringen. Het bevat bijvoorbeeld ook afspraken over intellectueel eigendom, investeringen en duurzame ontwikkeling.

Het Hof bepaalde dinsdag dat de EU over de meeste van deze nieuwe gebieden wél een exclusieve bevoegdheid heeft om verdragen te sluiten: als het gaat over toegang tot overheidsopdrachten, intellectueel eigendom of bepalingen rond duurzame ontwikkeling. De advocaat-generaal adviseerde het Hof in december nog dat bij dat soort afspraken instemming van de lidstaten nodig was.

Die instemming is nu, na de uitspraak van het Hof, nog maar voor twee zaken nodig: voor bepalingen over de behandeling van investeringen (zolang de investeerder geen volledige zeggenschap over het bedrijf krijgt) en voor regelingen voor het beslechten van geschillen tussen investeerders en staten – het bekritiseerde en omstreden ISDS. Dat dit geen exclusieve bevoegdheid is van de EU kan op instemming rekenen van critici van dit soort arbitrageregelingen die volgens hen multinationals te veel macht geven ten opzichte van regeringen. Ook demissionair minister Ploumen (PvdA) is blij dat het Hof hier een rol toekent aan nationale parlementen.

Verdragen sneller afsluiten

Toch reageerde ook de Europese Commissie verheugd op het bindende advies van het Hof. „Deze uitspraak bevestigt dat de EU meer bewegingsruimte heeft dan critici beweerden. De EU kan nu sneller verdragen afsluiten als deze investeringsbepalingen er niet in staan”, zegt Hege Elisabeth Kjos, universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Hoe makkelijk is het om die investeringsbepalingen uit handelsverdragen te laten? Recente EU-handelsverdragen bevatten allemaal wel een arbitrageregeling. Het handelsverdrag met Singapore heeft het, net als het handelsverdrag CETA met Canada en het handelsverdrag met Japan, waarover de EU nu druk onderhandelt.

Maar dat de EU behalve over handel ook over investeringen verdragen sluit is relatief nieuw: sinds het Verdrag van Lissabon in 2009. Daarin werd opgenomen dat het gezamenlijke handelsbeleid van de EU ook directe investeringen betreft.

Lees ook dit grote achtergrondverhaal over de verdragen die de EU sluit:
Vergeten handelsverdragen

Veel landen hebben bilaterale investeringsakkoorden. Daarin spreken ze af dat ze investeerders uit elkaars landen hetzelfde zullen behandelen als die uit eigen land. „Nederland heeft veel goede investeringsverdragen afgesloten en mag dus best blij zijn dat die competentie bij de lidstaten blijft”, zegt Koen Berden, expert in handelsverdagen en directeur bij het World Trade Institute in Zwitserland.

Het effect van de uitspraak van het Hof hangt ook af van hoe de lidstaten erop reageren. Dat is moeilijk te voorspellen, zegt Berden. Ze kunnen bijvoorbeeld voorwaarden verbinden aan het mandaat dat ze de Commissie geven om te gaan onderhandelen. Daarbij is belangrijk om te weten dat vrijwel alle lidstaten argumenten tegen het standpunt van de Commissie hebben ingebracht bij het Hof: argumenten dus waarom handelsverdragen wel een bevoegdheid van de lidstaten blijven.

„Dit lijkt een lichte overwinning voor de Europese Commissie”, zegt Ferdi DeVille, hoogleraar EU-studies aan de Universiteit van Gent en onderzoeker van handelsverdragen. „Maar de uitspraak heeft geen perfect sluitende precedentswaarde. EU-handelsakkoorden hebben de neiging altijd een beetje verder te gaan dan het vorige verdrag. Dus over een volgend verdrag kunnen de lidstaten alsnog naar het Hof gaan. Er is altijd een reden te vinden om het een gemengd verdrag te noemen” – want dan moeten de lidstaten hun zegen geven.

Handelsverdrag opsplitsen

In Brussel wordt ook voorzichtig geopperd om de goedkeuring van verdragen als die met Singapore te splitsen, zodat het handelsdeel en het investeringsdeel een apart traject volgen. Maar is dat acceptabel voor landen waarmee de EU onderhandelt? Stel dat het Europees Parlement wel het handelsverdrag met Japan wil ratificeren maar niet het investeringsverdrag? Gaat Japan daarmee akkoord? En het Europees Parlement? Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) zou dat raar vinden: „Je legt een deal toch in zijn geheel voor.”

Wat deze uitspraak dus in de praktijk van handelsverdragen betekent, moet nog blijken, zeggen de experts. „De uitspraak op zich is heel dubbel,” zeggen DeVille en Berden.